Een ode aan een vrouw met ballen

Ik heb een heleboel vrienden, die stuk voor stuk diep in mijn hart zitten, mensen van wie ik houd.
Maar van allemaal houd ik op een andere manier, want ze hebben gelukkig allemaal andere karakters, andere eigenschappen.
Het is geen vriendenkring, want de meeste kennen elkaar helemaal niet, of alleen van naam. Coby en ik hebben ze allemaal apart leren kennen, en later heb ik er zelf nog een paar bij gewonnen.
We doen nooit iets als groep, want er is geen groep. Ik doe alleen dingen met de afzonderlijke vrienden. Ik wil ze niet mengen, ik wil geen kruisbestuiving.
Ik wil met één, hoogstens twee mensen aan de eettafel zitten om te praten, of met één of twee mensen door een plaats slenteren, praten, terrasje pakken. Want dan gaan de gesprekken nog ergens over; zodra je meer mensen bij elkaar brengt worden de gesprekken oppervlakkig, of competitief.
Bijna al mijn vrienden zijn vrouwen, in leeftijd variërend van midden dertig tot ongeveer tachtig jaar; een gemêleerde verzameling, niet alleen qua leeftijd, maar ook wat achtergronden betreft. Alle beroepsgroepen, alle geloofsstromingen, alle rangen en standen zijn vertegenwoordigd.
Ze hebben allemaal drie eigenschappen  gemeen: iedereen is oprecht, iedereen is onschuldig van karakter, en ze spreken allemaal ABN.  

Ik had me voorgenomen om in deze post geen vergelijkingen te trekken met mijn Oude Oertijd, maar dat lukt niet. Als ik aan mijn huidige vrienden denk, dan komen automatisch herinneringen naar boven aan het verleden; al die gebakken lucht, het gebluf, gesnoef, zelfverheerlijking, gesprekken die over helemaal niets gingen, eindeloos geleuter over knikkeren voor volwassenen of de nieuwste parodie op een hamburger van MacPee. Er waren erg veel mensen in mijn verleden die ik niet zou willen, zou dùrven voorstellen aan één van mijn huidige vrienden.

