Over onverwacht bezoek en wat je nodig hebt om gelukkig te zijn

Geüpdatet 28 januari 2019, 9:00

Ik heb me afgevraagd of ik dit onderwerp wel wil behandelen op dit blog, omdat ik me in financieel opzicht dan nogal bloot geef. Daarmee geef ik niet alleen de kippen uit mijn verleden voer mee om te kakelen, maar het is in Nederland ook ‘not done’. Klagen mag, we mogen zelfs meedemonstreren voor bijvoorbeeld hogere salarissen en een lagere werkdruk in het onderwijs, maar dat wil niet zeggen dat we ook mogen weten hoe hoog die salarissen zijn. Hoe kan ik nu begrip opbrengen als ik de situatie niet ken?
En toch gaan mensen, zonder enige kennis van de materie, de straat op om steun te betuigen voor die onderwijzers. Want we hebben allemaal hulp nodig, begrijp ik uit alle oproepen. Het kan zo niet langer; we worden uitgekleed door de zakkenvullers in Den Haag.
Vooral de onderkant van de maatschappij verdient aandacht, zo wordt ons iedere dag duidelijk gemaakt. AOW’ers en bijstandstrekkers dreigen te kreperen door het wanbeleid van Rutte.
Er zijn ongetwijfeld schrijnende gevallen, maar ook wat dit betreft wordt het beeld weer misvormd door de schreeuwers. Iemand die op de TV, met een pot bier op tafel, een sigaret in de hand en een enorm televisietoestel op de achtergrond, van leer trekt over zijn armoede, hoeft niet op medelijden van mij te rekenen. Maar hij probeert het wel, en wie hem niet steunt, die ‘begrijpt het niet’. Ook in deze gevallen worden nooit concrete cijfers gegeven. Nooit krijg je info waar je iets mee kunt, inkomen, huur, zorgkosten, energie, en wat blijft er dan over. In plaats daarvan moeten we in actie komen met een gegeven zoals: ‘Ik heb maar € 38,- per maand om van te eten.’
Maar gelukkig zijn daar de Gele Hesjes, die opkomen voor de belangen van de onderdrukten. Desnoods met geweld.
En omdat online kranten hun geld niet verdienen met verkoopcijfers maar met paginavertoningen, zijn die nooit te beroerd om het nieuws wat spannender te brengen dan het is. Typerend was bijvoorbeeld de berichtgeving gisteren over tienduizenden demonstranten in Frankrijk, gevolgd door ‘en ook op De Dam waren tientallen Gele Hesjes aanwezig’. Zonder die Franse inleiding hadden die paar Gele Hesjes op de Dam in hun hemd gestaan, maar door ze samen met hun Franse voorbeelden te presenteren werd de indruk gewekt dat heel Nederland op De Dam stond.

Gisteren kreeg ik onverwacht bezoek van twee lieve mensen die heel lang geleden, in 2003 de patiobungalow in De Landerijen van me hebben gekocht. Sinds die tijd zijn ze altijd vrienden gebleven, kostbare vrienden. Ze zijn me bijzonder dierbaar omdat ze, net als Coby, voortdurend in een roze wolk van geluk en liefde leven.

Ze voerden me mee naar Chinees Restaurant Hao Hua in Elburg. Een absolute aanrader, een mooi ingericht restaurant, met een keurige maar toch gezellige bediening en fantastisch eten.

Het was een heerlijke avond, warm, gezellig en onschuldig. Het is niet de eerste keer dat we samen uit eten zijn geweest, maar wèl de eerste keer dat zo’n avond me aan het denken heeft gezet.
Toen ik weer thuis was, drong de ironie pas tot me door. Zij zijn samen vanuit De Landerijen de maatschappelijke trap verder op gegaan, naar een prachtige, chic ingerichte bungalow in het Golfpark, terwijl ik vanuit het zelfde huis die maatschappelijke trap in drie stappen ben afgedaald naar uiteindelijk een bescheiden huurwoning. Het is een hartstikke lief huis, leuk ingericht, het ligt fantastisch, maar het is niet iets om trots op te zijn. Ook al zou ik het niet willen ruilen voor een doorsnee doorzonwoning, ik kan niet doen alsof ik erop vooruit ben gegaan.

