Gemengde gevoelens

Geüpdatet 28 juli 22:30 uur

Het is bijna zover. Volgende week krijg ik de sleutels van mijn nieuwe huis en dan heb ik een maand om dat huis bewoonbaar te maken en te verhuizen. Het inpakken begint te vorderen.

Alle mogelijke emoties gaan in mij om. In dit huis heb ik de mooiste periode van mijn leven doorgebracht, maar ook de twee zwartste periodes. Een walgelijke soap periode, en een periode van ziekte, behandelingen en hoop, waarvan we al snel wisten dat die hoop ijdel was. En dat allemaal nog overlappend ook. We waren gelukkig, vrolijk, boos, verdrietig, trots, bang en vechtlustig tegelijk. Terwijl we hikkend van het lachen proostten op de zoveelste blooper van de toneelvereniging voelden we de bezorgdheid om stijgende tumormarkers, en pakten we toch vol blijdschap de koffers in voor weer een vakantie naar Coby’s favoriete Benidorm.

Ook nu voel ik weer tegenstrijdige emoties. Bij het op- en ontruimen van de zolder, kwamen al die oude emoties weer boven. Maar nu kwam er ook weemoed bij, heimwee naar wat nooit meer terug komt. Ik sluit een kostbare periode af. Ik neem afstand van de plek waar we bijna twaalf jaar zo intens gelukkig zijn geweest.
Die jaren hebben zoveel impact op mijn leven en denken gehad, dat Coby nog steeds iedere dag de hele dag om me heen scharrelt. Ik woon nog steeds samen, terwijl ik alleen ben. Dat is lastig en fijn tegelijk. Ik heb bij toeval een boek gevonden waarin dat gevoel wordt behandeld, Leven en dood, partners op afstand. Als de verhuizing klaar is, en mijn geest helder, dan ga ik dat lezen.

Een andere nieuwe emotie is ergernis over mezelf omdat ik een nederlaag heb geleden; voor het eerst sinds tijden heb ik verloren. Ik had een doel voor ogen, en dat doel heb ik niet bereikt, terwijl ik er zo dichtbij was. Ik ben er nog steeds dichtbij en kan er toch nèt niet bijkomen.

Ik heb het verschil eens uitgerekend tussen de twee woningen. Van 170 vierkante meter woonruimte plus een flinke garage ga ik terug naar 100 vierkante meter met een schuurtje. Dat is een forse achteruitgang. Achteruitgang is nooit iets om trots op te zijn. Dat ben ik ook niet. Ik ga geen toneelstukjes opvoeren over hoe blij ik hiermee ben; toneelstukjes laat ik liever over aan het soap team. Natuurlijk ben ik blij met mijn nieuwe huisje, maar ik zou nog veel blijer zijn geweest als ik in dit huis had kunnen blijven.

Zolang Coby “er nog was”, zeker in de laatste 4 jaar toen we wisten dat we samen niet oud zouden worden, heb ik altijd gezegd: “Zolang het geld een langere houdbaarheidsdatum heeft dan jij, is alles goed. Geld verdienen komt daarna wel; dan heb ik ook iets om mijn tanden in te zetten. Anders word ik gek.”

Als de tijd beperkt is, dan is die tijd kostbaar en moet je juist het onderste uit de kan zien te halen. Dat is gelukt. We hebben in die laatste jaren van haar leven kans gezien om met volle teugen te genieten. Zo vaak mogelijk in Benidorm op terrasjes, maar ook gewoon hier in de tuin, omringd door musjes.
Dat is iets waar ik trots op mag zijn. Mijn afscheidscadeau aan de liefde van mijn leven.

We zijn inmiddels 2 jaar en 3 maanden verder, en tot nu toe is het niet gelukt om mijn tanden ergens in te zetten. Zodra ik dat probeer, krijg ik weer een ongemakje dat me een tijdje aan huis kluistert. Ik ga daar geen overzicht van maken. Het zijn geen stormen meer zoals vroeger, het zijn niet meer dan tegenwindjes. Maar door veel tegenwindjes word je ook vertraagd en uit de koers gedrukt.
De nering naar de tering zetten, zoals ik altijd als doel heb gehad, is niet gelukt. Dat is slecht voor mijn ego, maar het is niet anders.

Er blijft geen andere mogelijkheid over dan de tering naar de nering zetten. Als geld verdienen niet lukt, dan wordt het bezuinigen. Na al die jaren met een begrotingstekort moet de boel nu sluitend worden gemaakt.

Gelukkig hoef ik me daarvoor niet terug te trekken in een kampeerbarak van 49 vierkante meter. Daar moet je toch niet aan denken? Mijn slaapverdieping is groter.
Daarmee vergeleken kom ik in een paradijs terecht, dat op maat lijkt te zijn gemaakt voor me. De leefruimte is bescheiden, maar alles is op de begane grond, woonkamer, keuken, badkamer, WC, slaapkamer. Het doet denken aan een flinke en fatsoenlijke recreatiebungalow. Landal in plaats van Center Parcs.
Daar bovenop staat een cadeautje; een extra vertrek van bijna 40 vierkante meter, één grote ruimte waarvan ik een klein gedeelte zal moeten gebruiken voor de opslag van alle rommel die iedere mens meesleept; gereedschap, koffers etc. De rest wordt werkruimte, kantoor, bibliotheek en fotostudio, met een fantastisch uitzicht op het park, met in de verte de kerk en de winkels. Zo’n hobbyruimte heb ik nooit eerder in mijn leven gehad. Dat schenkt in ieder geval voldoening, en niet zo’n beetje: ik krijg een hobbykamer die bijna net zo groot is als de hele beruchte kampeerbarak.

Ook heb ik wéér ervaren hoeveel dierbaren ik in mijn nieuwe leven heb, hoe intens dierbaar die dierbaren me zijn, wat die dierbaren voor me betekenen en doen. Ondanks alles kan ik alleen maar de woorden herhalen die Coby tijdens haar ziekte regelmatig uitsprak: “Ik voel me een bevoorrecht mens.”