Het kan altijd erger

Wat je ook overkomt; het kan altijd erger. Dat geldt ook voor mij. Weduwnaar worden is afschuwelijk. Je grote liefde na 14 jaar verliezen aan kanker, dat vreet aan je. Tijden lang heb ik me afgevraagd of ik dit leven nog wel de moeite waard vond om energie in te steken.

Uiteindelijk viel dat positief uit. Het leven bleek de moeite waard omdat er zo veel mensen om me heen zijn die voortdurend bewijzen dat ze om me geven, dat ze me onvoorwaardelijk steunen, helpen, luisteren en praten.

Door die mensen krabbelde ik langzaam overeind. In november vond ik weer een ritme. Ik haalde voldoening, troost, uit de dingen waar ik al die jaren, die prachtig en dramatisch tegelijk waren, niet aan toe was gekomen. Eindelijk kon ik full-time werken aan alle plannen waar ik nooit goed aan was toegekomen. Coby ging altijd voor, daarna het huishouden, de tuin, en wat losse klussen om toch de cash-flow een beetje op gang te houden. In de verloren uurtjes die daarna over waren, probeerde ik wat van mijn eigen initiatieven uit voeren. Zonder al te veel animo, want voortdurend vroeg ik me af: “Waarom doe ik dit eigenlijk? We hebben toch geen toekomst samen.”

Een half jaar “na Coby” kreeg ik het tempo te pakken. Mijn websites zagen er eindelijk fatsoenlijk uit, wat beloond werd met hogere kijkcijfers. Mijn foto’s en films werden volwassener. Ik reed heel Nederland door. Ik had weer kleur in mijn leven.

En dan opeens lig je op een operatietafel, en word je verteld dat je een paar maanden, misschien wel langer, als invalide door het leven moet gaan.

Kamperen in de huiskamer

De trap is opeens een onneembare hindernis, dus kwam er een ziekenhuisbed. Ik kampeer in mijn eigen huiskamer. In huis verplaats ik me met een rolstoel; voor buitenshuis heb ik sinds vorige week een scootmobiel. Het was een feest om voor het eerst in 3 weken weer zelf boodschappen te doen. Dat zulke kleinigheden je zo gelukkig kunnen maken.

Dat zijn dan weer de positieve kanten van zo’n tegenslag. Je leert dat geluk relatief is, afhankelijk van je situatie. Ik ben nu gelukkig met dingen die vroeger totaal onbelangrijk waren. Ook verdriet is relatief. Soms zit ik diep in de put, maar als ik dan denk aan alle ellende die mensen elkaar wereldwijd aan doen, dan mag ik eigenlijk niet klagen.

En weer begint het leven kleur te krijgen, en ook deze keer weer grotendeels door al die ontzettend lieve mensen om me heen, die weer spontaan het huishouden komen doen, de was, die alle instanties voor me opjagen, die bijna iedere dag op bezoek komen voor een kop koffie en een babbel, die met me meegaan naar het ziekenhuis.

Ook deze keer zijn zij het weer die het leven de moeite waard maken. Als ik deze mensen vergelijk met dat roddelzieke, egoïstische, egocentrische, keiharde, liegende en bedriegende stel dat ik vroeger om me heen had, dan voel ik me weer een bevoorrecht mens.

Permanente koppeling naar dit artikel: http://www.vanweezep.info/het-kan-altijd-erger/