Van een tosti en op hol geslagen hersens

Omdat ik, dankzij het koelkastkoken van gisteren en eergisteren, mezelf had opgezadeld met een restje spinazie en een gekookt ei, ontstond er voor de lunch spontaan een soort open tosti met kaas, spinazie, ei, ui en pijnboompitten. Voor herhaling vatbaar.

Ik ben heel andere dingen aan het doen dan ik voor vandaag had gepland. Dat komt doordat mijn hoofd op hol is geslagen, maar niet op een onaangename manier. Ik laat het hoofd zijn gang maar gaan en merk wel waar het terecht komt. Het hobbelt of galoppeert in alle richtingen zonder dat ik de logica snap. Ik ben het spoor van het hoofd bijster.

Het begon met, vraag me niet waarom: ‘Één ding staat vast in het leven, en dat is dat niets zeker is. En soms twijfel ik daar zelfs aan.’ Uitleg is welkom. Goede inzendingen mogen naar mijn eigen adres worden gestuurd; foute inzendingen graag naar Vluchtelingencentrum Larserbos. Dat is een populaire stortplaats voor fouten.

Enige denktijd later, en alweer ontbreekt een duidelijk motief, kwam de gedachte boven dat mijn dochters drieëneenhalf jaar na de scheiding besloten dat ze toch eigenlijk met die scheiding geen genoegen konden nemen. Dat was nadat ik bij nummer 1 de trap had geschilderd, en nadat Coby bij nummer 2 wat interieurwerk had gepleegd, gordijnen genaaid (of zoiets), en nadat ik nummer 2 een aantal malen financieel uit een kuil had geholpen waarin ze zichzelf had begraven.
In gedachten hoorde ik een denkbeeldige stem: ‘Maar moet je daar niet over praten met hem? Het uitleggen, proberen het goed te maken. Waar twee vechten hebben twee schuld, misschien. En er zijn nog wel meer mogelijkheden. Wie zegt dat het allemaal waar is wat je verteld is?’
‘Uitleggen??? Waarom? Het is mijn vader maar, hoor. Het is mijn familie niet,’ kwam spontaan als antwoord mijn grijze cellen in gedaverd.

Terwijl ik dit schrijf, schiet me plotseling te binnen hoe mijn hersens hier zijn gekomen. Ik heb het spoor terug gevonden. Het begon toen ik tijdens dat richtingloos denken in mijn agenda keek en een koffieafspraak zag staan. Automatisch denk je aan wat je niet moet vergeten te vertellen. Mijn spontane bezoek van vorige week dinsdag, en waar we het over hebben gehad. We hebben anekdotes opgehaald, loopbanen uitgewisseld, alle wereldproblemen even tussendoor opgelost, kindsoldaatje Greta Thunberg terug gestuurd naar haar schooltje. Als laatste onderwerp hadden we het over de eisen die we stellen aan vriendschap: integriteit en oprechtheid.

In dat laatste onderwerp ben ik blijven hangen, omdat ik de brief aan mijn huisarts nog open heb staan op mijn scherm. Integer zijn de artsen allemaal, daar maak ik me geen zorgen om. Waar ik wel bezorgd om ben is de oprechtheid van de artsen. Die is ver te zoeken, heb ik in de laatste maanden helaas weer mogen ervaren.
Daarna sprongen mijn hersens naar een gesprek dat ik vorige week had met iemand die ook de grenzen van de oprechtheid aan het verplaatsen is door met kleine speldenprikjes te proberen om een stukje geschiedenis zo ver om te buigen dat, met heel veel pijn en moeite, ik als (micro-)boosdoenertje kan worden aangesteld. Oprechtheid: zero points. Dat gaat recht gezet worden.

En toen de onderwerpen integriteit en oprechtheid aan de orde kwamen werd ik automatisch terug gezogen, de beerput van het verleden in. Ik moet daar meteen weer uit klimmen, want die stank, daar heb ik vandaag helemaal geen zin in.
Soms is het leuk; dan schep ik met plezier al die shit op om het uit te storten over die figuren die die put hebben gevuld met hun verbale diarree.

Maar vandaag niet.