Leuke dingen

Geüpdatet 29 oktober 21:00 uur

Zoals ik al bij flarden heb laten weten ben ik de laatste maanden geteisterd door drie longontstekingen, een blaasontsteking, een hersenschudding en een verhuizing. Van die ontstekingen ben ik doodmoe; ik kom de trap bijna niet op zonder onderweg rust te nemen. Bovendien ben ik, afgezien van die verhuizing, bezig met een paar andere ingrijpende veranderingen in mijn leven, die veel hersenactiviteiten vereisen. Dat gaat bij mij altijd dag en nacht door. Slapen is nooit een van mijn sterkste punten geweest, maar de laatste tijd geef ik mijn nachtrust niet meer dan een magere 4. Niet van angst of zo, maar omdat ik het denkproces niet kan stoppen.

Het resultaat is dat ik me fysiek en psychisch bepaald niet vlekvrij en ongekreukt voel. Afgezien van de dingen die móéten komt er weinig tot niets uit mijn handen, en zelfs heb ik nauwelijks de fut om de deur uit te gaan.

In dat laatste heb ik gelukkig geforceerd verandering kunnen brengen. ik maak zoveel mogelijk afspraken om de deur uit te gaan of bezoek te ontvangen. Dat leidt lekker af, en van een fijn gesprek krijg ik altijd energie.

Gisteren was zo’n  dag waar een mens van opknapt; een trip naar Zwolle per bus en trein, in gezelschap van een op een rollator steunende leeftijdsgenote, net als ik en door de zelfde reden alleenstaand, net als ik te futloos om initiatieven te nemen, en net als ik niet bereid om daar genoegen mee te nemen.

Het was overigens al de tweede keer dat we samen op tournee zijn geweest, en zal zeker niet de laatste keer zijn. Lopend door Zwolle onschuldige gesprekken gevoerd, over de meest uiteenlopende onderwerpen, meubelstoffen, geld, openbaar vervoer, Stolpersteine, de Nedersaksische Taal; en allemaal zonder een spoortje venijn. Lekker gegeten bij Hans Visscher aan de Melkmarkt. De weergoden zaten in het complot en waren mede-verantwoordelijk voor een geslaagde dag.
Op de terugweg in de trein werd me giechelend verteld: “Straks belt mijn zuster om te vragen hoe het was, en of we al in de kelder zijn geweest, wedden?”
Pas toen ik thuis was, drong tot me door wat er met die “kelder” werd bedoeld. En nee, we zijn niet in de kelder geweest, en we zullen er ook nooit komen.

Ook eergisteren was een verrukkelijke dag. ‘s Ochtends koffie gedronken bij een buurvrouw die ook had gezorgd dat mijn overtollige huisraad een goed onderdak vond, onder andere bij haar zelf thuis.
Gespreksonderwerpen: die huisraad en de metamorfose die een deel daarvan had ondergaan, brocante meubelen, mensen en hoe die je kunnen teleurstellen of gelukkig maken, en als uitsmijter de manier waarop zij (tegenwoordig) haar geloof ervaart. Net als Coby onbevangen, zonder hel of verdoemenis. Niet dat ik daardoor gelovig word, maar ik vind het fijn als mensen in hun geloof troost en rust vinden in plaats van angst en benauwdheid die vaak vanaf de kansel wordt uitgedeeld.

Of het zo moest wezen, kreeg ik ‘s middags twee dames aan de deur die mijn ziel probeerden te redden door me een lidmaatschap aan te bieden van Jehovah’s Getuigen. Ze waren al vaker geweest, twee aandoenlijk lieve vrouwen, zo overtuigd van hun gelijk dat ze geen ogenblik van de leg raken door al die venijnige afwijzingen die ze de godganse dag voor de voeten geworpen krijgen.

