Geluk, om met mijzelf te beginnen

Als ik aan geluk denk, is het onmogelijk niet in de eerste plaats aan mezelf te denken. Ik mag stellen dat ik, zeker in deze eeuw, een fikse overdosis pech te verwerken heb gekregen, maar ook wat geluk betreft ben ik royaal bedeeld. Juist die combinatie heeft me uiteindelijk lichamelijk en geestelijk gesloopt.
Want op een andere manier kan ik mijn huidige conditie niet omschrijven.

Dat klinkt dramatischer dan het is; het is maar een burn-out, er zijn ergere dingen. Ik ben gelukkig (daar is hij weer: de geluksfactor) zo verstandig geweest om in te grijpen. De kentering is bezig, mijn leven ben ik drastisch aan het omgooien, de spanning moet eraf, en als ik daarmee klaar ben, dan krijg ik eindelijk rust in mijn hoofd.

Intussen komt er weinig uit mijn handen, maar dit is wel even een leuk onderwerp om aandacht aan te besteden, vooral omdat het me waarschijnlijk helpt om de rust in mijn hoofd te herstellen. Zo werkt dat nu eenmaal bij me. Al schrijvend kom ik tot conclusies. Conclusies nemen onzekerheid weg en geven rust.

Mijn allerallerallergrootste geluk is natuurlijk geweest dat ik Coby heb leren kennen, en dat wij, ondanks dat stel kwallen, dat zijn uiterste best heeft gedaan om ons kapot te maken, samen toch ruim dertien fantastische jaren hebben meegemaakt. Ik ken eerlijk gezegd weinig paren waarvan ik het zelfde kan zeggen. Zeker in mijn vorige leven kende ik paartjes waarvan de motieven om niet uit elkaar te gaan tot op de dag van vandaag een raadsel voor me zijn gebleven.

Mijn bijna allergrootste geluk is dat ik in Swifterbant terecht ben gekomen, de hemel op Aarde, en toch maar zo weinig kilometers verwijderd van die modderstroom waardoor ik me ooit heb laten meeslepen.

Mijn tweede bijna allergrootste geluk is natuurlijk dat ik nooit in de malle verhalen van de bedrijvenkwakzalver ben getrapt. Één van de weinige figuren die ik ooit heb gekend die het voor elkaar kregen om dronkenmanspraat uit te kramen zonder overdosis alcohol. Hoewel ik van dat laatste bij nader inzien niet zeker ben. Het zou wel veel verklaren als ik dat idee afdoe als een misverstand.
Als ik wèl in de wartaal van Kwak de Bedrijvenzalver was getrapt, dan had ik misschien ook de rest van mijn leven moeten doorbrengen in een soort woonwagen zonder wielen, in een drassig weiland. Zoiets wens je niemand toe; hoewel, er zijn personen die ik het wèl toewens, en laat uitgerekend één van die figuren door het lot (of, wat waarschijnlijker is: door zijn eigen onnozelheid) zijn veroordeeld tot een leven in zo’n wielloze woonwagen.

Dwing je geluk af, zoals vaak wordt gesteld door zichzelf overschattende mazzelaars? Is geluk een prestatie of toeval?

Allebei, dat kan niet anders. Ieder dag veilig thuis komen doe je zelf, maar lukt niet zonder enige medewerking van anderen. Hoe voorzichtig je zelf ook bent in het verkeer, het gedrag van anderen kun je niet beïnvloeden. Je kunt alert zijn, anticiperen, maar dat geeft geen garantie. In het verkeer ben je tegenwoordig, net als veel dieren in de natuur, jager en prooidier tegelijk. Als je op een vrachtwagen stuit, terwijl je zelf nèt met al je aandacht probeert een fietser of voetganger te grazen te nemen, dan is voor jou het jachtseizoen tot in alle eeuwigheid gesloten.

Ook wat gezondheid betreft ben je grotendeels afhankelijk van het toeval. Je kunt nog zo gezond leven, iedere dag een sinaasappeltje eten, een wandelingetje maken (maar niet rennen zeggen de laatste inzichten, tenzij die sinds vorige week weer zijn bijgesteld, wat we niet kunnen uitsluiten want de inzichten schrijden harder voort dan ik prettig vind), niet roken, niet drinken, zodat de dokter trots op je is en je verzekert dat je wel 123 kunt worden, maar als er één schroefje losschiet, één klepje hapert, een buisje knapt of ergens een onmisbaar onderdeel begint te bederven, dan staat die dokter met zijn mond vol tanden en heb je al die sinaasappeltjes voor niets gegeten, al die kilometers voor niets gelopen, en al die sigaretten en drank voor niets laten staan.
Inkoppertje: dat zal gelukkig (jawel, alweer geluk) van mij nooit gezegd kunnen worden.

