Waar ik trouwens best wel een beetje nieuwsgierig naar ben

Aangevuld en opgepoetst op 11 juli 22:00

Volgens de berekening die door hullie werd verstrekt aan Rechter nr. 1 had de helft van de zaak per overnamedatum een waarde van plm € 10.000,-.
Volgens de berekening die door hullie werd verstrekt aan Rechter nr. 2 had de helft van de zaak per overnamedatum een waarde van plm € 400.000,-.

En beide versies werden met strakke gezichten ingeleverd en met een reeks ijzersterke argumenten onderbouwd, in de volle overtuiging dat ze allebei volkomen correct waren. In het zelfde universum, in de zelfde dimensie en op de zelfde tijd en plaats.
Twee tarieven door dezelfde figuren op tafel gekledderd: Tienduizend flappen en vierhonderdduizend flappen voor dezelfde overname van het zelfde halve bedrijf op dezelfde datum.
Zonder zelfs maar éven met de ogen te knipperen. Zelfs Baudet en Wilders samen zouden dat niet voor elkaar hebben gekregen.

Maar hoe het ook zij: Op die overnamedatum ter waarde van zowel € 10.000,- als € 400.000,- werden ze bevrijd van het juk waar ze al die jaren zwaar onder gebukt waren gegaan (voor de minder goede verstaander die niet genoeg heeft aan een half woord: het juk = de Baas dus).
De feitelijke Bevrijding vond overigens verifieerbaar al ruim drie jaar eerder plaats, want toen reeds werden de plannen van de Baas rechtstreeks in de prullenbak gedeponeerd, en werden louter Hun Eigen Briljante Ideeën uitgevoerd, zoals bijvoorbeeld die geniale webwinkel en dat vlammende maatschappijkritische weblog.
En, niet te vergeten, al was dat iets later, die voorgenomen fusie met die andere geniale geesten, plus uiteraard dat slimme, veelbelovende DVD-inlay initiatief.
Is er iemand die daar iets negatiefs over durft te zeggen? (Ik tel niet mee, want ik sta in de hoek en wie in de hoek staat mag niet meedoen).

Misschien moeten we wel nòg verder terug in de tijd. Want riepen ze niet zelf al tijden lang op jubeltoon dat “Zij de zaak hadden opgebouwd”?
Maar wanneer zijn Ze dan exact begonnen met opbouwen? Dat raadsel probeer ik al weken lang te ontsluieren. Tot nu toe zonder succes. Maar ze vertellen ook nooit iets. (Nou. Nooit wil ik niet zeggen, maar niet vaak iets dat waar is, is misschien beter uitgedrukt. Maar schreeuwen kunnen ze. Dat dan weer wel.)
De Baas was er in ieder geval niet bij, anders had hij dat met zijn nietsontziende haviksogen moeten waarnemen. En dan laten we zijn bionische brillenglazen gemakshalve nog buiten beschouwing.
Dus zal het waarschijnlijk in de periode zijn geweest dat de Baas iedere dag druk was met computers bouwen, verkopen en installeren; ook  bekend als de tijd waarin de Baas iedere week wel een paar nachten mocht werken om Hun achterstanden in te lopen.
Eveneens de tijd waarin de Baas druk bezig was met het moderniseren van de zaak. Op de achtergrond begeleid door het gebulder van zijn zakelijke wederhelft. Belichters, scanner, OPI systeem, software, kopieerkast, plotters, printer die geschikt was om drukproeven mee te maken, etc. zoeken en kopen. In Engeland kocht ie zelfs nog een keertje 2 belichters en een heel OPI systeem, nieuwwaarde samen 370.000 guldentjes, voor minder dan 50.000 piekies op een veiling.
En hij moest manieren bedenken om ze te betalen, niet te vergeten.
Soms ook een manier bedenken om niet te hoeven betalen. Zoals die kopieerkast ter waarde van 35.000 aftandse guldentjes.
De Baas werd dealer en als dealer krijg je er één voor in de showroom. Na twee jaar wordt hij afgeschreven. Hij verdwijnt dan uit de boeken, maar niet uit ‘de showroom’.
Ook was dat de tijd waarin Zij de betalingen gingen doen omdat de Baas daar geen tijd meer voor had. Eindelijk, na achttien jaar was de tent geen eenmansbedrijf meer. Noodgedwongen.
Wat een Zakkenwasser, die Baas zag geeneens geen kans om drie full time banen bij te houden.
Zij zagen toch ook kans om kaarten, voetbalcommentaar en wat werk te combineren? En gewoon in 7 uur per dag, hè? Niks nablijven. Laat de Baas dat maar lekker zelf doen.
Waarom kon hij dat dan niet? Waarom moest hij daar af en toe het klokkie rond voor werken? Sukkel.
Dat was ook de tijd waarin 20.000 ouderwetse guldens werden overgemaakt naar de advertentie-oplichters waar alle kranten het toen druk mee hadden.
Ze hoefden alleen maar op te bellen: “Wij hebben 6 maanden geleden telefonisch afgesproken dat u wilt adverteren in ons nieuwe full colour tijdschrift voor terminale blinden voor een gereduceerd tarief van fl 495,-. Ik ga u zo een drukproef faxen. Wilt u die alstublieft per direct voor accoord tekenen, terug faxen, en de bijbehorende factuur betalen, want de drukker staat er op te wachten. Dank u wel.”
Een weekje later belt een andere uitgever: “Ik ga u zo een proefdruk sturen voor de afgesproken advertentie in ons Tijdschrift voor Overleden Blinden. Wilt u… etc”
Vervolgens belt een volgende uitgever met wie een advertentie schijnt te zijn afgesproken in een tijdschrift waarin tweedehands blindengeleidehonden worden aangeboden. Etc., etc.
“Acht maanden geleden heeft u een advertentie opgegeven voor ons tijdschrift voor Dierencrematoria. Straks ga ik…”
In die jaren was dat een bij iedere Nederlander bekende Gouden Handel voor semi-bestaande uitgevers in de driehoek Groningen – Meppel – Emmen.
Behandeld door de Telegraaf, AD, Volkskrant, Parool, Trouw, Gelderlander, Dagblad van het Noorden, Tubantia, Radar, Opgelicht, alle vakbladen en alle talkshows. Maar helaas nooit in de sportsectie.
En dat ging zo week in, week uit dóór tot de teller op 20.000 ouderwetse flappen stond. Toen werd de Baas opgebeld, terwijl hij op tournee was in Engeland, jankend: “Baas, ik weet niet wat ik moet doen. Ik word steeds opgebeld over advertenties…”
“Stuur ze maar door naar mij.”
“Ik heb 6 maanden geleden een afspraak gemaakt met meneer X over…, en nu word ik opeens doorgestuurd naar u. Daar snap ik niets van.”
“En die afspraak heeft u meteen bevestigd?”
“Uuuuuuuh. Nee. Dat doe ik nu.”
“Jammer dan. Als ik een afspraak maak dan bevestig ik hem meteen (“Niet waar, je liegt. Dat flik je altijd.” “OK, maar dit was om bestwil, hoor.”). Dat zou u ook moeten doen; dat scheelt zó veel misverstanden. Ja hoor, graag gedaan. Veel succes verder. En niet vergeten hè, volgende keer direct bevestigen. Zullen we afspreken dat je dat binnen 48 uur doet?”
Kijk, dat is nu het verschil tussen bazen en knechten. Knechten maken paginaatjes op en scannen fotootjes en dergelijke. Bazen doen dan dat niet. Bazen doen belangrijke dingen. En voor belangrijke dingen ga je niet iedere dag 7 uur lang  in een kantoor zitten.