Die kregen ze van mij niet, wèl thee, vragen en kanttekeningen. Waarom zou ik naar hun versie van de eeuwigheid moeten verlangen als al mijn al overleden dierbaren de toegang wordt geweigerd? Ik wil na mijn overlijden Coby’s lot delen en dat van mijn ouders en van al die andere dierbaren die ik al verloren heb. En als Coby en al die anderen nergens zijn, dan wil ik ook nergens zijn.
Afgezien van die overweging: wie levert de geldige toegangskaartjes voor de eeuwigheid? Overal zijn verkooppunten te vinden die om het hardst roepen dat zij ze leveren, maar wie heeft er gelijk? Dan kun je, denk ik, beter gokken dat er ook kaartjes bij de ingang worden verkocht. Dan weet je zeker dat je niet wordt opgelicht met een vals kaartje.

Ze wisten het niet, maar zouden het opzoeken. In januari komen ze terug, met een antwoord. Misschien kunnen ze dan ook vertellen waarom de Bijbel vegetarisch en diervriendelijk begint om daarna al snel in een bloedig horrorverhaal te veranderen, en waarom hun schepper, die aanbeden schijnt te willen worden, zich nooit in vol ornaat vertoont.

Donderdag had ook een hoogtepunt kunnen worden. Alweer of het zo moest zijn, bracht ik een aantal uren door met een jood. Een jood, oud genoeg om de oorlog bewust mee te hebben gemaakt. Antwoorden op mijn vragen lagen binnen handbereik.
In plaats daarvan werd ik getracteerd op een eindeloze monoloog over wat hij allemaal heeft gedaan in zijn leven, waar hij allemaal is geweest, wat hij allemaal weet. Sommige van die hogere kennis heeft hij zelfs overgedragen op mij. Ik ben nu ook bevoorrecht. Ik weet dank zij hem bijvoorbeeld wat een tangentiale platenspeler is, en dat in Israel door sommige malafide ondernemers varkensvlees in de shoarma wordt gedaan. Zelf maak ik me er drukker om dat bonafide ondernemers openlijk lamsvlees in die zelfde shoarma stoppen, en dat iedereen dat normaal vindt. Dierenmishandeling is volmaakt in orde, zolang het maar een smakelijk gerecht oplevert. Ontspanning is ook een geldige reden. Wie droomt er niet van om af en toe een beest een kogel door zijn kop te jagen, of aan een haak uit het water te rukken, om daarna toe te kijken hoe het stuiptrekkend krepeert? Scheppen is leuk, maar vernietigen is nog veel leuker.
Soms stelde mijn jood van de dag een vraag; niet uit belangstelling, maar om me, na een lettergreep of twee te onderbreken, om zijn mening over dat antwoord ventileren. “Facebook, websites, dat heb ik niet; daar begin ik niet aan, ik moet er niet aan denken.”
Gewoon een doorsnee Nederlander dus, die voortdurend azijn pist over alles dat een ander doet, alleen maar om zelf een beter mens te lijken. Daar heb ik geen zin in. Dat heb ik vroeger te vaak meegemaakt. Nu wil ik uitsluitend mensen om me heen waarbij ik niet constant mijn schild omhoog moet houden. Ik doe niet meer mee aan die eeuwige ratrace, waar ons bestaan tegenwoordig om lijkt te draaien.
Het allerhoogste hoogtepunt van de conversatie: joden hebben eeuwen ervaring met stigmatiseren en generaliseren. Daar zou je als jood iets van moeten leren. Op zijn manier heeft hij er ook iets van geleerd: Hij kan nog steeds geen Duitsers verdragen, ieder Duits succes is een dolksteek in zijn rug.

Maar hij vindt desondanks dat Geert Wilders gelijk heeft als hij alle Islamieten generaliseert en stigmatiseert.

De mensheid heeft nog een lange weg te gaan; en, als er heel toevallig een scheppende kunstenaar is geweest die in een vlaag van inspiratie het heelal met alle accessoires, alle grote en kleine dieren met evenveel aandacht en liefde in elkaar heeft gezet, dan begrijp ik heel goed waarom Hij al duizenden jaren geleden is onder gedoken. Zo’n fout wil Hij niet nog een keer maken.

Dan bedoelde Hij het zo goed; en kijk met dat idee, als je tenminste gelovig bent, eens rond om te zien wat wij er van hebben gemaakt. En ook als je, zoals ik, niet gelovig bent, kan het geen kwaad om eens verbijsterd rond te kijken naar wat wij met zijn allen aan het aanrichten zijn.