Ik heb een hartsvriendin, die nu recht heeft op extra aandacht, en die ik tegen mijn gewoonte in bij naam zal noemen. Ze heet Chantal. Chantal heb ik leren kennen omdat ze verkering kreeg met mijn stiefzoon, ongeveer tien jaar geleden.
Chantal is een vechter. Maar ze is een vechter met een hart, geen ordinaire straatvechter zoals ik die vroeger gewend was, die alleen maar met liegen, bedriegen en zelfverheerlijking kon proberen te winnen, die zelfs een faillissement nog probeerde te presenteren als een geweldige prestatie waar jarenlang keihard voor was geknokt.
Chantal is daarentegen oprecht, en zegt wat ze denkt. Als Chantal aardig doet tegen je, dan weet je dat je dat waard bent in haar ogen, want huichelen kan ze niet. Die zelfde ogen zijn de spiegels van haar ziel, waarin je haar vuur, haar temperament kunt zien.
Chantal had een lastig leven achter de rug, met veel tegenslagen. Van lastige ervaringen kun je depressief worden of je kunt er beter van worden. Mijn vader zei altijd: “Waar je niet aan kapot gaat, daar word je sterker van.”
Dat is absoluut waar. Van de meest negatieve ervaringen kun je het meest leren. De mooiste cadeaus komen vaak in de lelijkste verpakkingen.
Al die malle pogingen om me kapot te maken, bijvoorbeeld. Al die pogingen hebben geld, tijd en energie gekost, maar ik heb er ook veel van geleerd, over de wereld, over mensen, en over mezelf.
Zelfs de grootste drama’s brengen kleine positieve dingen mee. Waar Yin is, is ook altijd een beetje Yang, en als Yang de overhand heeft is er ook nog altijd een beetje Yin. Zelfs Coby’s overlijden heeft positieve kanten gehad. Het zijn kleintjes, maar ze houden je overeind. Ik kan bijvoorbeeld de hele dag denken wat ik zelf wil. Dat betekent niet dat ik niet terug zou willen. Integendeel, maar je moet jezelf niet begraven in je verdriet. Verdriet moet geen smoes worden om achter het raam vol zelfmedelijden naar buiten te gaan staren.
Met gevulde traanbuizen kun je gewoon leuke dingen doen, lezen, leren, musea bezoeken, uit eten gaan, op vakantie gaan. En met voldoende motivatie en inspanningen kun je misschien zelfs nog iets betekenen voor anderen, een mini bijdrage leveren aan een betere wereld.
Als er één typisch Nederlandse eigenschap is, dan is dat om jezelf uit te roepen als slachtoffer. Dan kun je namelijk nooit iets verkeerd doen. Alles wat je in je leven fout hebt gedaan, is de schuld van een ander mens of van een gebeurtenis.
Als je bedrijf naar de kloten gaat, dan ligt dat aan de economie, of iemand anders heeft je teveel van je werk gehouden. Zelf heb je het nooit verkeerd gedaan; dat staat vast.
Een paar dagen geleden las ik in de krant een typisch voorbeeld van ons slachtoffergedrag. Het gaat slecht met een aantal Nederlandse horecazaken in Benidorm. Dat is de schuld van het afnemende aantal Nederlandse toeristen en van de Nederlandse gierigheid. Ze hadden ook de regering kunnen aanwijzen of de nieuwste universele zondebok De Klimaatverandering, maar in ieder geval ligt het niet aan de horecaffers zelf. Hun eten is goed en ze verkopen onder de kostprijs. Wat kun je als horecaffer nog meer doen om de klanten te behagen? Je kunt hooguit een volkszanger laten optreden, tenminste als die nog tijd heeft na al zijn optredens bij de andere getroffen Nederlandse zaken.
Zo trekken ook veel nabestaanden zichzelf als slachtoffer terug in hun huis om daar de rest van hun leven troosteloos voor zich uit te staren. Dat zie je zelfs bij relaties die nooit gelukkig zijn geweest. Het heeft niets met verdriet te maken; slachtoffer zijn levert belangstelling op. Dat gebeurt niet eens altijd bewust. Als je merkt dat je aandacht krijgt als je verdrietig bent, dan wordt daar door de hersens onbewust een routine van gemaakt.
Terwijl ik dit schrijf, dringt tot me door dat die slachtofferrol een mooi onderwerp voor een post is.

Niemand heeft mij ooit klein gekregen, en dat zelfde geldt voor Chantal. Ook zij heeft zich nooit klein laten krijgen. Na een tegenvaller keek ze boos om, gaf de schuldige een afscheidstoespraak en maakte met nòg meer inzet en enthousiasme weer een verse herstart. Ook wat beroepen betreft zat het haar nooit mee. Waar ze ook aan begon, ze ging door tot ze het vak tot in de finesses beheerste. Maar of de duivel zelf zich ermee bemoeide moest ze ieder beroep na een tijd opgeven vanwege gezondheidsproblemen. Maar ook daar werd ze niet warm of koud van. Dan zocht ze een nieuw interessant beroep, en daarna weer een. Maar nooit met een zielige ondertoon, altijd met een positief gevoel. Een nieuwe uitdaging, leuk en spannend.

Chantal leeft uitbundig, vol gas, in alles dat ze onderneemt steekt ze haar hele hart en al haar energie. Die energie leek altijd onuitputtelijk, alsof ze werd aangedreven door een kernreactor. Toen ik haar leerde kennen sjokte ze niet door het leven, Chantal liep niet door het leven, Chantal rende, huppelde door het leven, want verderop zijn nog zoveel andere dingen die gezien of gedaan moeten worden.

Totdat ze invalide werd, zomaar onverwacht raakte haar zuidelijk halfrond volkomen verlamd. Toen stond haar leven stil; daar was zelfs zij niet tegen opgewassen. Ze verviel van het ene uiterste in het andere. En dat kon niemand haar kwalijk nemen. Een vrouw van onder dertig jaar met zoveel energie die van de ene dag op de andere invalide raakte. Ze werd depressief en zag niets positiefs meer in het leven. Omdat ze opeens al die energie niet meer kwijt kon, ging het vuur uit. Ook de relatie kwam tot een einde. Niets had nog zin, niets was nog leuk. Anderhalf jaar lang was Chantal een echte Nederlander, Het Slachtoffer. Het contact met ons bleef en wij konden alleen maar medelijden voelen. 