Terwijl zij aldus razend druk waren met advertenties plaatsen en betalen, verhuisde de Baas in zijn eentje de tent om te voorkomen dat iemand nog meer vertraging zou oplopen.
En ook was het de tijd waarin de stille reserves van 500.000 guldentjes die de Baas met zijn versie van slimme plannetjes had opgebouwd, spoorloos verdwenen. Zomaar, verdampt, pleite.
“Huh, heb je achter de Bank gekeken?”
“Wie kijkt er nou achter de Bank, halve zool?”
Maar toch: Trots, kaarsrecht, fier, met opgeheven hoofden: “Wij.Zijn.Degenen.Die.De.Zaak.Hebben.Opgebouwd!!!Een.Beetje.Respect.Dus.Graag!!!Ja!?!”
Ook de tijd waarin zelfs de goodwill werd verkloot vermist, omdat er op de Winst- en Verliesrekening geen winst meer te bekennen viel. Ook zomaar, verdampt, ook pleite. Geen spoor meer van terug te vinden. Hoewel, een spoor van etentjes en kabelgoten mogen we misschien meerekenen.
En dat werd heel parmantig ‘opbouwen’ genoemd.
Het waren Bezige Baasjes, Ondernemende Geestjes.
In Hun Dromen & in De Nachtmerries Van De Baas.
Die daarom ook niets anders wist te bedenken dan gillend & badend in het angstzweet de deur uit vluchten.
“Poe hé, net op tijd. En dat op mijn leeftijd.”
“Hoor ik iemand iets over tijd zeggen? Is het al half vijf dan?”

