Genieten van het leven

We zijn, ondanks alles, nog steeds dolgelukkig, en genieten van iedere dag die we hebben. Soms lukt dat niet, heb ik eerder geschreven, maar momenteel gaat dat prima. Al moet ik eerlijkheidshalve toegeven dat ikzelf alleen maar onder voorwaarden gelukkig ben.

We kunnen dollen als pubers, de slappe lach krijgen om onze eigen flauwe grapjes. We genieten met volle teugen van dagjes uit en drankjes op een terras, maar ook kunnen we uren lang genieten van de mussen als ze in de tuin zitten te eten van de rijst die we ze iedere dag voorschotelen.

Zelfs lukt het om, onder het genot van een hapje en een drankje, te praten over wat ons te wachten staat. Begint de ellende al gauw, of hebben we mazzel en mogen we nog een  jaar, of misschien zelfs 2 jaar doorgaan? En wat staat ons te wachten als de kanker niet meer te stoppen is, een lang en pijnlijk ziekbed of loopt het zo’n vaart niet?

Ook de uitvaart kunnen we samen bespreken zonder emotioneel te worden. Samen kunnen we alles bespreken zonder in te storten. Dat verandert zodra er anderen in de buurt zijn. Als dan de gezondheid van mijn lief ter sprake komt, dan voel ik me slap worden, en moet ik moeite doen om niet  in huilen uit te barsten.

Ook lukt het met de beste wil van de wereld niet om verder vooruit denken dan de uitvaart.  Alles wat daarna kan komen, staat achter een dikke onneembare muur.

Als ik door die muur heen zou gaan, word ik onherroepelijk knettergek. Dat merk ik bijvoorbeeld als ik in mijn eentje in de auto zit, of in mijn eentje boodschappen aan het doen ben. Dan voel ik me hopeloos eenzaam, ik krijg een voorproefje van wat me eens te wachten staat.
Dan kan ik zomaar worden overvallen door een huilbui, of een aanval van machteloze woede. Zelfs het idee om van een brug te springen of om de auto om een lantaarnpaal te vouwen, als mijn lief er niet meer is, is dan niet meer angstwekkend maar eerder een vluchtmogelijkheid uit een nachtmerrie.