Wat ik niet kan uitstaan…

In één van de laatste weken van je leven zei je: “Wat ik eigenlijk niet kan uitstaan is dat van iedereen het leven gewoon doorgaat als ik er niet meer ben.”

Je had graag een onuitwisbaar stempel op het leven van de achterblijvers gedrukt.
Troost je, daar ben je aardig in geslaagd. Soms denk ik zelf weleens dat je daar te succesvol mee bent geweest. Iets minder succesvol en ik had wellicht wat makkelijker door kunnen gaan.

Het leven gaat door, maar niet gewoon. Het gat dat je hebt achtergelaten, is dieper, veel dieper dan ik had verwacht, terwijl we het toch 5 jaar lang hebben zien aankomen, en er vaak genoeg over hebben gepraat. Gelukkig heb je me ingewijd in alle details van het huishouden, en heb ik in die tijd ook geleidelijk alle taken moeten overnemen. Ik ben geen onverwachte verrassingen tegen gekomen. Er zijn alleen nog steeds wat dingetjes waarvan ik niet weet waar jij ze hebt opgeborgen. Ik heb alle kasten inmiddels wel een paar keer schoongemaakt en uitgezocht, en ook op zolder achter de gordijnen heb ik alles doorgelopen, maar er zijn een paar dingen nog steeds hopeloos zoek. Kleinigheden, niets om je druk om te maken. Het boek waar je een week voor je overlijden om vroeg bijvoorbeeld, omdat je dat nog een keer wilde inzien. Je noemde drie plekken waar het zou kunnen liggen. Toen kon ik het niet vinden en nog steeds ben ik het nergens tegen gekomen.

Op een bepaalde manier is het leven best aardig. Jaren geleden heb je me een paar keer gezegd: “Als je ooit een andere vrouw leert kennen, waar je gelukkig mee wordt, weet dan dat ik daar geen moeite mee heb.”  Maar daar moet ik niet aan denken. “Dat idee is geen troost, dat idee is een nachtmerrie”, heb ik toen geantwoord. En dat is het nog steeds. Het leven als vrijgezel is goed uit te houden; vooral omdat ik genoeg dingen heb opgezet om me bezig te houden als jij er niet meer zou zijn. Ik heb het redelijk druk, met mijn websites en Youtube kanaal. Ik heb er nog een website bij geopend, die ook aardig begint te lopen. Dus om bezig gehouden te worden heb ik geen andere relatie nodig. Ik mis geen partner omdat ik de eenzaamheid niet aankan. Ik mis jou omdat je mijn andere helft was.

Ik ben in mijn element, doe de dingen waar ik nooit aan toe ben gekomen, en ik heb een vrij druk sociaal leven; wat me op twee manieren verbaast. Ik vind het verbazend dat de hele vriendenclub gewoon contact blijft houden, en het verbaast me nog meer dat ik daar dolblij mee ben.

Het sociale leven is zelfs uitgebreid. Het contact met “de kikker” wordt intensiever (ik vermijd het gebruik van namen omdat ik niet wil worden bezocht door vreemdelingen die op het internet zoeken naar namen die ik heb genoemd). We gaan regelmatig wandelen, terrasjes pakken in Amsterdam, en onder het wandelen praten we over de meest uiteenlopende dingen. Ik ben een stuk of 6 keer op stap geweest met de kabouters naar pretparken en dierentuinen. Ik denk vaak: “Ach, hier had je bij moeten zijn, wat zou je hiervan hebben genoten.” 

Het komt ook voor dat ik denk: “Help, was je maar hier. Hier word ik gek van.” Wanneer ik iemand ontmoet, die sympathiek lijkt, maar waarmee een gesprek ontstaat met een hoog “zwembad-gehalte”. Dan weet jij meteen wat ik bedoel. Zo’n egotripper die alleen maar over zichzelf kan praten.

