We zijn nummers, meer niet

We dragen allemaal namen, al duizenden jaren lang. Voornamen en achternamen. Een achternaam krijg je cadeau van je voorvaderen, en je ouders bedenken er een voornaam bij, vaak zelfs meerdere voornamen. Voor als je er één verliest waarschijnlijk, of als je ouders geen keuze kunnen maken.

Er zijn achternamen die in de geschiedenis een reputatie hebben opgebouwd. Als je zo’n naam meekrijgt bij je geboorte dan verdien je aanzien zonder er iets voor te moeten doen. Een pas geoogste Rotschild, Windsor of Oranje Nassau heeft al een eeuwenoude reputatie voor de eerste luier is gevuld.
Dat kan ook in je nadeel zijn. Er zijn een paar achternamen die je beter niet bij je geboorte cadeau kunt krijgen.

Verder hebben namen steeds minder praktische waarde. We gebruiken namen om elkaar aan te spreken. Dàt nog net wel, hoewel ik vroeger iemand kende die iedereen bij voorkeur aansprak met “Hé”. Dat is ook wel praktisch, maar biedt niet altijd een oplossing. In een menigte werkt dat niet, want welke Hé bedoel je dan precies? Daarom hebben instanties nummers uitgevonden. Die zijn lekker op volgorde te leggen. Dat is makkelijker voor de administratie.

Bij de overheid ben je een BSN, bij de post ben je een postcode en huisnummer, bij je telefoonprovider ben je een telefoonnummer, op het internet een IP nummer, bij de verzekeraar een polisnummer, bij de bank een IBAN Nummer, bij tijdschriften een abonneenummer, bij de Staatsloterij een lotnummer, ik heb bij drie ziekenhuizen patiëntnummers, en de RDW herkent me aan een kentekennummer.

“Maar Hij kent je naam, weet wanneer je geboren wordt en wanneer je sterven zult.”

Vergeet het maar. Je schepper is Zijn tijd altijd ver vooruit geweest. Hij is begonnen met nummeren. Hij is de Grote Oernumeroteur. God heeft vanaf de zesde scheppingsdag al Zijn creaties een unieke barcode meegegeven. Hij kent je naam niet, zelfs voor Hem is daar geen beginnen aan. In Zijn administratie zijn we gerangschikt op onze DNA profielen. Zelfs in de hemel zijn we een nummer.