Drie jaar alweer

Geüpdatet 21 april 15:30

Vandaag drie jaar geleden overleed de liefde van mijn leven, mijn andere helft. Zo voelde dat; ik werd gehalveerd. Nu, drie jaar later, voel ik me nog steeds incompleet; ik ben nog steeds mezelf niet, en zal dat ook nooit meer worden. Is dat erg? Nee, dat is helemaal niet erg. Het is de prijs die betaald moet worden voor 13 jaar intens geluk.
Ook het verdriet wordt niet minder naarmate de tijd vordert, al verandert het wel. De tijd schept een afstand, je ziet je lief langzaam in de verte verdwijnen, alsof ze van je weg loopt, en daar heeft de geest uiteraard moeite mee. Wat je dierbaar is moet zo dicht mogelijk bij je blijven.
En toch ben ik niet ongelukkig. Het is heel goed mogelijk om twee tegenstrijdige emoties tegelijk te voelen. Ik voel dan ook, zeker vandaag, verdriet en geluk tegelijk. Verdriet omdat ik incompleet ben, beroofd van mijn grote liefde, en geluk om mijn leven, mijn huis, het dorp en bovenal de dierbaren die me hier in de schoot werden geworpen.

Een tijd geleden heb ik eens geschreven dat mijn jongste dochter in haar emails altijd binnen de grenzen van het fatsoen is gebleven. Dat was niet waar, schoot me vandaag weer te binnen. Ze konden er allebei wat van. Het enige verschil zat in het taalgebruik, de oudste dochter schreef veel agressiever en op ronduit onbeschofte toon. Vanochtend werd ik, om één of andere onbegrijpelijke reden, wakker met een paar (al eerder behandelde) zinnen in mijn hoofd uit een email van de jongste die lichtjaren ver over de grens van het fatsoen was. “Mama denkt daar anders over”, “Marjolein heeft ons aardig laten schrikken, maar daar weet je natuurlijk ook niets van”, gevolgd door “Je weet niet eens waar we wonen”, alsof ik daar voor had gekozen, en om het compleet te maken “Hé, je hebt het wel over mijn familie.” Zinloos geschop onder de gordel, meer een intimidatiepoging dan een dialoog. 
De overeenkomst tussen allebei, in deze situatie, was dat ze beiden zichzelf inzetten als chantagemiddel, waarmee ze het tegenovergestelde bereikten van wat ze voor ogen hadden. Iemand die zoiets kan, heeft aan mijn leven weinig toe te voegen en kan dus makkelijk worden gemist.
Ik mis ze ook niet. Het zijn vreemde vrouwen geworden voor me, in 2 opzichten. Waarom ik er niet over kan ophouden is ook niet omdat ik ze mis, maar omdat ik pisnijdig op ze ben vanwege de onredelijkheid, en om de stupide manier waarop ze het hersendode adviescollege hebben aanbeden en gevolgd, en daar bovenop de manier waarop ze na de (dankzij de bemoeienissen van dat college desastreuze) nederlagen van hun moeder achteloos overschakelden naar de rol van onpartijdige buitenstaanders. “Wat heb ik met die ‘procedures’ te maken?”

Meteen drong tot me door hoe juist díe opmerkingen het verschil weergeven tussen toen en nu. Nu, hier in Swifterbant heb ik èchte warme mensen leren kennen, vrienden die zich méér als familie gedragen dan mijn bloedverwanten. Een bloedband ontstaat door toeval, vriendschap is een keuze. Als tussen vrienden een misverstand ontstaat dan rennen ze niet naar ooms, neven en nichten om de laatste lasterpraatjes te verzwelgen. Vrienden gaan, zoals dat hoort, even op de koffie en vragen: “Is er soms iets?”, waarna binnen een paar minuten het ruisje is verholpen.

Hier zijn we oprecht, en dat heb ik “in mijn vorige leven” helaas nooit mogen meemaken. Daar was alles nep, toneelstukjes, achterklap, lasterpraatjes, zelfverheerlijking, list, bedrog, verraad, egocentrisme en egoïsme.
Vanuit die slangenkuil ben ik in dit warme nest terecht gekomen.
En hoeveel pijn en verdriet (en boosheid, niet te vergeten) ik ook voel, door dat warme nest is het leven nog steeds de moeite waard.

We moeten het er maar op houden dat míjn familie in Swifterbant woont, en de familie van mijn dochters in Tokkie World. Daar voelen zij zich blijkbaar goed bij. Het zij zo.

Met dit onderwerp ben ik overigens nog niet klaar. De ene post leidt naar de volgende.