Plezier in het leven

Coby en ik hebben samen heel wat ellende meegemaakt. Dat hoef ik niet nog een keer uit te leggen; dat heb ik al te vaak gedaan. Ondanks die ellende waren we zielsgelukkig. Iedere dag met haar was een cadeautje. Haar liefde, haar unieke manier van denken, haar karakter, maakten van het leven een feest. Coby stak, hoe ziek ze ook was, altijd energie in anderen, was altijd bezorgd om anderen. Als ik mijn leven met Coby een cijfer moet geven, dan zou dat, ondanks alle ellende, een dikke 9 zijn.

Zo’n cijfer zal mijn leven nooit meer halen. Zo’n geluk komt nooit meer terug. Dat besef heeft het plezier van het leven weg genomen. Ik heb me in de afgelopen maanden diverse keren afgevraagd: “Wil ik dit wel? Wil ik hier nog wel energie in steken? Is een leven zonder Coby vol te houden? Ik weet niet waar ze is, maar ik kan me daar nooit zo beroerd voelen als hier.”

Als ik mijn huidige leven een cijfer moet geven dan is dat niet meer dan een 3, hooguit een 4. Het voelt als een 1 of een 2, maar mezelf zo’n cijfer geven, zou oneerlijk zijn. Die cijfers zijn weg gelegd voor vluchtelingen van wie de hele familie is verkracht en uitgemoord, of voor de partners van slachtoffers in Parijs of Nice. Er zijn er, helaas veel te veel om allemaal op te noemen, want zij hebben wèl allemaal recht op ons collectieve verdriet. Ik heb dat recht niet. Al was Coby nóg zo’n bijzonder mens, mijn verdriet is niet meer dan een standaard onderdeel van het leven.

Als de zon schijnt, dan ziet de wereld er al iets kleurrijker uit dan als het regent; een dag met een goed gesprek is stukken beter te dragen dan een eenzame dag; een dag waarop ik productief ben geweest voelt zinvoller dan een dag waarop ik niets heb gedaan. De ene dag is beter te verdragen dan de andere; er zijn zelfs dagen waarop ik me prettig voel.

Er zijn dus toch nuanceverschillen, ondanks dat altijd aanwezige verdriet. Omdat ik voorlopig geen voldoende zal halen, moet ik mikken op een zo hoog mogelijke onvoldoende. Een 5 is nog altijd heel wat beter dan een 3.

Mijn grote doel, samen oud worden, is weg, voor altijd verloren, maar ik leef nog. Om dóór te kunnen gaan (wat een verschrikkeijke uitdrukking is dat eigenlijk, maar ik weet zo gauw geen betere), zal ik weer nieuwe micro-doelen moeten bedenken. Geluk is voorlopig niet haalbaar, maar een soort voldoening zou ook al fijn zijn. En dat begint gelukkig een beetje te komen.