Lastige tegenstrijdigheden

Als ik thuis ben komen allereerst de herinneringen boven aan de laatste weken van mijn lief. Het hele leven ging haar steeds meer energie kosten, waar ze bijna niets meer voor terug kreeg. Aandacht en liefde kreeg ze volop, dat hield haar ook op de been. Maar eten ging niet niet meer, de deur uit gaan ging niet meer. De pijn werd steeds erger, zo erg dat ze uiteindelijk zelf aangaf dat het genoeg was geweest.

Dan kan ik denken: “Het is goed, ze is uit haar lijden.”

Maar het is natuurlijk helemaal niet goed. We hadden gewoon samen oud moeten worden. Dát was goed geweest.

Het huis is doordrenkt met de echte Coby; roze, brokante, glas, kristal, zachte kleurtjes domineren. Herinneringen aan de echte Coby, de goedlachse Coby, de warme, liefdevolle. Coby, zingend met een kind op schoot, Coby pratend over de musjes, Coby denkend aan de problemen van haar kleinzoon, Coby die, zelfs toen ze uitbehandeld was, nog stralend tegenover me zat en zei: “Ik voel me nog steeds een bevoorrecht mens. Ik heb geluk gehad. Er overlijden kinderen aan kanker, kinderen die niets hebben meegemaakt. Ik ben 64, ik heb alles gedaan wat ik wilde. En ik ben zo gelukkig met jou.”

Die 2 Coby’s rollen voortdurend over elkaar heen. Daar word ik knettergek van. Ik ga steeds vaker de deur uit, en begon me daar schuldig over te voelen, alsof ik vluchtte.

Het is geen vlucht, weet ik nu. Het is afstand nemen, zoals we vroeger samen zo vaak mogelijk naar Benidorm gingen. Ook dat was geen vlucht, in Benidorm bestond geen ellende, geen ruzies, en vooral geen ziekte. Op een veilige afstand kan ik beter nadenken, over wat ik wil, wat ik kan, wat ik moet doen, kan ik bepalen hoe ik straks weer thuis verder kan gaan.