Als verzachtende omstandigheid mag ik melden dat ik bij die afdaling wat hulp heb gekregen, van een aantal treden ben ik met bruut geweld af gesmeten. En dat ik uit mijn bedrijf heb moeten vluchten omdat het tot de grond toe werd afgebroken, heeft me ook bepaald geen goed gedaan. Maar ik ga zelf zeker niet vrijuit. In de afgelopen jaren heb ik heel wat kansen onbenut gelaten, soms door onoplettendheid en soms als een bewuste keuze omdat samen zijn met Coby prioriteit nummer 1 was. Ik laat nog steeds kansen liggen. Juist nu zijn er legio kansen, maar ik heb de fut niet meer om ze aan te grijpen, en eerlijk gezegd ook de motivatie niet. Die hele wanhopige race om geld waar iedereens leven tegenwoordig door wordt beheerst ben ik zat. Ik wil de rest van mijn leven alleen nog maar lezen, leren, denken, schrijven, en een beetje filmen en fotograferen. Met af en toe een vakantie naar Spanje ben ik dan dik tevreden. Meer ambities heb ik niet. Sinds vakantiebestemmingen ook een wedstrijd zijn geworden, is de lol daar voor mij vanaf. ‘Vorig jaar ben ik naar Thailand geweest, dit jaar wordt het Australië.’ Wat ze er zoeken of verwachten is niet duidelijk, maar vakanties zijn de nieuwe voetbalplaatjes. Het album moet vol en ruilen kan niet want dan kloppen de foto’s niet.
Als wij weer gewoon naar Bakkum gaan en de Chinezen naar Qinhuangdao, dan kunnen we de helft van alle oliebronnen en raffinaderijen sluiten en  hebben de klimaatfetisjisten niets meer te klagen. Misschien kunnen er dan zelfs een paar honderd van die windmolens worden afgebroken, die goed beschouwd beter subsidiemolens kunnen worden genoemd. Een paar edelherten er voor in de plaats en ons eigen platteland is weer de omweg waard.
Als we dan ook nog de boodschappen plaatselijk doen en werk dichtbij huis zoeken dan zijn alle grote problemen de wereld uit en kan het weer gezellig worden. Alleen het zwartepietenprobleem blijft dan over, maar daar hebben we tien maanden de tijd voor. Ik vergeet de grote grazers in de Oostvaardersplassen, de ondraaglijke belastingdruk, de onbetaalbare zorg, realiseer ik me nu. Daar moeten we maar eens rustig voor gaan zitten. Ik vermoed dat in een fatsoenlijk gesprek, onder het genot van een glaasje wijn, al gauw zal blijken dat het met die ‘rovende regering’ van ons nog wel meevalt.
En dieren gaan net als mensen allemaal dood, sommige oud, andere jong, maar de manier waarop is altijd onaangenaam; en vergeleken met de meeste andere beesten hebben de slachtoffers in de Oostvaardersplassen nog mazzel. Daarmee wil ik niet zeggen dat ik het eens ben met het beleid. Integendeel, het moet daar heel anders, maar we moeten het ook niet groter maken dan het is. Houd maar in gedachten dat, terwijl wij vol afgrijzen toekijken hoe edelherten worden afgeschoten (Let op! De volgende film kan schokkende beelden bevatten!), de rest van de kudde onverstoorbaar door graast.

Maar nu zit ik hier aan mijn laptop, volgens de heersende gedachte kaal geplukt en beroofd, me af te vragen of ik iets mis in mijn leven. Hoe ik mijn hersens ook opzweep, er wil me maar niets te binnen schieten. Mijn inkomen is gedaald met 60 of 70%, dus mijn bestedingsruimte stelt niet veel voor, je zou daarom denken dat ik dingen tekort kom. Volgens de media kom ik ook van alles tekort, ik hoor bij de groep die altijd het haasje is. Wij ‘die Nederland hebben opgebouwd en als dank door de regering worden uitgekleed’, maar ik merk er bijna niets van. En wat ik ervan merk is geen gevolg van regeringsbesluiten, maar van mijn eigen stommiteiten.
Ik moet zuinig zijn, nadenken voor ik iets koop. Maar dat is meer een uitdaging en een leuk tijdverdrijf dan een beperking. Toen we lang geleden naar de Porfierstraat verhuisden, zijn we met een dikke buidel alle meubel- en stofferingszaken afgereisd, en als we iets niet konden vinden dan lieten we het op maat maken. Tienduizenden euro’s hebben we uitgegeven aan meubels, decoraties, stucwerk, gordijnen etc. (vraag me niet wat ik er voor over zou hebben om die tijd nog een keer over te mogen doen, inclusief alle ellende die erop volgde).
Toen ik naar dit huisje verhuisde, heb ik met een plat geslagen portemonnee alle kringloopwinkels in de buurt bezocht. Als ik dan met veel zoeken iets vond voor een paar tientjes, waar we ooit duizenden euro’s voor betaalden, dan had ik daar aanzienlijk meer voldoening van. Dat geldt nog steeds; ik weet bijna exact wat voor verlichting ik in de keuken wil, maar heb het nog steeds niet gevonden. Maar als ik het vind, dan is het ook feest.

De enige ‘grote’ stap terug is de auto geweest en zelfs dat is in de praktijk nauwelijks een nadeel. Grote afstanden blijken met het openbaar vervoer sneller, goedkoper, veiliger en comfortabeler te bereiken dan per auto. Eigenlijk mis ik de auto, heel apart, juist alleen voor de korte afstanden. Even naar Dronten gaan om boodschappen te doen is lastig want wat moet ik met die volle tassen? Even naar Bataviastad, wat we vroeger iedere maand deden, doe ik nu alleen maar als iemand anders er ook heen wil. En een auto is een enorme kostenpost. Pas wanneer je hem niet meer hebt, merk je hoeveel geld zo’n ding kost, ook als je geen kilometer rijdt.

Kortom: wie van een krap budget moet rondkomen en tòch een auto voor de deur heeft staan, ‘die begrijpt het niet’.