Zondag 14 maart 2021

Geüpdatet 16 maart 2021, 15:00

Straks zal ik mijn hart nog even luchten over wat mijn oudste nazaat mij alweer bijna vijf jaar geleden voor de voeten durfde te gooien.

Maar eerst iets anders, iets leuks dat in mij opborrelde toen ik net naar de schuur liep om strooivoer voor de vogeltjes te pakken.
Het was buiten kouder dan ik verwachtte, en samen met mijn loopje naar de schuur stuurde dat mijn gedachten naar die andere schuur; die schuur in de Flevolandse rimboe.
Ik moet er nog steeds niet aan denken om daar te moeten wonen, zeker niet als dat te danken is aan de niet aflatende ‘ijver’ van je eigen koters. Het zal je kind maar wezen, yeah yeah yeah yeah.
Gelukkig is dat mij bespaard gebleven. Ze hebben het niet geprobeerd, en als ze dat wèl hadden gedaan dan zou het niet gelukt zijn.
Ik ben nu eenmaal ‘enigszins’ snuggerder dan Pipo, en dat terwijl hij zichzelf nog wel had uitgeroepen tot ‘de enige in het bedrijf die alles kon’.
Toen hij me dat vol trots verkondigde had ik eigenlijk al meteen mijn jas moeten aantrekken. Maar daar was ik te verbijsterd voor. Scannen met een thuis-scannertje, vlekjes wegwerken in PhotoShop en proefdrukken maken is alles dat je hoeft te kunnen om een grafisch bedrijf te runnen. QuarkXpress, impositie software, professionele scanners, boekhouden, dat is allemaal flauwekul. Zit niemand op te wachten.
Toen ik die dag, na de gebruikelijke avondlijke schadeherstel-uren, naar huis reed, heb ik wel enige malen moeten stoppen om de lachtranen uit mijn ogen te wrijven.

Maar daar gaat het nu niet om.

Waar het nu om gaat is een gedachte die via een vreemde omweg ontstond.
We wonen in een van de best mogelijke landen van de hele wereld. Hoe hard er ook mag worden afgegeven op onze overheid, hoeveel commentaar we ook mogen bedenken, Nederland is waarschijnlijk het land met het grootste aantal vangnetten ter wereld. Voor ieder slachtoffer is al op voorhand een oplossing bedacht.
Helaas worden er bij de uitvoering tegenwoordig nogal wat fouten gemaakt, maar eigenlijk mag je dat de regering zelf niet aanrekenen. Niet de overheid begaat die fouten, het zijn klungelende ambtenaren die soms voor ongelooflijke ellende zorgen. Zoals dat nu met die toeslagen is gebeurd.
Maar die klungelende ambtenaren mogen blijven, en hun baas wordt erop afgerekend.
Ministeriële verantwoordelijkheid is een raar, en corruptiegevoelig systeem.
Kwaadwillende ambtenaren hebben daardoor de mogelijkheid om een minister uit te schakelen door met opzet zijn opdrachten slecht uit te voeren.
En omdat heel vaak dat soort kwesties in de openbaarheid worden gebracht tijdens de aanloop naar verkiezingen, heb ik de indruk dat er dankbaar gebruik wordt gemaakt van die mogelijkheid.

Dat buiten beschouwing gelaten, hebben wij een liefdevolle, zorgzame overheid.
Wie in problemen komt, wordt er in principe altijd weer uitgehaald. Ik ben op dat gebied ervaringsdeskundige. Er zijn vier ambtenaren die ik eeuwige dank schuldig ben. Helaas kan ik daar verder niets over schrijven, want het is geen situatie waar ik reclame voor mag maken.
Waar ik wèl reclame voor mag maken is ons sociale stelsel. Wie zijn baan kwijt raakt krijgt WW, wie arbeidsongeschikt raakt krijgt een WAO uitkering, wie in geldnood komt zonder recht op een uitkering krijgt bijstand, wie weinig verdient kan in aanmerking komen voor huurtoeslag, zorgtoeslag, en kwijtschelding van gemeentelijke lasten, wie langdurig mindervalide wordt krijgt hulp of hulpmiddelen via de WMO en ga zo nog maar een tijdje door.
En als je dan evengoed nog buiten de boot valt dan is daar altijd nog het allerlaatste vangnet: de voedselbank.

Voor iedereen is er altijd een uitweg uit de ellende.

En dat is wat me tijdens dat korte loopje naar mijn schuur te binnen schoot: zo’n uitweg ontbreekt in dat konijnenhok in de rimboe.
Wie zo gek is om zich daar op latere leeftijd terug te trekken berooft zich van iedere denkbare ontsnappingsmogelijkheid.
Zolang je samen bent en zolang je een auto bezit dan is het nog wel uit te houden, en zal het zelfs op zonnige zomerdagen aangenamer kunnen zijn dan in  een doorzonwoning in een vinexwijk.
Maar ééns verandert dat, eens komt één van beiden alleen te staan, en ééns wordt autorijden onmogelijk. En dan? Hoe kom je dan weer terug in de maatschappij?
Een huis kopen? Als dat een optie was geweest dan hadden ze dáár wel voor gekozen in plaats van zich in dat hok terug te trekken.
Een huurhuis? Die zijn nauwelijks beschikbaar en waar kom je dan terecht in hun geval? Ergens in de Zuiderzeewijk of zo? Bastion is ook leuk. Christus te paard.

