De voorbereidingen zijn begonnen

Geüpdatet 16 juli 2018 13:30 uur

Ik heb een nieuw huis gevonden. Gelukkig blijf ik in de buurt van mijn dierbaren wonen; het huis ligt om de hoek. Er moeten nog wat formaliteiten worden afgewerkt, en dan kan er geklust en verhuisd worden, hopelijk per 1 september. De wachttijd gebruik ik om in te pakken, en alles weg te gooien wat ik niet meer nodig heb.
Dozen vol met verleden heb ik uitgezocht, en grotendeels weg gegooid. Alleen de hilarische stukken heb ik bewaard. Dat is ook nog een goed gevulde ordner, maar vergeleken met 3 verhuisdozen ruimt het lekker op.
Het bleek erg leuk te zijn om 8 jaar idioterie in een paar uur opnieuw te beleven; alsof je een film versneld bekijkt. Door die snelheid, en omdat ik nu niet meer stijf sta van de adrenaline, komen sommige dingen nu heel anders binnen dan op het moment zelf. Al die toneelstukjes, al die “slimme plannetjes”, de “charme-offensieven”, de strategische onderduikingen lijken nu nog kinderachtiger dan toen. Natuurlijk ook omdat nu de afloop bekend is. Terwijl het gebeurt, word je toch af en toe gevangen door twijfel. Zie ik het wel goed?
Van die twijfel had de tegenpartij geen last. Die hanteerde simpel het uitgangspunt: “Ik kakel maar iets dat interessant klinkt, en daarna flans ik wel wat bewijsmateriaal in elkaar.”

Er zijn in die tijd zo veel kinderachtigheden uitgehaald. Bloedserieuze onderwerpen werden behandeld als een spelletje PimPamPet.
Toen ik de correspondentie tussen Lucas en mij herlas, voelde ik me helemaal melig worden. Wat een klucht. De logica die ze hanteerde, maar vooral de tactiek. Eerst een jaar verstoppertje spelen en dan opeens vol heilige verontwaardiging overeind springen (hiernaast een stukje uit een antwoord van mij op een brief die ik ontving, 5 jaar na de breuk, 4 jaar na de officiële scheiding, en “heel toevallig” 2 maanden na de overdracht van mijn aandelen).
Eindeloos op hoge poten de zelfde informatie opeisen, jaarverslagen, aangiftes, aanslagen, vaste lasten etc, in de hoop dat ik daar een keer niet op zou reageren, want dan had ze bij haar eis kunnen melden dat ik geweigerd had inkomensgegevens te verstrekken, is ook een heel serieuze manier om een geschil op te lossen.

Pas nu begint tot me door te dringen dat Lucas die spelletjes al die tijd heeft gespeeld, omdat ze van het begin af heeft geweten dan ze geen enkele kans had om op een normale manier te winnen.

Gelukkig kon ze toch nog een verwijt tegen me aanvoeren, omdat ik twee jaar eerder geweigerd had een volslagen buitenstaander een kopie te bezorgen van de concept verkoopovereenkomst van mijn bedrijf, dat hij “nodig had om in opdracht van ex een leuk bedrag te bedenken dat ik haar zou moeten betalen”. Dat concept had mijn ex ongetwijfeld al lang gekregen van de kopers, maar daar had hij niets aan. Als ik het had geleverd, dan zou ik daarmee hebben toegegeven dat ex recht had op een deel van die transactie. Dat had ze uiteraard niet, dus had ik ook geen enkele reden om die man van informatie te voorzien.
Later heeft die zelfde buitenstaander (weer in opdracht, en voor rekening, van ex) bij de rechtbank een waardeberekening ingeleverd, die door de officieel aangestelde accountant binnen 5 minuten van tafel werd geveegd als klinkklare onzin, waarmee het een prachtig voorbeeld is van het eerder genoemde in elkaar geflanste bewijsmateriaal.
Ook heb ik één keer aan Lucas geschreven dat haar cliënte alle benodigde informatie zelf in haar bezit had, waarop ik als antwoord kreeg: “Cliënte heeft geen zin om dat allemaal uit te zoeken.”
Dan de inhoud van het verzoekschrift, dat door mijn advocaat direct als “tribunetaal” werd omschreven: “Mijnheer leeft in weelde terwijl mevrouw moeite heeft om de eindjes aan elkaar te knopen.” “Dan schijnt mijnheer ook nog € 3.500,- per maand belastingvrij te verdienen.” “Overigens heeft mevrouw werkzaamheden verricht voor het bedrijf van mijnheer.” Dat klopte, in 1985 en 1986 heeft mevrouw een tijdje werkzaamheden voor me verricht. En zo gingen de “beschuldigingen” oeverloos door.
Ben je dan serieus en oplossingsgericht bezig, of is dat een gevalletje: “Ik weet best wel dat ik geen schijn van een kans heb, maar ik ga hem lekker zo lang mogelijk treiteren”?
Als ik daarbij bedenk dat de wapenstilstand in beide procedures werd opgezegd toen bekend werd dat Coby onder behandeling was voor eierstokkanker, en hoe ex zich gedroeg tijdens de zittingen, dan denk ik dat het een combinatie was. Natuurlijk was ze uit op makkelijke poen; de treiteroptie was een bonus, die dankbaar werd geaccepteerd.
En vervolgens kwam ik natuurlijk ook die beroemde brief tegen die me in 2010 zo verschrikkelijk in het verkeerde keelgat schoot: “Uit jouw weblog hebben wij begrepen dat jij haar nooit financiëel in de kou hebt willen laten staan, maar helaas is het wel zo, dat door het opvolgen van verkeerde adviezen van haar advocaat en accountant, zij nu op bijstandsniveau moet zien rond te komen.”