Daarna hebben ze nòg eens 7 jaar de tijd gehad om de tent ongeremd helemaal naar Hun Eigen Vlijmscherpe Zakelijke Inzichten op te bouwen.
Mèt hulp, nota bene van de aller-, aller-, aller-beste Bedrijvendokter van heul Nederland.
“Echt waar?”
“Natuurlijk. Lieg ik weleens?
Vooruit, het was niet helemaal 7 jaar; er gingen een paar minuten vanaf om 3 keer dezelfde email naar die ex-Baas te sturen: “We kunnen nog niet tekenen want de bank ligt dwars.”
Sorry, ik word oud en vergeterig; de Baas heeft één keer, een uur na de standaard email, nòg een andere unieke email ontvangen: “Als er niet gauw wordt getekend dan is het einde verhaal.”
Het sloeg nergens op, maar het zal ongetwijfeld een fijn gevoel hebben gegeven. Het is wel jammer dat je in een email geen deciBellen kunt gebruiken. Er gaat zoveel van ‘de kracht’ verloren. Natuurlijk kun je hoofdletters gebruiken, of een grotere tekst. Maar dat heeft toch niet de impact van ‘de kracht van dB’.
“Weet je wat, ik ben in een gulle bui, we rekenen een hele dag voor die drie emails.”
“Doe nou niet zo lullig kerel, doe er nòg een dag extra bij. Om de email te controleren op taalvauten.”
“Goed idee, Dank je, dat kan zeker geen kwaad, want taal was eerlijk gezegd niet ècht hun ding. Je kunt nu eenmaal niet overal goed in zijn. Een zaak opbouwen en dat dan ook nog eens in fautloos Nederlands doen, dat lukt geen mens.”
“Echt niet?”
“Nee joh! Denk je echt dat dat mogelijk is? Vergeet je de koffiepauzes niet, en tijd voor voetbalcommentaar en slimme plannetjes?”

Ik doe het weer, zucht. Terug naar die 3 emails voor de Baas. Die emails waren nodig want die Baas zeurde maar constant dat het contract getekend moest worden.
En daar moet je toch heel af en toe op reageren, want je moet toch op zijn minst doen alsof je ècht van plan bent om ooit te tekenen. Schijn ophouden, weet je wel. En intussen in de omgeving toeteren dat de Baas zelf juist weigerde te tekenen.
Dus. Om van dat gezeik van die Vervelende Gek af te zijn stuur je die Vervelende Gek maar af en toe een emailtje.
Dat moesten ze er ook nog allemaal bij doen. En allemaal binnen 7 uur per dag. Respect! Eén keer per half jaar een kopie van een email sturen en één keer een hele nieuwe bedenken.
“Met of zonder vaut?”
“Ik self denk mèt.”
“Eén of twee?”
“Doe dan maar twee; voor alle sekerheit.”
“Sou dat genoeg zijn?”
“Hoefeel denk jij dan?”
“Dat weet ik pas as ik um af hep.”
“Ik sie ut al, ik fraag ut wel ff aan de Boas.”
“Nee, dat ken niet meer.”
“Romnie?”
“Die fertraut ons nie meer.”
“Gelijk heppie.”

Maaaaaaaaaaaaaaaaaaaaar: Wat moet de andere helft van de zaak na die extra 7 jaar Briljant Ondernemerschap dan wel niet waard zijn geweest?
Een DreamTeam, in samenwerking met de Beste Bedrijvendokter van heul Nederland nog wel?
Dat moet nondeju toch wel een bedrag van jewelste zijn  geweest. Alle omstandigheden waren ideaal. Een ideaal team, zonder die Duivel die altijd in de weg liep.
Op een ideaal speelveld want juist in die tijd waren, net als nu, in ieder hoekje mogelijkheden voor nieuwe formats te vinden, klaar om te worden uitgerold.
In de tijd die ik nodig heb gehad om dit stukkie te schrijven zijn er, alleen al in Nederland, minstens 84 succesvolle bedrijven gestart en naar De Beurs gegaan..
Als verzachtende omstandigheid moet ik melden dat ik niet erg snel schrijf/tik/typ. Zo eerlijk ben ik dan ook wel weer.
Maar de winst moet in ieder geval hebben gespoten als een gloednieuwe brandslang.
“Zo’n dikke Amerikaanse, ken je die? Alleen die koppelingen, alleen dáárdoor zou je al bijna spuitgast worden.”
Dus reken maar dat die tweede helft een bedrag van heb-ik-jou-daar heeft opgeleverd.
Dat moet minstens een feelvaut veelfaud veelfout feelvoud veelvoud zijn geweest van die eerste helft van € 10.000,- / € 400.000,-.

Het was in ieder geval genoeg om een vrijstaande bungalow in een lommerrijke omgeving te kopen. Dat staat vast.
Maar was het méér dan genoeg, véél meer dan genoeg of gewoon nèt genoeg? Leven er stiekem miljonairs in Het Bos? Of arme sloebers, misschien wel aangewezen op De Voedselbank? Thàt is the question! My dear Watson.
Huh??? Dat is vaut hoor, Watson hoort bij Sjerlok Hoolms, sukkel. Niet bij Sjeekspier.”
Wie weet het antwoord? Goede antwoorden mogen naar mij worden gestuurd. Discretie verzekerd. Mijn lippen zwijgen.
Voor vaute faute voute foute antwoorden heb ik geen belangstelling, stuur die maar naar De Bungalow. Daar woont een verzamelaar. Hij heeft zijn album bijna vol.
Ik had het natuurlijk ook kunnen opzoeken, of uitrekenen aan de hand van de financiële verslagen. Maar daar had ik geen zin in. Want dan had ik dit stukkie niet kunnen schrijven.
Wordt vervolgd.