Sommige dagen zijn cadeautjes, waar je ook nog van leert

Sommige mensen kun je tientallen jaren niet spreken en dan toch, als je elkaar weer ziet, dan pik je de draad moeiteloos op, alsof je elkaar vorige week nog hebt gesproken.
Het bier vloeide rijkelijk, maar dat hadden we ook hard nodig om de stembanden niet knarsend te laten vastlopen.
Vroeger konden we al verhitte discussies voeren, met harde tegenstellingen. Ook gisteren hadden we dat weer en dat brengt je dan weer samen aan het denken. Waarom kun je met sommige mensen bekvechten zonder ruzie, en waarom eindigt bij anderen een verschil van inzicht in opgewonden koppen en schreeuwpartijen? Als je goed bevriend bent met elkaar, als je respect voelt voor elkaar, dan kun je iedere discussie aan; dan overleeft die vriendschap ieder meningsverschil, was de eerste conclusie. 
Dat voerde ons in de goede richting maar was nog geen volledig antwoord, want wanneer voel je respect voor iemand? Welke eisen stel je aan vriendschap? We kwamen allebei tot de zelfde conclusie. Wij kunnen allebei alleen maar vriendschap en respect opbrengen voor mensen die integer en oprecht zijn.
Daar moet je 71 jaar oud voor worden om zoiets fundamenteels in je eigen leven zo duidelijk te kunnen formuleren.

Pas toen begreep ik mezelf. Waarom ik momenteel weer pissig ben op een paar mensen, en waarom ik een aantal mensen uit mijn verleden nog steeds niet met rust kan laten. Ik heb wel altijd duidelijk gemaakt wat me dwars zat, het liegen, bedriegen, de charme-offensieven, de valse spelletjes, de houding van iedereen. Maar was is het fundament van mijn wrevel? Dat fundament bestaat uit die twee eenvoudige woordjes: integriteit en oprechtheid.
Ik kan met mijn hand op mijn hart verklaren dat ik in mijn hele leven nooit iemand heb belazerd, nooit iemand tekort heb gedaan, zelfs nooit heb geprobeerd iemand te tekort te doen. Gelogen heb ik wèl hoor. Wees daar maar niet bang voor; iedereen liegt meerdere malen per dag. Anderen doen dat om er zelf beter van te worden of beter door te lijken. Als ik loog dan was dat juist met de bedoeling om mensen niet te kwetsen. Dat doet niets af aan de oprechtheid en integriteit.

Omgekeerd kan ik dat van niemand uit mijn verleden zeggen, echt van helemaal niemand. Iedereen was constant bezig met toneelstukjes, schijnbewegingen, leugentjes en leugens, zielige pogingen om de waarheid te verminken. En als dat niet lukte, dan werd er uitgeweken naar de dooddoeners en de ontwijkende antwoorden.

Ik heb vanochtend een turflijst gemaakt met iedereen erop die zich actief heeft bemoeid met die zotte oorlogen, en met iedereen die er uitspraken over heeft gedaan. Maar niemand voldeed aan die twee basiseisen waar ieder mens met een greintje fatsoen aan zou moeten voldoen.
Zelfs als ik verder terug ga in de tijd, want ook daar hebben we het gisteren uitvoering over gehad, dan was iedereen, behalve mijn vader en ikzelf, voortdurend bezig met egoïsme, egocentrisme, zelfverheerlijking.
We hebben een paar sleutelmomenten uit de geschiedenis doorgenomen; de samenwerking in de zeventiger jaren, de breuk in 1980, de spelletjes toen mijn broers bergafwaarts gingen met hun bedrijf, daarna de jarenlange misbruik van mijzelf met nooit nagekomen beloftes, en vervolgens alles dat tussen de twee bedrijven gebeurde na januari 1997. Hoogtepunt, of dieptepunt werd uiteraard bereikt in de jaren vanaf 2001, toen iedereen echt helemaal volkomen knettergek werd.

Niemand, afgezien van ikzelf, is ooit serieus bezig geweest met waar ieder familiebedrijf van afhankelijk is: teamgeest. Integendeel iedereen’s uitgangspunt was altijd: ‘Hoe kan ik er voor mezelf iets extra uit peuteren?’