Hier begon de beschaving

Het ziet er zo onschuldig uit, sloom en saai zelfs, maar toch is Swifterbant geschiedkundig één van de belangrijkste plaatsen van Nederland.

Hier vond ooit een revolutie plaats, net zo belangrijk, of misschien wel belangrijker dan de industriële revolutie van de negentiende eeuw of de digitale revolutie die ons nu teistert.

Swifterbant was niet de enige plaats waar het gebeurde. Zoals veel belangrijke ontwikkelingen vond het plaats op diverse plekken in de wereld in ongeveer dezelfde periode. Het was een logische volgende stap in de evolutie.

Niet alleen wereldwijd gebeurde het min of meer simultaan, maar ook  in Nederland is het gebeurd op meerdere plaatsen, een stuk of 12 om ongeveer te zijn.

Maar Swifterbant neemt in al die plaatsen een dominante positie in. Zo dominant zelfs dat het naar ons is genoemd. Ons naamkaartje hangt aan die omwenteling: Swifterbantcultuur.

Grappig en interessant is, dat Swifterbant één van de jongste dorpen is van Nederland. De eerste bewoners, pioniers, vestigden zich hier in 1962; en tegelijkertijd heeft Swifterbant een belangrijke plek in de prehistorie van ons land.

Onze voorouders leefden tot ongeveer 7.000 jaar geleden niet veel anders dan de andere diersoorten. Mijn excuses aan de creationisten onder mijn dierbare lezers. Dit is geen aanval op het geloof. Er zijn ettelijke standpunten waarmee de evolutie kan worden ingepast in een schepping. Sla Kitty Ferguson erop na. In haar visie begint de schepping met de Big Bang. Dit verhaal is dan ook niet bedoeld als een aanval op geloof of als basis voor een discussie over geloof. Mijn betoog gaat niet over de oorsprong van de wereld, maar over wat wij er zèlf van hebben gemaakt. Dit verhaal gaat over de kwaliteit, redelijkheid en gevolgen van keuzes die wij als soort hebben gemaakt en nog maken. Als we in dit verhaal de evolutie vervangen door een schepping, verandert dat een paar alinea’s, maar zonder de essentie van het verhaal aan te tasten.

Mensen waren al meer dan twee miljoen jaar een onderdeel van de natuurlijke orde; we leefden in het zelfde patroon als ieder dier in die tijd. We scharrelden door de natuur en aten wat er aan de struiken groeide. Af en toe vonden we een kadaver waarvan wij het vlees aten. Als we geen kadaver vonden, dan maakten we er zelf een door een konijn of een os de hersens in te slaan. Want ook toen al konden we niet zonder ons lapje vlees. Als de struiken waren kaal geplukt en de konijnen en ossen uitgeroeid, dan trokken we verder. Slapen deden we daarom in tijdelijke of semi-permanente onderkomens.

Eigenlijk leefden we toen zoals we dat nu bij voorkeur in onze vrije tijd doen, maar dan zonder auto en zonder caravan, zonder werkgever, zonder belastingdienst, en zonder er voor te moeten sparen. Gewoon een beetje lusteloos in de buurt van de camping rondslenteren, beetje vissen en barbecueën.

Wie droomt daar niet van? Wat wil een mens nog meer? Maar toen we het hadden, vonden we het niets. Al dat jagen en verzamelen was veel te veel werk, blijkbaar. Het moest anders. We zijn inventief dus ging het ook anders.

De oplossing was geniaal van eenvoud. In plaats van de vruchten, groentes en granen mee naar huis te slepen, namen we de zaden mee, en begonnen ons eigen moestuintje. Zaden zijn lichter, ze bederven niet zo snel, je kunt oogsten wanneer je wilt en je hoeft niet zo te zoeken naar je eten.
Daarmee was de landbouw uitgevonden.

Met vlees deden we het zelfde. We lieten de handbijl, of wat we dan ook gebruikten voor de jacht, thuis. In plaats van ons eten ter plekke dood te meppen, uit elkaar te rukken, en panklaar mee te voeren naar moeder de vrouw, begonnen we levende dieren te vangen, minstens 2 van iedere soort. Die dieren zetten we voor de deur achter een hek, of aan een touw.
Daarmee was de veeteelt uitgevonden.

Het klinkt eenvoudig en onschuldig. Dat had het ook kunnen zijn, maar zodra er mensen in de buurt zijn, blijven dingen nooit eenvoudig en onschuldig.

Voor die tijd lag het eten voor iedereen in de natuur voor het grijpen; het was openbaar bezit, public domain als het ware. We mochten allemaal onbeperkt pakken wat we nodig hadden. Daar bracht het hek verandering in.

Wie denkt dat het wiel de belangrijkste uitvinding is geweest, vergist zich. De belangrijkste uitvinding aller tijden is het hek, de omheining, de palissade.
Zonder hek zouden we zelfs nooit behoefte hebben gehad aan een wiel. Dat wiel hadden we pas nodig toen we producten kregen die vervoerd moesten worden; en onze eerste producten waren vlees en groente. Vleesproductie is zonder hek onmogelijk, want dan gaat je handelswaar er vandoor.

Dat hek  heeft dus voor een revolutie gezorgd. Misschien was het niet eens een hek, misschien was het niet meer dan een simpel touwtje, maar dat verandert niets aan de ontwikkeling. We veranderden van jagers-verzamelaars in boeren, producenten. En dat was de eerste stap op weg naar beschaving, of althans wat wij daaronder verstaan.

