Een anekdote

Er schoot mij een leuke gebeurtenis uit mijn ‘vorige leven’ te binnen.

Maar eerst even een kleine toelichting. Het is nooit een gewoonte van me geweest om mensen hun fouten of missers in te peperen. Dat ik dat bij dit stel bij voortduring wèl doe is simpelweg te wijten aan het feit dat zijzelf hun hele leven wijden aan het de grond in trappen van anderen. Anderen kleineren is de makkelijkste manier om zelf een beter mens te lijken. Dat je daar echter helemaal niets mee bereikt, hebben zij zelf voldoende aangetoond na mijn ontsnapping aan het door hen gebouwde gekkenhuis. En dat zal ik eeuwig blijven inpeperen als wraak voor wat zij mij geprobeerd hebben aan te doen.
Ook al is het grootste deel daarvan op een gigantische flop voor henzelf uitgedraaid, evengoed heeft het mijn leven blijvende schade toegebracht, financieel, sociaal, psychisch en fysiek. En emotioneel, niet te vergeten.

Mijn hele leven heb ik bijvoorbeeld nauwelijks een huisarts nodig gehad; waar direct verandering in kwam toen zij begonnen met hun krankzinnigheden. Ieder jaar kwam er een pilletje bij, een spierverslapper, of een pilletje tegen hoge bloeddruk, om de hartslag in toom te houden, om mijn hersens rust te geven. Inmiddels is de collectie uitgebreid tot een la vol.
Dat ik nu zelfs niet meer zelfstandig mijn huis kan onderhouden, lopend naar de winkels kan gaan (op 150 meter afstand, ik kijk erop uit als ik aan mijn eettafel bij het voorraam zit), of met het Openbaar Vervoer kan reizen is een direct gevolg van al die adrenaline die ik in al die malle jaren nodig heb gehad om overeind te blijven. Mijn rug, mijn spieren, mijn zenuwen zijn allemaal verrot, naar de bliksem.
Kapot gevreten door mijn eigen vecht- of vluchtsysteem. Mijn hele lichaam doet pijn, mijn benen gehoorzamen niet meer omdat de zenuwen in mijn rug beklemd zijn, spieren verkrampen af en toe spontaan, of ze staken juist, dan lig ik zelf op de grond of laat iets uit mijn handen vallen. Iets goedkoops als ik geluk heb, een kopje of zo. Maar het kan ook iets vervelenders zijn, eergisteren sneuvelde bijvoorbeeld een glasplaat uit de diepvriezer die ik aan het schoonmaken was. Dat kost me dan € 26,50 voor een nieuwe glasplaat en 2 uur om al de stukjes glas in de badkamer bij elkaar te vegen.
Op dat soort momenten denk ik met zóveel genoegen en liefde terug aan die prachtige tijd. Ik heb zóveel plezier beleefd aan mijn familie en ik heb zóveel herinneringen om dankbaar voor te zijn.
Ik neem aan dat de gemiddelde lezer begrijpt dat de vorige zin ironisch bedoeld was. Ik kom kots tekort als ik terug denk aan vroeger, niemand uitgezonderd.  De reden waarom ik niemand uitzonder is dat de al vaak besproken brief die ik na hun laatste debacle ontving, bewees dat iedereen op de hoogte was van de kutstreken die werden uitgehaald om mij op te lichten. Iedereen zat in het complot. Daarom werd er een wanhopige poging gedaan om de veroorzaakte schade te herstellen door twee onschuldige buitenstaanders de schuld in de schoenen te schuiven. En daarom ook werd er zes jaar geleden geweigerd om uit te leggen waarom ik ooit, zonder er een woord aan vuil te maken, uit het nest werd geflikkerd.
Alles wat ik heb gedaan is tijdverspilling geweest.

En waarom werd iedereen opgehitst tegen mij? Oorzaken:  Honger naar poen, behoefte aan onverdiend applaus en een absoluut gebrek aan fatsoen. Twintig jaar lang heb ik me als enige kapot gewerkt om een bedrijf op te bouwen waar de hele familie goed van kon leven. Altijd heb ik gewerkt in het belang van ‘ons allemaal’.
En dan de loyaliteit van de andere deelnemers. Heel even was ik minder nadrukkelijk aanwezig omdat ik door hun luiheid oververmoeid was geraakt, en omdat ik volgens die dikke wel even kon bijkomen. ‘Nee hoor, het gaat allemaal prima dus ga jij maar weer naar huis.’
Omdat ze héél even zonder mij konden, dachten ze meteen dat ze het ook blijvend zonder mij zouden kunnen redden. Vanaf dat moment werd er dan ook een onafgebroken stroom wilde plannen ontwikkeld om de tent gratis, of zo goed als gratis in te pikken.
Al die plannen mislukten faliekant omdat ze geen flauw idee hadden van wat ze aan het doen waren, en omdat ze helemaal niets wisten van administratie, van wetten en rechten, van bedrijfsvoering, en zelfs niet van de Nederlandse taal, wat altijd je belangrijkste gereedschap is. Ik citeer uit de notulen: ‘Drie tegu één, makkie. Mag geen probleem sijn. En anders hep ik un bedrijfudokter in huis. Assu we ut dan nog niet voor elkaor krijgu.’ (Reminder: ze kregen het niet voor elkaar. En dat terwijl de groep ‘specialisten’ iedere dag groeide.)
Maar ook kwam het een beetje omdat ik die rustperiode (gelukkig!) had gebruikt om me te wapenen tegen wat we heel beleefd in beursterminologie zouden kunnen omschrijven als een vijandelijke overname, maar wat in feite niet meer was dan een reeks klungelig uitgevoerde roofovervallen.