Mijn half joodse oma zou dat een gotspe hebben genoemd. Ik heb daar andere omschrijvingen voor.

Intussen ben ik van de zelfde auteurs een email, die ik me niet meer herinnerde, tegengekomen (uit 2002!), waarin mij werd verweten dat ik problemen uit de weg zou gaan. Ik “ging problemen uit de weg”, terwijl ik al die jaren de enige ben geweest die alle problemen concreet heeft benoemd, en de enige ben geweest die altijd heeft geprobeerd om die problemen op te lossen, zelfs als die oplossing mij geld zou kosten. Iedereen dook constant onder, niemand reageerde ooit ergens op, niemand stak een poot uit, maar ik was degene die “problemen uit de weg ging.”
Vanaf de allereerste dag heb ik zelf de problemen die ex kon verwachten, in kaart gebracht en opgelost, terwijl zij zelf geen vinger uitstak. Ik heb me scheel betaald, zelf bedacht dat ze loonstroken nodig had om een huis te kunnen kopen en die loonstroken voor haar geregeld, meegetekend voor een hypotheek, verzekeringspremies voor haar betaald.
Ze had $%^&*#@ een hoger inkomen dan ik, en ik had twee monden te voeden en veel hogere lasten dan zij. Maar toch, het was niet genoeg voor haar. Niets was genoeg voor haar. Dus was dat uiteindelijk precies wat ze kreeg. Omdat ze nergens genoegen mee nam, en ook zelf nooit met tegenvoorstellen kwam, stopte ik met betalen in maart 2005. Drieëneenhalf jaar lang sudderde de situatie door. Lucas eiste regelmatig steeds weer de zelfde gegevens op, die ik ook iedere keer weer braaf verstrekte, maar verder gebeurde er niets. Behalve dan twee brieven waarin ze mij vroeg om maar even € 200.000,- over te maken, zijnde de helft van één transactie van 5 jaar na de scheiding. En traditiegetrouw werd er gewoon weer nooit op verzoeken van mij gereageerd. Als ik om inkomensgegevens van ex vroeg, of als ik bij Lucas informeerde naar haar vorderingen, dan kreeg ik gewoon geen antwoord. Totdat ze in augustus 2008 opeens met die twee ridicule procedures (o nee, “procedures”) begon.
Zelfs daarna, terwijl die schertsprocedures liepen, heb ik nog tot het laatste moment geprobeerd om haar met aanbiedingen en met waarschuwingen te redden van de schipbreuk waar ze regelrecht op aanstuurde.