Hoe langer ik daar zelf over nadenk, hoe meer ik begin te twijfelen aan dat etiket “beschaving”. In mijn opinie zijn wij de minst beschaafde diersoort aller tijden. Wij hebben geen enkel respect meer voor de natuur, of voor andere vormen van leven. Daarin zijn wij uniek; alle organismen maken deel uit van een totaal systeem, verrichten een functie in dat systeem en profiteren van dat systeem. Behalve wij, “beschaafde mensen”.

Of je nu gelooft in een schepper of (zoals ik) in een wereld die spontaan is ontstaan uit door het heelal rondvliegende brokstukken van een oerknal, waarop zich in de loop van miljarden jaren leven heeft gevormd, is in dit verband helemaal niet belangrijk.

Waar het om gaat is dàt wij een cadeau hebben gekregen, van de natuur of van een schepper. Een perfect functionerend cadeau.

Alle kringlopen die nodig zijn voor ons bestaan kregen we erbij cadeau, allemaal gevormd als een perpetuum mobile. In de natuur bestaat geen afval.

Dieren ademen zuurstof in en ademen koolstofdioxide uit. Die koolstofdioxide is voeding voor planten, die als tegenprestatie zuurstof uitademen. Planten en dieren voorzien elkaar dus van “de lucht” die zij nodig hebben; ze kunnen niet zonder elkaar.

Water is opgeslagen in oceanen, waarboven wolken zich vullen met waterdamp. Die waterdamp slaat neer in drogere gebieden waar planten en dieren dat nodig hebben voor hun stofwisseling.

Organismen worden geboren, leven, sterven en worden na hun dood voeding voor nieuwe organismen.

De wereld is van nature duurzaam, de aarde in zijn oervorm had nog miljarden jaren lang probleemloos kunnen bestaan, zonder ook maar een gram vervuiling.

Die duurzaamheid is door ons vernietigd, blijvend. Alle kringlopen zijn kapot gemaakt, waardoor er steeds grotere rampen dreigen.

We komen drinkwater tekort, niet omdat er geen water is, maar door vervuiling van het beschikbare water.

De zuurstofkringloop is naar de bliksem geholpen, door industrie en verkeer.

We produceren veel te weinig voedsel om iedereen van eten te voorzien. Niet door gebrek aan grond, maar door verkeerd gebruik van die grond.
Terwijl het grootste deel van de wereldbevolking honger lijdt, neemt overal het aantal hectares grond, dat gebruikt wordt voor de productie van grondstof voor biobrandstof,  ieder jaar gigantisch toe. Want dat is “beter voor het milieu”. Als het om algemeen belang gaat, waar het milieu een onderdeel van is, dan zouden we voedsel moeten verbouwen en beginnen met nadenken over onze idiote brandstofbehoefte. Een zelf bedachte vuistregel: we moeten stoppen met het gebruik van iedere brandstof die aangestoken moet worden, ongeacht of die brandstof fossiel, plantaardig of synthetisch is. Vuur gebruikt zuurstof, en vervuilt de atmosfeer.
Ook de elektriciteit die nodig is voor “milieubewuste” auto’s, wordt voor het leeuwendeel opgewekt met vuurtjes, en levert dus nauwelijks winst op. Het zou me zelfs niet verbazen dat, als we het productieproces meerekenen van de auto’s en de accu’s en het afval dat die auto’s eens zullen vormen, het effect van dat milieubewuste rijden negatief zal blijken te zijn.
Hoe dan ook, elektrisch rijden doen we voor ons geweten, niet voor het milieu.

Ook geven wij onze natuurlijke vijanden geen kans meer om onze groei in te dammen. Wij hebben een maatschappij geschapen die ongelimiteerde voortplanting mogelijk maakt. We hebben de natuurlijke selectie voor onze eigen soort uitgeschakeld.

De medische wetenschap doet daar nog een schepje bovenop. Die heeft als doel om ons steeds langer in leven te houden, ook als dat leven helemaal geen inhoud meer heeft. Kwantiteit in plaats van kwaliteit. Bij dieren is ons doel om de soort te beschermen. Bij mensen gaat het om bescherming van het individu. Erfelijke ziektes komen in de natuur niet voor, erfelijk zieke dieren sterven uit. Erfelijk zieke mensen houden wij ten koste van alles in leven, en geven we de kans om zich voort te planten, waardoor iedere volgende generatie zwakker zal worden.

Dit zijn nog maar een paar bijverschijnselen van onze beschaving. Er is veel meer, onze mentaliteit, ons fatsoen, onze dubbele moraal, de manier waarop wij met dieren omgaan. Daar ga ik me allemaal nog op uitleven. Ik wilde dat op een luchtige, melige manier doen. Ik had zelfs al een stuk in zo’n stijl geschreven. Maar daar kwam ik op terug nadat ik op Youtube wat fims had verzameld over onderwerpen die in dit thema passen. Een luchtige toon past niet bij het thema, net zo min als het passend is om een “leuk” filmpje te maken over de Tweede Wereldoorlog.

Desmond Morris schreef (in 1969, geloof ik) een boek “De Naakte Aap”. Als hij dat nu over zou moeten doen, zou de titel waarschijnlijk “De Krankzinnige Aap” worden.

En dat is allemaal begonnen met een hekje, hier in Swifterbant.

[mappress mapid=”2″]

Enkele vindplaatsen in de buurt van Swifterbant. Let op de kronkels in de bomen links, die doorlopen in de landbouwgrond ernaast. De bomen zijn uiteraard nieuw. De kronkels niet; die verraden nog steeds waar tijdens de Swifterbantcultuur de Vecht stroomde. Dit stukje Flevoland dankt daar ook zijn naam aan: Rivierduingebied.