Ben je voorbestemd om al dan niet gelukkig te worden? Is iedere seconde van ons leven al lang geleden vastgelegd, in een groot boek waar zelfs het boek van Sinterklaas bij in het Grote Niets verdwijnt?
Ik zelf heb al te veel pechgevallen meegemaakt om nog enig vertrouwen te kunnen opbrengen in een scheppingsfabriek. Of misschien heeft Hij direct na de Scheppingsdaad Zijn handen van ons afgetrokken om af te wachten wat wij er zelf van terecht brengen.
In dat geval vrees ik dat Hij niet trots op ons zal zijn.
Terwijl de auto’s steeds minder onderhoud nodig krijgen, worden mensen steeds duurder in onderhoud. Misschien wordt het hoog tijd om automonteurs om te scholen tot mensenmonteurs. 
Auto’s bestaan pas ruim honderd jaar, terwijl de mensen al éénkommazes miljoen jaar van de band rollen; toch gaan er nog steeds iedere dag meer mensen stuk dan auto’s. Een garantiecertificaat krijg je er niet bij en van terugroepacties om constructiefouten te herstellen is ook nog steeds geen sprake. Dat geeft te denken. En dan hebben we het nog niet eens over al die andere wezentjes die bedacht zijn door de zelfde Heilige Geest, en waarvan er iedere dag nog veel meer kapot gaan. Misschien is het een tip voor die dertien gele hesjes die gisteren in Den Haag verzameld waren: loop door naar Vaticaanstad en ga daar eens praten over betere condities.

Zoals gebruikelijk dwaal ik weer af. Ik begon me af te vragen of het in een eventueel “Hiernamaals” allemaal beter is geregeld dan in het “Daarvoormaals” waarin we nu vertoeven. Maar dat kan ik beter bewaren voor een ander stukje, dat misschien ook weer nooit geschreven zal worden. Ik bewaar veel meer voor andere stukjes dan ik ooit allemaal kan uitvoeren. Is dat pech of geluk? Ik ben geneigd om het geluk te noemen. Als ik me verveel, dan is dat niet uit gebrek aan ideeën, maar komt dat door een onderdosis energie.

Ik moet zowaar even terug bladeren, sorry omhoog scrollen om te zien waar ik was gebleven. De kamper, de kwakzalver en Swifterbant, dáár was ik gebleven. In het kader van mijn eigen geluk.
Over de kwakzalver en de kamper heb ik voorlopig genoeg geschreven; denk ik althans, maar kijk niet vreemd op als ik daar in de loop van dit verhaal toch weer op terug kom.
Swifterbant is een heel ander onderwerp. Swifterbant is niet één cadeautje, het is een pallet vol cadeautjes.
Niet alleen wat mensen betreft, maar ook kun je beter problemen hebben in Swifterbant dan in een willekeurige andere plaats.
Ik zelf bijvoorbeeld heb noodgedwongen, vier stappen terug gedaan. Dat is slecht voor mijn ego, maar ik ben er niet ongelukkiger door geworden, en dat komt grotendeels door de omstandigheden waarin ik leef, waarin Swifterbant de spil is.
In Amsterdam bijvoorbeeld hadden die zelfde vier stappen me in omstandigheden gebracht die mijn bevattingsvermogen te boven gaan. Jarenlange wachtlijsten; en voor een budget van € 600,- per maand kom je in de grote steden in buurten en huizen terecht waar ik niet aan moet denken. Iets minder erg, maar ook verre van aantrekkelijk is het gesteld in de steden in mijn directe omgeving, zoals Lelystad, Almere of Zwolle. In wat voor huis zou ik daar terecht zijn gekomen, en hoe lang zou ik daarop hebben moeten wachten?
Hier in mijn allerschattigste plaatsje had ik binnen enkele weken een huis dat op maat is gemaakt voor me, in een straat zonder overburen, met uitzicht op een parkje, met buren die geen enkel geluid maken. Een huis dat zich het best laat beschrijven als een geschakelde bungalow.