Van sommige gesprekken met aspirant vrienden/kennissen word ik radeloos, wanhopig, vertwijfeld. Als ze mij bijvoorbeeld ongevraagd een uitgebreide handleiding weduwnaar dicteren: Wanneer ik moet ophouden met huilbuien, wanneer ik moet beginnen met glimlachen, wanneer ik mag beginnen met grijnzen en schaterlachen, wanneer het tijd wordt om jouw dierbare “tuttelspullen” op te ruimen, wanneer ik weer feestdagen moet vieren. Dat zijn altijd mensen die zelf geen enkel idee hebben wat het weduwnaarschap voorstelt. Of als iemand me, na één blik op je foto, zegt: “Je moet maar gauw een nieuwe vrouw vinden.”  Huh? Het ergste is, dat ik me dan nog ga verdedigen, dat ik uitleg waarom dat niet aan de orde is, in plaats van kort te zeggen: “Je raaskalt. Mag ik dat misschien zelf bepalen?”
Ook geslaagd is het, als iemand spontaan diep in mijn ziel probeert te graven, als toevallig ter sprake komt dat ik al vanaf mijn jeugd slaapproblemen heb. Het is mijn ziel. Mijn ziel is Streng Verboden Toegang voor Onbevoegden. Artikel 461 Wetboek van Strafrecht. De enige bevoegde was jij.

Zelf vind ik het altijd prettig als je tijdens een gesprek allebei aan het woord komt. Om beurten een paar zinnen uitspreken. Iets zeggen waar de ander op reageert, waarop jij weer reageert. Maar dat hoef ik jou niet uit te leggen; ik heb het van jou geleerd. Een goed gesprek is een groeiproces waarmee je elkaar uren lang aangenaam bezig kunt houden.

Dat is iets heel anders dan een gesprek van ruim 2 uur, waarin je de hele levensloop van de ander verbaal toegediend krijgt: alle betrekkingen, reizen, ervaringen, verdiensten, een overzicht van alle woonplaatsen, zonder dat je iets wezenlijks van de verteller hoort. Hoe denk je over dieren? Als je een spin in huis ziet, draag je hem dan voorzichtig naar buiten, of komt er dan een bruut einde aan een spinnenbestaan? Houd je van muziek of van Hazes? Heb je weleens een oester gegeten zonder een vies gezicht te trekken? Hoe denk je over het milieu? Zie jij liever windmolens of bomen in de polder? Ben je weleens midden in de nacht opgestaan om stiekem tegen de boom van de buren te pissen? Wat doe je als je een gewond musje vindt? Hoe denk je over de “grote grazers” in de Oostvaardersplassen? Wat vind je van filatelie vóór het huwelijk? Aan wie heb je een grotere hekel: Trump, Wilders, Poetin of Kim Jong-un? Wie vind je sympathieker: Mohammed, de Dalai Lama, Boeddha of Jezus? Als je iemand ongestraft mocht vermoorden (zeg maar met een license to kill), wie zou je dan kiezen? 

Een prettig gesprek wordt ook niet geboren wanneer je zelf één keer kans ziet om een piepklein opmerkinkje te plaatsen als introductie op je eigen sprankelende favoriete vertelling, om dan direct weer te worden afgeserveerd met: “Oh, daar weet ik alles van. Toen ik eens…”. Et cetera.

Of: “Dit is best een mooi huis. Wat kost dat nou, als ik vragen mag?” “Ik huur het want toen we hier kwamen wonen, was er nog geen convenant geteke…” Bruut einde van een zin: “Oh nee, ik heb in mijn hele leven nooit een huis gehuurd. Ik heb altijd gekocht. Ik moet er niet aan denken. Huren is geld in het water gooien. Mijn eerste huis was een flat in Kletsmuiden, daarna een huis in Kakelveld, toen Wauwelhoek, Kwebbeldam, Snoefterp, Leuterbroek, Zeykhuizen. Altijd koophuizen.”

Zulke gesprekken zijn als woestijnwinden. In plaats van zandkorrels worden er doelloos woorden verplaatst. Er groeit niets, er komt niets uit voort, het levert niets op, het vreet alleen maar energie. Jij kent die gesprekken. Je hebt er honderden meegemaakt bij het zwembad van ons geliefde Santa Margarita in Benidorm. Jij was daar tegen bestand. Jij hoorde ze allemaal met een eindeloos geduld aan want: “die mensen willen ook hun verhaal kwijt.”

Permanente koppeling naar dit artikel: http://www.vanweezep.info/wat-ik-niet-kan-uitstaan/