Voor een duidelijk beeld hoef ik alleen maar even mezelf in gedachten in hun situatie te verplaatsen.
Twee jaar geleden reed ik nog door heel Nederland en galoppeerde ik door het parkje naar de winkels.
En nu, twee jaar later kan ik niet meer autorijden, niet meer fietsen, en kom ik te voet ook niet erg ver.
Ik ben aangewezen op vrienden of op het openbaar vervoer. En die heb ik gelukkig allebei bij de hand.
Maar aan dat openbaar vervoer heb ik alleen maar iets zolang ik op eigen gelegenheid de bushalte kan bereiken, en daar komt ook eens een einde aan.
Dan ben ik afhankelijk van een rolstoel of een scootmobiel.
Probeer die situatie eens voor de geest te halen in het bos. Hoe kom je dan ergens?
Daar zit je dan, machteloos aan je hut gekluisterd. en waarschijnlijk kom je daar ook niet in aanmerking voor hulp van ons prachtige sociale stelsel.
Op huishoudelijke hulp bijvoorbeeld heb je geen recht als je domicilie houdt op een camping, want je woont er niet, althans niet officieel.
De wet staat permanente bewoning niet toe, en ook is het nadrukkelijk verboden volgens de statuten van de krepeervereniging.
Je bent zelfs niet de eigenaar van het hok; wat je ‘koopt’ is het unieke recht om daar te verblijven. Van dat recht mag je ieder jaar gebruik maken gedurende het hele jaar minus één dag.
Maar dan moet je wel braaf zijn, want anders mag Het Bestuur de overeenkomst zomaar ontbinden. En dan ben je je hok kwijt. En je poen trouwens ook, want restitutie van de ‘koopsom’ is in zo’n geval niet aan de orde.
Wat er in een mensenhoofd moet omgaan om zo’n contract zomaar te ondertekenen, zal ik nooit begrijpen.
Ongeleide projectielen, ongetwijfeld bijgestaan door het zelfde ‘wijze’ college dat mijn ex de vernieling in heeft geadviseerd. Het zou me zelfs helemaal niet verbazen als dit weer uit  De Slimme Plannetjesmap van De Dokter is gerukt. “Laat dat maar aan mij over; dat regel ik wel eventjes.”

Nu we het erover hebben… Ik neem aan dat ze officieel inwonen bij één van de kinderen. Want je moet uiteraard ergens een officieel adres hebben. Anders kun je bijvoorbeeeld geen bankrekening openen, of een auto op je naam zetten, en ook voor de Belastingdienst is een officeel adres nodig.
Op dat officiele adres wonen natuurlijk al mensen, dus is in theorie hulp aanwezig en heeft de achterblijver daarom ook geen recht op enige hulp van overheidswege.
Als kampeerder of als pseudo-inwoner kom je niet in aanmerking voor al die prachtige vangnetten die onze overheid heeft bedacht. Behalve zorgtoeslag, lijkt mij. Als je tenminste weinig genoeg verdient om daar voor in aanmerking te komen. Nou, dat zullen ze wel voor elkaar krijgen, vermoed ik.
Ook voor hulp via de WMO kom je niet in aanmerking, want tenslotte heb je volgens je eigen opgave huisgenoten; ook al wonen die huisgenoten in de praktijk tien kilometer ver weg.
Ook de AOW wordt dan berekend op basis van een gedeelde voordeur, gok ik zomaar. Dikke pret.
Ik durf te wedden dat, àls het ooit zover komt, er maar één mogelijkheid is: Opa of Oma echt in het huisgezin opnemen waar hij of zij nu officieel al bij woont, en ‘liefdevol’ verzorgen tot het bittere einde.

Maar dat zijn ongetwijfeld problemen waar nooit iemand aan heeft gedacht.
Denken is altijd hun zwakke punt geweest, zeker als het gaat om de toekomst. Daar is dit weer een mooi voorbeeld van.
Ik heb dit overigens allemaal bedacht terwijl ik in kleermakershouding zat in mijn persoonlijke ballenbak, zijnde mijn bed.
Het is allemaal theorie, ik heb niets nagekeken. Maar ik vermoed zomaar dat ik er niet ver naast zal zitten.

Waarom ben ik zelf eigenlijk niet in zo’n horror-situatie terecht gekomen? Waarom had ik twee jaar geleden binnen een maand nadat ik de knoop had doorgehakt dit heerlijke huis?
Nou, dat is eenvoudig een kwestie van regeren en vooruit zien. Wij hebben vanaf het begin rekening gehouden met alle mogelijke scenario’s. Meteen toen wij verhuisden naar Swifterbant hebben wij ons daarom ingeschreven als woningzoekenden. Voor alle zekerheid, want je kunt nooit weten.
Daarom stond ik meteen, toen het aan de orde kwam, bovenaan de wachtlijst.

Even heb ik getwijfeld over wat ik zal voelen als het ooit zover komt. Medelijden?
Maar nee, na alle pleurisstreken die mij geleverd zijn, of die ze geprobeerd hebben te leveren, en na alle leugens die dat tuig over mij heeft verspreid, kies ik toch maar voor leedvermaak.
Ook al weten we niet wanneer die tijdbom afgaat, ééns gaat dat gebeuren, dus de vóórpret mag ik al voelen.

In de eerste zin van deze post beloofde ik om dat andere stukje, over de oudste nazaat, in deze post te verwerken, maar dat lukt niet. Misschien later op de dag, en anders morgen.
(Inmiddels is het al ‘morgen’. Ik ben aan dat stuk begonnen, maar ik betwijfel of ik het vandaag af krijg. Het is weer zo’n groeibriljant die waarschijnlijk weer een paar dagen noeste arbeid zal vergen.)