Herinneringen en emoties

Ik heb in de laatste week weer een paar uurtjes gewerkt aan mijn ‘Herinneringen’ zoals ik ze intussen heb gedoopt. ‘Memoires’ hoort bij volwassen oorlogen. Hoewel ik me dan meteen afvraag of een volwassen oorlog wel kan bestaan. Maar goed, dat is hier niet belangrijk. Ik schrijf herinneringen, en het doet me nog steeds goed om het hele verhaal gewoon luid en duidelijk, met namen te kunnen schrijven. En als je schrijft, krijg je zelf ook een beter beeld.

Zeker met dit weer is het onmogelijk om tijdens het schrijven niet aan dat kampeerterrein te denken. Hoe zal het daar nu zijn? Zijn die hutten fatsoenlijk geïsoleerd? En wat voor verwarming is er? Is er een gasaansluiting of moet er gesleept worden met Campingaz flessen? Kun je gewoon in je T-shirt romantisch samen op de bank zitten of moet je onder een dekentje kruipen om warm te blijven? Bovenal natuurlijk: wat moet je allemaal fout doen, of wat moeten je kinderen allemaal fout doen, om in zo’n situatie verzeild te raken, en dan ook nog moeten doen of je het leuk vindt? Dat laatste lijkt me het lastigst. Bibberend en elkaar vervloekend doen alsof je het ultieme genieten hebt bereikt.

Als ik aan ellende denk, dan komt natuurlijk ook dat kereltje in die put in me boven. Wat een drama. Meteen vraag je dan ook af hoe dat mannetje in die put onder een prop terecht is gekomen. Toch geeft het wel enige hoop voor de mensheid dat honderden mensen zich inspannen om het jochie boven de grond te krijgen.  Maar ook meteen dringt tot je door tot wat voor bizar denkende diersoort wij zijn ontwikkeld. Iedere dag sterven in heel Europa in het verkeer ongeveer 70 mensen, en raken er duizenden ernstig gewond. Of het zo moet zijn, kom ik, terwijl ik dit schrijf op telegraaf.nl een artikel tegen over Flitsmeister, de grootste vriend van de automobilist zoals ze zichzelf noemen. Zelf noem ik ze liever de grootste vijand van de verkeersveiligheid. Hoeveel extra verkeersdoden zal die vriend op zijn geweten hebben? Waarom kunnen we ons niet gewoon houden aan regels en borden? Is dat nu echt te veel gevraagd? Van die verkeersslachtoffers liggen we geen seconde wakker, we doen er helemaal niets aan. Maar van één ventje in een put volgen we allemaal met ingehouden adem de ontwikkelingen op de voet, en zitten we allemaal heel zacht te denken: ‘Schiet nu toch eens op. Waarom duurt het zo lang?’

Terwijl we dat doen denken we ook meteen wat we vanavond willen eten en of we daar nog boodschappen voor moeten doen. Dat herinnert me aan die tsunami  op 26 december 2004. We zagen die 230.000 mensen bijna live vluchten of meegesleurd worden door het water. Ze verdronken voor onze ogen en toch gingen we gewoon door met waar we mee bezig waren: ‘Wil je nog iets drinken, lieverd?’