Roddelen is leuk

Nee, dit gaat nu even niet om mijn vorige leven; ook al veren de leden daarvan na het lezen van de kop van dit stukje meteen overeind: “Ja as er iemant fan roddulu hout dan ben jij dat wel.” Nee, sorry, fout, verkeerd. Roddelen doe je achter iemands rug om. Dat is de kern van roddelen, het onderwerp mag het niet weten en mag ook de kans niet krijgen om te reageren. Zie Wikipedia en van Dale.

Ik heb mijn verhalen juist altijd open en bloot geplaatst, zichtbaar voor het oog van de hele wereld, inclusief de onderwerpen. “Steek maar in je zak, en doe er iets mee.” Bij mij heeft ook altijd iedereen de kans gehad om te reageren, ook open en bloot. De reactiemogelijkheid heeft 7 jaar jaar open gestaan, zodat iedereen de kans had om ongecensureerd zijn mening te ventileren. Nooit heeft iemand daar gebruik van durven maken. Maar reken maar dat er achter mijn rug om wel degelijk heftig is gereageerd op mijn berichten. Sterker nog, de ruis van die verhalen heeft mij weer wel bereikt, via ex-buren bijvoorbeeld, die mij in geuren en kleuren verslag deden over withete gezichten die schuimbekkend hun mening ventileerden over dingen die ik had geschreven, of foto’s die ik had geplaatst. Deze foto bijvoorbeeld heeft, volgens de verhalen, iemand ooit aan de rand van absolute razernij gebracht, en daarover uitgebreid die razernij gedeeld met zijn omgeving. Uiteraard zonder mij daarop aan te spreken. Kijk, en dat is nu weer wèl roddelen. Ik vraag me overigens nog steeds af waar die razernij toen op was gebaseerd. Daarover kan ik dan alleen maar denken: “Als iemand zich op één of andere manier in deze foto meent te herkennen, dan zal hij daar wel een reden voor hebben.”

Tweederde deel van onze gesprekken schijnt te bestaan uit roddel en achterklap. Het is een geaccepteerd fenomeen. Je voelt je beter als je de kans krijgt een ander de grond in te boren. Vooral als die ander het niet hoort en geen antwoord kan geven, want dan kun je ook geen ruzie krijgen. Het onderwerp van die roddel wil je ook niet kwijt; daarmee blijf je gewoon op goede voet zodat je daarmee morgen weer kunt roddelen over anderen.

Als we zelf moe zijn van het roddelen, gaan we op de bank zitten, met koffie en koek, of bier en borrelnoten, en vermaken ons met anderen die de roddel beroepsmatig bedrijven. Het is een hele bedrijfstak met een omzet van waarschijnlijk honderden miljoenen euro’s per jaar, uit tijdschriften, websites en TV programma’s.
Frits Wester vertelt ons uitgebreid wat Mark Rutte vandaag allemaal verkeerd heeft gedaan, en wat hij daarom morgen voor problemen mag verwachten. Als hij daarover met iemand spreekt, dan is dat nooit met Mark Rutte zelf. Dat is in strijd met de etiquette, dus laat hij uitsluitend de natuurlijke vijanden van Mark aan het woord, die het zelf heel anders zouden hebben gedaan. Zelfs als Mark kans zou zien om morgen iedereen in Nederland een extraatje van een miljoen euro te bezorgen, dan zou de linkse oppositie geschokt reageren: “Er zat zoveel meer in, dit is weer een gemiste kans”, gevolgd door Wilders: “Dat geld had gebruikt moeten worden om Nederland te deïslamiseren, om Nederland weer terug te geven aan de Nederlanders.”

Alle zogenaamde praatprogramma’s, of het nu over actualiteiten gaat of over die vreemde bezigheid die we sport noemen, zijn niets anders dan opgepimpte roddelshows. Natuurlijk mag je de deelnemers geen roddelaars noemen, al zijn ze het wel. We vermommen ze als “analist” of “recensent”, desnoods als “stylist”. Alles om anderen door het slijk te kunnen halen. Slijk is leuk, zolang anderen er doorheen rollen. Tegenwoordig staan de beste stuurlui niet meer aan wal, ze zitten comfortabel aan een “desk” in een centraal verwarmde studio om te vertellen wat anderen allemaal fout doen. Wat Trump fout doet (daar zou ik ook wel een programma mee kunnen vullen), wat Willem-Alexander allemaal fout doet, wat Michael van Gerwen en Ajax allemaal fout doen, de foute kleding van BN’ers, de foute houding, het foute kapsel. En in al die programma’s komen buitenstaanders aan het woord, die hun mening over anderen mogen ventileren. Zodra bekend is wie wij volgend jaar naar het Eurovisie Songfestival sturen, dan mag die afvaardiging in enkele woorden uitleggen waarom hij of zij daar zo blij om is, maar daarna gaat de camera direct naar alle andere deskundigen die vervolgens weken de tijd krijgen om hem of haar tot het bot te fileren.

Ik kan me de reacties nog goed herinneren toen bekend werd dat Anouk met haar nummer Birds zou deelnemen aan het Eurovisie Songfestival 2013. Anouk is gelukkig opgetrokken uit beton, want anders zou ze waarschijnlijk van een viaduct zijn gesprongen. Gordon “werd depressief van dat lied” en gaf haar geen schijn van kans. Hoeveel dat zegt over zijn muzikale inzicht, is intussen bekend. Maar eigenlijk wisten we dat al vanaf 2009 toen de als huppelende kerstbomen opgetuigde glitterboys zichzelf en Nederland belachelijk wisten te maken met dat verschrikkelijke “Shine”.

Waarom zijn wij verslaafd aan de roddel? Waarom kunnen we niet zonder lasterpraatjes? Waarom zijn we zo druk bezig met de fouten van anderen?

Gewoon, omdat wij zelf daardoor iets beter lijken dan we zijn. Door anderen de grond in te boren, lijken we zelf een beetje te stijgen. Net hoog genoeg om op anderen neer te kunnen kijken. Roddelen is de makkelijkste manier om zelf promotie te maken op de maatschappelijke ladder.
Je hoeft zelf geen capaciteiten te hebben om de capaciteiten van anderen te kleineren. Wat dat zegt over de kwaliteit van onze prietpraatprogramma’s, dat laat ik graag aan de analisten over.