We pakken de draad van het verhaal weer op.
Zeker de hoofdrolspeler van de klucht was altijd erg druk met zelfverheerlijking over de rug van anderen. Zo werd ik bijna een halve eeuw later nog steeds bij iedere gelegenheid hysterisch hinnikend herinnerd aan een behangpartijtje uit de vroege jaren zeventig waarbij ik een baan behang had afgemeten met een duimstok waarvan één segment was ingeklapt. ‘Als je gaat behangen, laat hem dan de banen opmeten. Die is daar heel goed in. Hahahaha.’
Onvervalste dolkomische humor. Het zegt wel iets als je in al die jaren niet meer commentaar op iemand weet te bedenken dan een verkeerd gemeten baan behang.

Omgekeerd had hij in de negentiger jaren mij eens geholpen met het plaatsen van een slaapkamerkast. ‘Nee joh, dat moet je niet met schroeven doen. Dat doe ik altijd met dubbelzijdig plakband. Dat gaat veel sneller en het blijft ook beter zitten.’
Dat midden in de nacht de constructie met veel geraas in elkaar donderde, dat was nou iets waar later niet meer over mocht worden gesproken, want dat was gemeen. Lachen om fouten is leuk, zolang het anderen betreft. Meten met twee maten, en dat zonder ingeklapte duimstok.

Met een vriendenkring plachten we één keer per jaar een weekendje weg te gaan. Naar een pension, een kasteel met groepsaccommodaties of een andere gelegenheid dat onderkomen bood aan een groepje van een mannetje of twintig. De organisatie werd meestal gedaan door een wisselende ploeg van één of twee echtparen, waarbij het de gewoonte was om de bestemming geheim te houden tot we ter plekke waren.
Op vrijdagmiddag reden we daar dan in optocht naartoe in een stuk of vijf auto’s. De organisatoren in de voorste auto en de onwetenden er in volgauto’s achteraan.

Ook ‘wij’ hebben de organisatie eens gedaan, nota bene met het echtpaar dat zich later ook aansloot bij de vijand, en dat na die onafgebroken reeks blunders, in een brief de hele geschiedenis probeerde te vervalsen.
Waarom ik dit schrijf is omdat de Voorzitter van dat College ook de hoofdrol speelde in deze vertelling. Onnozelheid was zijn grootste verdienste.

Maar goed. De reis ging in het bewuste weekeinde naar Orvelte, het oergezellige museumdorp in Drenthe waar twee gebouwen zijn omgebouwd tot knusse onderkomens voor grotere groepen.
Voor alle zekerheid kregen alle chauffeurs een envelop met daarin een kaart waarop de accommodatie omcirkeld was, plus het adres, telefoonnummer en een beknopte routebeschrijving.
Die kaart had ik gemaakt op de zaak waar we als pre-press bedrijf nu eenmaal de beschikking hadden over alles dat daarvoor nodig is. De nieuwste Apple computers met de laatste versies van Quark XPress en PhotoShop en een printer met de snelheid en kwaliteit van een drukpers. (Ik ben eerlijk gezegd hoogst benieuwd hoe het nu is gesteld met de apparatuur en software, plus personeel en omzet uiteraard).

Omdat ik de Voorzitter van het College kende, had ik voor de lol een kaart extra gemaakt, met een al even nauwkeurige cirkel, maar dan om een totaal verkeerd adres. Ergens tussen Hoogeveen en Emmen. Die kaart liet ik ergens in de buurt van de printer liggen alsof ik was vergeten hem op te ruimen. Zo was ik er zeker van dat de Voorzitter hem zou vinden zodat hij zijn favoriete spelletje zou kunnen spelen, treiteren en het effect kapot maken, om zo ‘zijn superioriteit over mij te bewijzen’.

Het succes was nog groter dan ik had verwacht. Wekenlang werd gejubeld dat hij geen behoefte had aan de nood-envelop: ‘Ik weet allang precies waar we naartoe gaan. Ik rijd er zó naartoe. Hahaha.’
Alle leden van de groep kregen dat te pas en te onpas te horen, vooral ik uiteraard omdat Zijn (vermeende) eclatante overwinning uiteraard zo vaak mogelijk moest worden ingepeperd.
Zelfs toen ik bij het vertrek de enveloppen uitdeelde, werd het nog  keer uitgeroepen. Zo hard mogelijk, zodat alle deelnemers nog een keer konden genieten van Zijn Triomf.

Bij het passeren van de afslag Hoogeveen, die wij tegen zijn verwachting in voorbij reden, kon ik drie auto’s verder zijn ego horen exploderen, wat bij de aankomst nog een keer werd bevestigd toen Hij met 200 dB en knalrode, opgezwollen wangen, uitkrijste: ‘Ik hat alleen moar un koart met un hele grote cirrekel erop!’

Een weekend om nooit te vergeten.