Midas Dekkers over paarden

‘Enerzijds sentimenteel geteem over zachte, liefderijke ogen en trouwe kameraadschap, anderzijds brallend geleuter over fiere tred, “adel die uit het hele wezen straalt” en ook letterlijk: paardrijkunst, dressuurkunst, en dan vooral het ergerlijke woordgebruik van de paardenliefhebber, die in staat is je kop van je romp te trekken of je de poten te breken als je niet netjes benen en een hoofd toekent aan een kuddedier dat dom genoeg is zich door de mens te laten berijden. Vals. Een paard heeft gewoon grote ogen, voelt zich meer aangetrokken tot medepaarden dan tot de mens en is niet adelijker dan een dode haas. Een paard heeft poten en een kop, net als wij.’

Permanente koppeling naar dit artikel: http://www.vanweezep.info/midas-dekkers-over-paarden/