En toen, opeens werd Chantal wakker, en gaf zichzelf een paar draaien om de oren plus een toespraak: “Wat ben jij nu aan het doen? Je bent je leven aan het verspillen, zeurpiet. Wil je echt de rest van je leven alleen maar blijven klagen over wat je niet meer kan? Ga liever kijken wat je nog wèl kan! Maak daar het beste van en geniet daarvan.”

Ze belde ons zelfs meteen op om vol vuur te vertellen dat ze de schakelaar had overgehaald. Vanaf dat moment hebben we nooit meer een klacht van haar gehoord. Van de ene dag op de andere was de oude Chantal herrezen uit haar eigen as, en begon aan het gevecht van haar leven. Voor een huis, voorzieningen, een baan, hobby’s. En dat duurde even, want ambtelijke molens draaien langzaam, en experts hebben allemaal eigen meningen en als experts elkaar tegenspreken dan is degene die geholpen moet worden daar altijd de dupe van. 

In tijden van nood leer je je vrienden kennen, dus net als ikzelf vijftien jaar geleden, had Chantal op een bepaald moment een nagenoeg lege verjaardagskalender. Dat heeft ook een voordeel. Een rolstoel is, net als een scheiding, een ideaal vriendenfilter. De slappelingen haken af. De mensen die je overhoudt of erbij krijgt zijn goede mensen, mensen met grote harten.

Chantal herstartte haar kernreactor en bouwde weer een nieuw leven op. Iedere tegenslag werd overwonnen. Ze heeft een huis, een baan, hobby’s, toekomstplannen, vrienden. Ze gaat zelfs trouwen. 

Chantal is mijn soulmate. We begrijpen elkaar omdat we veel gemeen hebben. We zijn allebei vaak gevallen en weer opgestaan. En zijn daar iedere keer weer geestelijk sterker van geworden. We spreken elkaar regelmatig, meestal opgewekt, soms teleurgesteld, verdrietig komt ook voor als iemand iets idioots heeft gedaan. Maar bijna altijd eindigen de gesprekken met een gulle lach. Ook toen we het over mijn rug hadden: “Weet je, bij mij begon het ook zo. Dus misschien kom jij ook wel in een rolstoel terecht. Dan kom ik een week bij je logeren om je les te geven. En reken maar dat ik je uitlach als je op je plaat gaat.”
Met zo’n belofte zou je er bijna naar uitzien.

Ik gun haar alle geluk van de hele wereld. Ze verdient het voor haar vechtlust, haar doorzettingsvermogen, haar enthousiasme, haar opgewektheid, haar trouw, haar liefde en haar aandacht voor zogenaamde kleinigheden. Het fundament is er. Ze heeft een man met een gouden karakter, want dat moet je hebben als je aan een relatie begint met een vrouw die vanaf haar middel is verlamd.

Chantal is druk met de voorbereidingen van haar huwelijk. Dit zou de mooiste tijd van haar leven moeten, maar natuurlijk zijn er juist dan mensen die die mooie tijd moeten vergallen; mensen die een betere plek opeisen, die zich ongevraagd met de gastenlijst bemoeien, of commentaar leveren op dingen waar ze niets mee te maken hebben. De gebruikelijke azijnpissers ontbreken natuurlijk ook weer niet, waarschijnlijk uit afgunst of omdat ze het haar niet gunnen.

Ook daarin vinden we weer een overeenkomst tussen haar en mij. We zijn sterker geworden, en toch kwetsbaar gebleven. Ze begrijpt die mensen niet, en gaat gebukt onder die grauwe wolk die boven haar hoofd wordt gevormd. Met één hand bouwt ze aan haar droomdag; de andere hand heeft ze beurtelings nodig om zich te verdedigen en om haar tranen weg te vegen.

Waarom mensen zo hersenloos en zo redeloos kunnen doen, dat zal eeuwig een raadsel blijven. De enige troost die ik haar kon bieden is de zekerheid dat ze ook hier uiteindelijk weer wat sterker door zal worden.