En dat heb ik niet alleen voor mijn ex gedaan, maar ook voor dat andere stel. Nadat na 2 jaar vertragingstactiek de notaris constateerde dat door het boekhoudkundige geklungel van de kopers de overeenkomst niet getekend kon worden zonder enorme risico’s voor de notaris of voor mij, heb ik ook daarvoor direct een oplossing aangedragen: we stellen de datum uit, wat toch al voor de hand liggend was omdat ik al die tijd nog verantwoordelijk was geweest. De al betaalde maandbedragen konden worden omgeboekt naar management fee. Een kleine extra vergoeding voor mijn risico zou op zijn plaats zijn. Tekenen en klaar. Iedereen blij; althans in theorie. Het duurde een eeuwigheid voordat de kopers eindelijk de aard van het geklungel begonnen te begrijpen. De uitleg van de notaris was niet duidelijk genoeg (tenminste niet voor hen; voor ieder ander was het volslagen helder) dus gingen ze op zoek naar iemand die het kon vertalen in Jip en Janneke taal. Het kostte blijkbaar enige moeite om een tolk te vinden, maar uiteindelijk vonden ze iemand, zodat ik na geruime tijd een email ontving: “We hebben ons laten voorlichten over het probleem met Art. 2.207C en nu begrijpen we waarom je niet kunt tekenen.” Maar toen ze het eindelijk begrepen, stapten ze toch maar naar de rechter om te klagen dat ik (op aanraden van hun eigen notaris) weigerde te tekenen. “Mijnheer de rechter, hij doet stout.” Koekoek. Tienduizenden euro’s proceskosten later, nadat de rechter, net als de notaris en ik al eerder hadden gedaan (en niet te vergeten hun eigen Jip en Janneke tolk, wie dat dan ook geweest mag zijn) de kopers had uitgelegd dat ze een serieus probleem hadden veroorzaakt dat op een serieuze manier moest worden opgelost werd (misschien raden jullie het al) mijn oplossing gebruikt. De verkoopdatum werd opgeschoven, de betalingen werden omgeboekt tot management fee, de prijs werd aangepast en ik kreeg een vergoeding voor mijn risico. Zucht.

Dat ging uiteraard weer niet zonder de nodige haken en ogen. Net als bij ex, ging het geklier na de uitspraak gewoon door. Gelijk of niet, we zullen onze zin krijgen! Als de rechter er niet in trapt, dan wordt het weer tijd voor “slimme plannetjes”. Dus hoewel in de aangepaste overeenkomst werd benadrukt dat het feitelijke bestuur al jaren eerder was overgenomen, bleek het erg moeilijk om dat ook in de jaarverslagen aangepast te krijgen. Op één of andere duistere manier bleef mijn naam steeds maar weer opduiken als verantwoordelijke bestuurder, terwijl de namen van de feitelijke bestuurders nergens waren te vinden. Maar goed, ook in dit geval won de aanhouder: ik dus. Kostte slechts 27 emails en 4 verschillende uitvoeringen van het jaarverslag, die heel komisch iedere keer ter ondertekening naar mij werden verstuurd in plaats van naar de echte bestuurders. Toen er uiteindelijk toch een bruikbaar exemplaar was opgesteld, heb ik die dan ook doorgestuurd naar de nieuwe bestuurders met het dringende verzoek om die zelf te tekenen. Dat hebben ze ook gedaan, zij het niet op de daarvoor bestemde plek, maar op de accountantspagina. Heel apart. Maar of die versie ook daadwerkelijk is gedeponeerd bij de fiscus en bij de KvK, daar heb ik geen zekerheid over.

Ik heb achteraf spijt van iedere cent die ik áán en vóór ex heb betaald, en spijt van ieder probleem dat ik spontaan heb opgelost (en niet alleen voor haar maar ook voor dat andere stel), want ik heb er niets voor terug gekregen, behalve ellende. Ik had helemaal geen oplossingen moeten bedenken, ik had haar niet op mijn loonlijst moeten zetten, en ik had zeker geen cent moeten betalen voordat er een convenant was ondertekend. Van dat andere stel had ik, in plaats van oplossingen voor ze te bedenken, meteen via een aangetekende brief moeten eisen dat ze hun schuld aan het bedrijf binnen een week zouden aflossen, om de weg vrij te maken voor de verkoop. Ik ben altijd veel te mild geweest.
En dan werd mij verweten dat ik problemen uit de weg zou gaan, en werd zij aan het einde van het melodrama als slachtoffer van haar advocaat en accountant geprofileerd.

Mijn oma zou dat ook weer een gotspe hebben genoemd, en ik heb ook hier weer andere omschrijvingen voor.

Als ze al een slachtoffer was, dan is dat niet veroorzaakt door mij en ook niet door haar advocaat en accountant, maar door haar eigen inhaligheid en wraakzucht, maar bovenal door de oliedomme adviezen van haar adviescollege (waar volgens mij deze auteurs ook lid van waren).

De moraal van dit verhaal: bemoei je nooit met zaken waar je geen verstand van hebt. En als je je er toch mee wilt bemoeien, verdiep je dan in de materie en informeer bij alle betrokken partijen.
Wie die moeite niet neemt, moet niet achteraf proberen de aansprakelijkheid vóór, en de financiële gevolgen vàn zijn stommiteiten bij een ander te deponeren.