Van de ene gedachte naar de andere

Ik was eigenlijk bezig met een post waarin ik Nederland de hemel in prijs als land om in te wonen. Dat gebeurt veel te weinig, en het wordt hoog tijd dat iemand dat doet. Daarom doe ik het maar.

Terwijl ik daarmee bezig was, kwam natuurlijk ook de corona-crisis voorbij. Vervolgens bedacht ik hoe media daarmee omgaan. ‘s Avonds zijn redacteuren gewoon mensen en voelen ze mee met de slachtoffers. Maar overdag is dat anders uiteraard. Dan is corona gewoon een item dat behandeld moet worden. Wat ‘s avonds een reden kan zijn voor verdriet, boosheid of medeleven is overdag een buitenkansje om publiek te trekken en omzet te genereren.
Vervolgens moest ik denken aan een column die de hoofdredacteur van De Telegraaf enkele weken geleden schreef over de macht van Google. Google is de baas op het internet. De allerhoogste baas. Niet de wet bepaalt op het internet wat goed of slecht is, Google bepaalt dat, en niemand anders.
Wie iets durft te plaatsen dat in de Ogen van het Opperwezen Google het Kwaad vertegenwoordigt wordt daarvoor genadeloos gestraft. Dan word je onherroepelijk geschorst als uitgever. 
Dan kun je boete doen door het Kwaad te verwijderen, waarna je nederig bij Google mag vragen of Google je weer in Zijn Genade wil aannemen. Soms heb je geluk en word je weer toegelaten in Het Paradijs.

De definities van Google over wat Goed is of Slecht zijn zacht gezegd nogal wazig. Google zelf mag bijvoorbeeld op jouw website best nep-advertenties plaatsen over ‘Het Nieuwe Bitcoin Platform van John de Mol’. Want die zijn zoooooo moeilijk te constateren, dus dat moeten we maar accepteren, zoals we dat ook al moeten accepteren op Facebook. Mark begrijpt wel dat we enige moeite hebben met die advertenties en dat mensen door die advertenties zelfs ernstig gedupeerd kunnen worden, maar wij moeten zelf ook begrijpen dat het jááááááááááááááren vergt om zo’n probleem op te lossen.
Bovendien voelen Google en Facebook zich niet verantwoordelijk voor die advertenties. Zulke advertenties zijn de verantwoordelijkheid van degene die ze plaatst. Dus probeer die maar eens te vinden. Maar dan wel zonder informatie van Google of Facebook, want hoewel de namen, adressen en bankrekeningnummers van die adverteerders uiteraard bekend zijn, betekent dat niet dat de gedupeerden die gegevens ook mogen inzien. Dat staat de bedrijfspolitiek niet toe. En wat regeringsleiders of rechters ook zeggen of proberen af te dwingen; het heeft geen enkel effect. Tegen hun gigantische voorraad geld is niets opgewassen. En we zorgen er zelf voor dat die berg geld alleen maar groeit.

Geweld mag, geweld is zelden of nooit een reden om Google boos te krijgen. Geweld is Goed. Seks niet, seks is slecht, bah, foei. Wie het woord zelfs maar fluistert op zijn website wordt direct uit het Advertentieparadijs verdreven.
Om Googles toorn over je af te roepen hoef je alleen maar een tepel te vertonen of nog veel erger, een afbeelding van wat Ronald Giphart een puddingbuks of Liefdesdolk noemt. De eigen nep-advertenties zijn ‘onmogelijk’ te controleren, maar een ‘vies plaatje’ is een heel ander verhaal. Dat wordt in no time at all geconstateerd, en dan zijn de rapen gaar.
Niet alleen het plaatsen van dergelijke Slechte Afbeeldingen is streng verboden, je mag zelfs geen link plaatsen naar een website met ‘expliciete content’. 
Die fout heb ik weleens gemaakt. Ik heb namelijk meerdere websites, waaronder een ‘vieze’.
Sorry, ik schaam me heul, heul, heul erg. Ik word rood tot ver achter mijn oren, maar niemand is volmaakt en ik zeker niet. Gelukkig niet. Ik vind dat ik vrijstelling heb, omdat ik volmaakte kinderen heb; dat moet genoeg zijn voor een geplofkraakt gezin. 
Omdat ik in het verleden nogal wat kennis heb opgedaan over het erotische milieu, kon ik aan de verleiding geen weerstand bieden om gebruik te maken van die kennis. Ik heb een soort Gouden Gids, zeg maar. De naam mag ik hier niet noemen, want als ik dat doe schend ik de Geboden van het Internet Opperwezen en dat wil ik natuurlijk niet.

Maar omdat ik aan alle commerciële activiteiten een eind ga maken, stop ik binnenkort ook met die website. Als toevallig onder mijn trouwe lezers iemand is die er belangstelling voor heeft…
Het is een veelbelovende website, uniek van opzet, compleet met lidmaatschappen aan affiliate programma’s. Maar ook daarvoor ontbrak steeds tijd en energie door de kwalenregen. En nu mis ik de animo. Ik wil andere dingen doen, die beter bij mijn karakter passen. Goede Dingen dus. Hufterbestrijding bijvoorbeeld.
Ik heb maar één voorwaarde, en dat is dat de naam van die lezer niet rijmt op Ossen. Want dan steek ik liever de brand erin. Dat zullen zelfs mijn nazaten kunnen begrijpen.
Nu de nazaten ter sprake zijn gekomen: Ook daarover schoten mij dingen te binnen toen ik over Nederland aan het schrijven was. Daar kom ik één dezer dagen op terug.

