Een persoonlijke noot

Ik vergeet in mijn enthousiasme dat ik ook af en toe wel iets normaals moet schrijven.

Bijvoorbeeld dat Clarabella weer bij me logeert. Het konijn waar ik een soort stiefopa van ben. Helaas is Clarabella vorige week onverwacht weduwe geworden, dus ze is alleen.
Ze heeft last van de eenzaamheid, dat is goed merkbaar. Konijnen zijn groepsdieren, dus in haar uppie weet ze niet goed wat ze moet doen.
Het is aandoenlijk hoe ze zich gedraagt. Normaal gesproken lagen ze samen in het hok of in de schuilkelder die ik eronder voor ze heb gemaakt. Maar nu ligt ze ‘s nachts bij de achterdeur. Behalve als het licht in mijn slaapkamer brandt; dan ligt ze zo dicht mogelijk bij het raam.
De neiging om haar binnen te laten heb ik tot nu toe kunnen onderdrukken.
Als ik naar buiten ga, dan gedraagt ze zich als een klein kind. Ze begint enthousiast heen en weer te rennen, of ze springt languit het oerwoud in om aan een struik te knabbelen. Het lijkt wel of ze roept “Kijk eens wat ik kan, Opa.”
Ik zou haar kunnen adopteren, maar dat doe ik niet. Ik wil vrij zijn om te doen en te laten wat er in mij opkomt, zonder te moeten opbellen: “Zou jij Klaartje willen voederen, want ik ben…”
En dieren gaan allemaal zo gauw dood, en dan ben ik weer een week van de leg. Dat wil ik niet meer.

Mijn tuin is experimenteel. Ik wil een natuurlijke tuin. Een tuin waar beestjes iets aan hebben, vogels, vlinders, bijen, hommels, wespen, torren, slakken. Alles wat een gezicht heeft is welkom. Daarom wil ik Nederlandse waar, geen prachtige tropische planten waar geen hond iets aan heeft.
Daarom plant ik bijna niets. Ik laat alles groeien wat komt aanwaaien. Ik haal alleen weg wat lelijk is en waar geen beestjes op afkomen.
Die aanpak werkt goed, want zelfs het konijn eet bijna geen voer meer; ze eet veel liever vers uit de tuin.
Wat ik wèl ga planten in de komende dagen zijn zaadbommen, plus eetbare bloemen en een paar groentes. Ik ben benieuwd wat daarvan voor mezelf overblijft. Er zitten een paar foute exotische groentes bij, paprika en tomaat. Maar die maakten deel uit van het pakket.

Van mijn laatste zonvakantie heb ik een soort zwarte bonzai-champignonkwekerij op mijn hoofd overgehouden. Die begint nu zo veel ruimte in te nemen, dat mijn huisarts er van schrok. Watje. Morgen mag een kweker er een blikje op werpen. Ik ben benieuwd.

Daarna ga ik waarschijnlijk een stukkie wijden aan kant-en-klare maaltijden en aan gemaksvoedsel.
Mijn benen trekken zich steeds minder aan van mijn opdrachten. Terwijl ik een duidelijke koers voor ogen heb, waggelen zij alle kanten op.
Ik en onderdanen, dat is nooit een succes geweest en het gaat gewoon door. Het is mijn lot. Karma.
Gelukkig blijft het domme gemekker me deze keer bespaard.

Maar goed. Door die opstandige onderdanen maak ik meer gebruik van de voedingsindustrie dan me lief is. Wat ik daarvan heb geleerd wil ik graag delen met mijn volgelingen.