Toeval in het kwadraat

Een man krijgt in zijn hele leven gemiddeld 7200 zaadlozingen, waarbij hij in totaal ruim 5 emmers sperma produceert, en ongeveer een biljoen zaadcellen. Wie er zijn hobby van maakt, of zijn beroep, kan makkelijk een veelvoud hiervan bereiken; in principe is de capaciteit nagenoeg oneindig. Het mannelijk lichaam produceert op afroep.

Een vrouw krijgt al bij haar geboorte ongeveer een miljoen eicellen mee; daar zal ze het haar hele leven mee moeten doen. Op is op.

Alle zaadcellen van mijn vader en de eicellen van mijn moeder waren dus samen goed voor een biljoen maal een miljoen, is 1.000.000.000.000.000.000, een triljoen verschillende combinaties, of verschillende mogelijke individuen. Van al die mogelijkheden was ik er maar één. De kans dat ik ooit geboren zou worden was dus 1/triljoen.

Dat zelfde geldt voor iedereen, ook voor mijn al dan niet dierbare lezertjes. Wees dus maar blij; jullie zijn, net als ikzelf, door het oog van de naald gekropen.

Ook mijn ouders hadden allebei een kans van 1 op triljoen om ooit geboren te worden, en als zij allebei niet waren geboren, of als zij elkaar niet hadden gevonden dan hadden hun zaad- en eicellen nooit de kans gehad om samen te smelten tot zoiets moois als ik ben. Hun kansen moet ik dus meerekenen in mijn kans om geboren te worden.

Dat zelfde geldt voor al mijn voorouders. De stamboom is in dit geval een omgekeerde kerstboom; ik heb twee ouders gehad, 4 grootouders, 8 overgrootouders, 16 betovergrootouders. Iedere voorgaande generatie is 2 maal zo groot, en al die voorouders hebben precies dat ene zaadje en dat ene eicelletje moeten uithuwelijken om uiteindelijk mij geboren te laten worden. Dat gaat zo terug in de tijd tot aan de bron van het leven. Of die bron in het Paradijs gezocht moet worden of in de oersoep maakt niets uit. Eén gebroken schakeltje in die hele ketting waaruit ik ben voortgekomen en ik zou er nooit zijn geweest.
Honderden miljoenen jaren, miljoenen generaties lang is precies alles zó verlopen dat mijn ouders op 21 augustus 1948 een roodharig freggeltje konden voorstellen aan de wereld, “Johan Louis, en we noemen hem Loekie”.
Een griepje anderhalf miljoen jaar geleden, een beenbreuk in de middeleeuwen, één keer: “vandaag niet, ik heb hoofdpijn”, en ik zou nooit de kans hebben gehad om dit stukje te schrijven. De Chaostheorie van Lorenz in de praktijk. Dat is iets anders dan die  hypothetische vlinderslag in het Amazonegebied als oorzaak van een tornado in Texas maanden later.

Dat hele voorgeschiedenisboek meegerekend is de kans dat ik ooit geboren zou worden dus niet eens 1 op triljoen maar 1 op oneindig. En toch ben ik geboren.

Is dat niet toevallig? Het kan nog toevalliger.

Het heelal bestaat al tientallen miljarden jaren, en gaat daar nog wel even mee door. Misschien wel voor altijd; of de hele zooi stort weer in tot een singulariteit waaruit een nieuwe oerknal weer een nieuw stelsel kan vormen. Voor gelovigen bestaat het heelal weliswaar korter, maar is God (en dus ook de tijd) er altijd al geweest.

In beide gevallen is de tijd derhalve ook oneindig of komt daar aardig bij in de buurt. De kans voor ieder organisme, elk mens, dier of plant om op een bepaald moment in de tijd te bestaan is dus ook 1 op oneindig. Samengevoegd met de zaadcellenlotto is mijn kans dat ik uitgerekend nu zou kunnen leven derhalve 1/∞². Kansloos tot de tweede macht, totaal onmogelijk; en toch leef ik nu.

Daaruit moet een conclusie getrokken kunnen worden, maar welke?