Dit terzijde. Want daarom begon ik niet aan dit stukje. Wat mij verbaast is: Ik ben maar een mini pruts-uitgevertje. Voor mij is of was Google een uitkomst. Ik hoef geen moeite te doen om advertentieruimte te verkopen, Google vult automatisch de door mij aangewezen plekken op mijn websites en daardoor kwam er automatisch en zorgeloos geld binnen. 
Omdat ik overal alleen maar onschuldige onderwerpen behandel (althans op de websites waar Google Ad’s op staan), hoef ik de toorn van Google niet te vrezen.

Maar voor kranten, eigenlijk voor alle media, geldt dat niet. Kranten moeten gewoon de vrijheid hebben om ieder mogelijk onderwerp te behandelen zonder daarvoor op de vingers te worden getikt door Het Opperwezen. En daar ging de column van Paul Jansen over. Op de inhoud van uitgaven (of dat nu kranten zijn, nieuwssites, informatieve websites, clubbladen maakt niet uit) van deelnemers aan het Google AdSense programma worden door Google strenge eisen gesteld. De sanctie op overtreding van de AdSense Geboden is uitsluiting van het advertentieprogramma, wat dagen of weken kan duren. Dat kan een krant een vermogen schelen. Het effect wordt nog verergerd doordat Google de overtreding niet eens benoemt. “Wij hebben een overtreding geconstateerd van onze beleidsregels.” Daar mag je het mee doen. Vervolgens mag je dan zelf de beleidsregels (die weleens willen veranderen) in je hoofd stampen en je website doorsnuffelen naar de ‘overtreding’. Dat is niet minder dan censuur, die dan ook nog eens op een onaangename, hooghartige manier wordt gehandhaafd.
Dat is onaanvaardbaar. Ik snap niet waarom dagbladen dat pikken.
Is het nou echt zo moeilijk voor de bladen om weer te doen wat ze vroeger altijd zelf deden: advertenties verkopen? Eventueel in samenwerking met elkaar, en dan eventueel nog beheerd door een gerenommeerd reclamebureau? Daar zou iedereen beter van worden; de uitgevers, de adverteerders, de lezers en zelfs de landelijke economie. Wat is het nut van een advertentiesysteem als de inhoud van de kranten daardoor wordt beïnvloed en waarvan de winst dan ook nog eens ergens achterin de USA op de grote hoop van Google wordt geflikkerd?
Als krant verkoop je je ziel toch niet aan de duivel?

We maken ons massaal druk om te voorkomen dat ‘Den Haag’ te veel over ons te weten komt. Privacy is ons kostbaarste goed tegenwoordig. Waarom? Daar heb ik geen idee van. Wat mij betreft mag mijn DNA worden opgeslagen in een centrale database, mogen in iedere straat camera’s met gezichtsherkenning worden opgehangen, mogen al mijn bewegingen worden geregistreerd, mogen snelwegcamera’s niet alleen mijn snelheid maar ook mijn routes registreren. Ik heb niets te verbergen, en ik ben een fervent voorstander van een veilige maatschappij. Veiligheid voor alles!
We hebben tegenwoordig alle technieken in huis om iedere misdaad direct op te lossen. Maar dat doen we niet, want dat is streng verboden, en de privacypolitie ziet toe dat we de privacywetgeving zorgvuldig naleven. De privacy-politie vindt dat privacy ons hoogste goed is, waar alles voor moet wijken, inclusief veiligheid en gezondheid.

Behalve op het internet. Daar zijn we vogelvrij. Tenminste: wijzelf mogen niets, website bezitters moeten heul, heul, heul voorzichtig omgaan met ‘privacy-gevoelige informatie’. En tegenwoordig is alle info privacy-gevoelig, zelfs een telefoonnummer is tegenwoordig heilig. 

Maar voor de tech-reuzen gelden andere normen. Die mogen alles van ons weten, mogen zelfs alles van ons eisen, mogen de dienst uitmaken. En mogen ook probleemloos onze belangrijkste informatiebronnen hun wil opleggen.
Het gevaar schuilt niet in Den Haag en ook niet in de EU. Het ware gevaar wordt veroorzaakt door Google, Apple, Amazon, Microsoft, Facebook, Alibaba, Huawei en andere tech-reuzen, en hun moderne versie van het klassieke feodalisme.
Ik krijg het tegenwoordig benauwd als ik mijn bezoekersstatistieken bekijk. 90% Van mijn dataverkeer wordt gebruikt door spiders van de tech-giganten. Zelfs dit onbeduidende blogje wordt iedere dag met Argusogen bekeken, niet alleen door Google, maar ook door Amazon, Microsoft, Yandex, Huawei en noem ze allemaal maar op. Dat gebeurt niet om mijn bezoekers te helpen, dat gebeurt ook niet om mij aan meer bezoekers te helpen. Het gebeurt om er zelf beter van te worden, om ‘Big Data’ te vergaren, om ons te kunnen manipuleren, en ongetwijfeld, zeker als het om Russen, Chinezen, Koreanen etc gaat om hun regeringen van zo nauwkeurig mogelijke informatie te voorzien over ‘de vijand’. 

En dat vinden wij allemaal prima. We staan er niet eens bij stil, en dat komt doordat niemand ons erop wijst. Als Wilders hier nu eens aandacht aan besteedt in plaats van jaar in, jaar uit eindeloos door te zeveren over hoofddoekjes, dan doet hij misschien eens iets nuttigs.