Een hilarisch gesprek met een vrolijk vogeltje

Laatste update dinsdag 30 juli 13:00

Een paar maanden geleden schreef ik over het teleurstellende verlies van lezers in Lelystad. Vanaf de start van mijn weblog in 2009 hebben Lelystedelingen massaal aan mijn lippen gehangen en dan opeens, als bij toverslag of afspraak komt er niemand meer, en preek ik voor een lege zaal.
Tenminste, ik heb nog wel publiek, maar dat zijn ‘gewone mensen’, die me nooit in de rug hebben aangevallen, die me nooit hebben laten vallen als een baksteen, die me nooit met zotte eisen voor de rechter hebben gesleept, die nooit de ‘vijand’ hebben aangemoedigd, die nooit gedreigd, gelogen en gefraudeerd hebben om hun onzinnetjes door te drijven, die nooit van me hebben geprofiteerd of over me hebben geroddeld, mensen die zelfs niet snoeven. Jawel, zulke mensen bestaan. Waarom ik ze pas na 2001 heb leren kennen, dat is één van de grote raadselen van mijn leven.
Maar goed, mijn publiek bestaat nu alleen nog maar uit onschuldige, lieve mensen, van vlees en bloed, met hersens en emoties, betrouwbare mensen aan wie ik zonder te aarzelen mijn portemonnee zou toevertrouwen. Verder bestaat mijn publiek uit vreemdelingen die zich door de zoekmachines hebben laten wijsmaken dat ik iets te vertellen heb.
Het zijn dus alleen de egocentrische zelfverheerlijkers en hun aposteltjes die zijn afgedropen zonder een reden op te geven. Na al die jaren voelt dat toch als een verlies. Op den duur worden zelfs IP adressen een soort vertrouwde gezichten, waar je aan gehecht raakt. Gelukkig heb ik ze opgeslagen zodat de herinneringen niet helemaal verloren zullen gaan.

Deze week kreeg ik onverwacht bezoek van een vogeltje, een musje natuurlijk, dat giechelend wat informatie in mijn oor tsjilpte. 
Voordat ik verder ga met dat musje is een heel klein opfriscursusje op zijn plaats.
Iedereen weet hoe mijn bedrijf, dat ooit een kerngezonde onderneming was met 9 min of meer werkzame personen, met een ijzersterke reputatie en een héél aantrekkelijke winst, in 6 jaar tijd steen voor steen werd afgebroken tot er in 2007 niet meer van over was dan een soort speelgoedbedrijfje, noem het maar Legolith.
Gelukkig had ik me drie jaar eerder al terug getrokken, zodat geen zinnig mens nog kans kon zien om mij te beschuldigen van het debâcle.
Maar enkele minder zinnige mensen vonden het toch de moeite van het proberen waard om mij als schuldige aan het debâcle aan te wijzen. Terwijl ik vanaf 2001 al niets meer te vertellen had gehad in mijn eigen bedrijf en terwijl ik daarom per half 2004 de tent officieel had verlaten, werd ik achteraf zonder enig probleem door de tegenpartij aangewezen als de schuldige van het verlies van klanten, omzet, winst en goodwill, zelfs in de jaren dat ik niet eens in de buurt van Legolith was geweest.
Toen ik nog de baas was, was het aan hun prestaties te danken dat er zoveel winst werd gemaakt, en toen ik niets meer deed was het mijn schuld dat de zaak naar de knoppen ging. Knappe logica eigenlijk, hè? Ik vind hem absoluut geniaal. Gelukkig maar, ze waren toch nog ergens goed in. Hoewel, er was nog meer maar dat waren allemaal van die negatieve krachten, destructief, manipulerend, of verbaal gewelddadig en zo. 

Zelf had ik eerlijk gezegd de indruk dat ze meer gefocust waren op egotripperij, cijferpoetserij om de indruk te wekken dat het erg goed ging dankzij de bedrijvenvoodoomedicijnmens, en dat ze het zelfs drukker hadden met “wijze adviezen” aan arme gedupeerde exen dan met de bedrijfsvoering zelf. En dat ze daardoor pas begonnen te begrijpen dat het schip aan het zinken was, toen het al op de bodem lag. Want 6 jaar lang 30% omzet per jaar kwijt raken, dat zou je toch moeten merken, lijkt mij? En er iets aan doen, misschien zelfs wel? Zwemt er misschien nog ergens een klant los, die we aan de haak kunnen slaan? Of zijn er nog diensten denkbaar die we kunnen aanbieden aan de bestaande klanten om extra omzet te genereren?

Al met al had ik al die jaren het gevoel dat ik in een slapstick terecht was gekomen, een coproductie van Chaplin en Laurel & Hardy, met toch ook onmiskenbare Muppet Show kenmerken. 
Het allerdiepste dieptepunt werd bereikt in 2010, toen van het bedrijf nog maar twee Lego steentjes over waren gebleven Nòg dieper zinken leek onmogelijk en ook saneringsoperaties stellen in zo’n stadium niet veel meer voor. Welke asbak zullen we verkopen? Die van jou of die van mij?

“Nee hoor”, tsjilpte mijn musje vrolijk in mijn oor, van plezier hippend van het ene pootje op het andere. “Ze hebben inmiddels zelfs kans gezien om die twee laatste Lego steentjes uit hun handen te laten vallen. Ze zijn hopeloos kapot, totaal vergruizeld.”
Einde van de tweede akte van de slapstick.

Het doek gaat op voor de derde akte, met een nieuw decor.
En als je dan het decor van die derde akte van de slapstick te zien krijgt, dan zou je bijna gaan geloven dat ergens daarboven een Scheppende Kracht aan het werk is geweest met een groot hart en een nog veel groter gevoel voor humor. Als dat zo is, dan ga ik later een Whisky’tje met Hem drinken. Die heeft Hij dan dik verdiend. 
Als ongelovige houd ik het gewoon op toeval, maar hoe dan ook had het verhaal niet hilarischer kunnen verlopen: Een ballonnendecor bij de laatste akte van een slapstick.

Ik denk dat ik nu begrijp waarom mijn publiek is afgedropen. Zelfs de alleronnozelste van de uitgebreide schare niet al te nozele aanhangers, zal nu toch op zijn minst een minikriebeltje van ongeloof moeten voelen.
En mensen die betrapt worden op een fout, geven dat nu eenmaal nooit toe. Liever trekken ze zich verongelijkt terug, en houden zich, met hun ogen dicht en vingers in hun oren, van den domme. “Wat heb ik met die ‘procedures’ te maken?”

Hoog tijd voor een feestje. Zonder vreugde, en zeer zeker zonder ballonnen, maar met een straffe borrel en een gematigd gevoel van voldoening.