Onze laatste dag samen

Gisteren was een rot dag, met toch onverwachte, mooie en bijzondere momenten. Zoals we konden verwachten als Coby erbij betrokken is.

Oorspronkelijk zou Coby om 12 uur in slaap worden gebracht. Om diverse redenen liep dat een paar uur uit.
Coby vond dat irritant, ik was stiekem blij met die bonus.

Het zonnetje brak door zodat we nog een paar heel aangename uurtjes hebben doorgebracht in de tuin, pratend over van alles en nog wat. Toen de tuin ook nog vol stroomde met musjes, was die pauze volmaakt. Coby vroeg me voor alle zekerheid nog maar een keer of ik “later” vooral goed voor de mussen wilde zorgen. Uiteraard doe ik dat. Als ik een mus zie, zie ik Coby.

Uiteindelijk kon ze tegen vier uur op het bed gaan liggen. Terwijl ze daar lag te wachten, verzekerde ze me dat ik me nergens druk om hoefde te maken. “Je moet het maar zó zien: Ik ga vast vooruit naar de hemel, en zoek daar een mooi plekje voor ons op een zonnig strand, onder een palmboom.”

Terwijl de sedatie langzaam zijn werk begon te doen, werd de blik in haar ogen steeds gelukkiger. Ze werd verlost van haar pijnen, benauwdheid, en al die andere ongemakken. Ze zag die slaap als de verpakking van het mooiste cadeau dat een mens kan krijgen.

Ik probeer mezelf daarmee te troosten, maar dat lukt niet.

Hoe lang ze in deze slaap blijft, is onbekend. Wat mij betreft heeft het geen haast. Ze is er nog een beetje. Dat geeft me de gelegenheid om een beetje te wennen aan die andere tijd, die komen gaat.

Een mooi accentje van de dag, een mini-wondertje dat past bij Coby:

In december besloot Coby dat ze geen verdere behandeling meer wilde omdat er geen winst meer mee te halen was. Op de terugweg, en ook later nog, hebben we gepraat over hoeveel tijd we nog samen zouden hebben. De winter doorkomen moest lukken, de zomer zouden we niet halen, vertelde ons gezonde verstand.

Uiteindelijk besloten we dat we de boom voor het huis groen wilden zien worden; dat werd ons doel, onze streefdatum. Ieder jaar begin april keken we vanaf ons favoriete plekje aan de eettafel naar die boom; of er al knoppen aanzaten, of die knoppen op het punt stonden open te gaan. Als de boom groen werd, dan was voor ons de lente begonnen.

Terwijl wij gisteren in de tuin voor het laatst van het zonnetje en van elkaar genoten, werd de boom groen.