De krankzinnigheid voorbij

Iedere dag lees ik de kranten ademloos, en steeds vaker springen daarbij tranen in mijn ogen. Nieuws op de televisie volg ik al een jaar niet meer. Ik word straalmisselijk van alle toelichtingen en opmerkingen. Eerst een voorbeschouwing, dan een stukje journaal, gevolgd door een toelichting, daarna commentaar van experts zoals de kaasboer van de overkant. En als we dat hebben verwerkt dan krijgen we de actualiteiten nog een keer in de cabaretvorm toegediend.
Ook steeds vaker bekruipt me bij het absorberen van het nieuws een gevoel of ik naar een film van Charles Chaplin zit te kijken, Modern Times of The Great Dictator bijvoorbeeld.

Ligt het aan mij of is de wereld steeds krankzinniger aan het worden? Of is de wereld altijd al krankzinnig geweest maar begint mij dat nu pas goed op te vallen?
Neem bijvoorbeeld die oorlog in Oekraïne, of moet ik dat zien als een ‘oorlog’? Het is tenslotte maar een piepklein dingetje, vergeleken met al dat geweld waarmee we de laatste eeuw zijn overspoeld. En dat  geweld, zo werd enige weken geleden enthousiast door een filosoof gemeld, was hoopgevend klein als je het vergelijkt met het oorlogsgeweld in al die eeuwen daarvóór waarin de mensheid de Aarde zo vredelievend heeft gedomineerd. Het gaat de goede kant op volgens de statistieken, we worden steeds beschaafder, al begin ikzelf steeds meer serieuze trekjes van manische depressiviteit te vertonen.

Want in mijn ogen, zoals ik schreef, lijkt het juist steeds erger te worden, en op een steeds groter deel van wereld. De totale gekte heerst wereldwijd in mijn visie. Pak eens een globe en probeer daarop een veilige route te vinden vanaf Schiphol naar (bijvoorbeeld) Tokio. De enige route die ik zie, is over de Noordpool. Ik moet er niet aan denken om over Rusland te vliegen, of over Oekraïne, Syrië, Afghanistan.
Maar niet alles tegelijk, want anders wordt dit weer het zoveelste rommelige stuk, waarin ik in iedere alinea weer een reden heb om vergelijkingen te trekken met gebeurtenissen uit mijn zotte verleden.
Ik heb met mijzelf afgesproken dat ik me vandaag zal inhouden en ik kom mijn beloftes altijd na. Ik wèl. Méér zeg ik niet.

Het gaat nu even  om een reeks gebeurtenissen van de afgelopen dagen waar ik voortdurend aan moet denken omdat ik me niet kan voorstellen dat iemand zich zó wreed, zó onmenselijk kan gedragen, en waarvan ik ook niet begrijp hoe de andere hoofdrolspelers gewoon braaf hun plicht doen en hun rol volhouden tot het doek is gevallen.
Een ventje in Moskou bedenkt dat een oorlog tegen Oekraïne op zijn plaats is om alle voormalige USSR satellietstaten te waarschuwen wat de gevolgen zijn van hun ‘heulen met de vijand’. Want dáár gaat het om, het gaat om veel méér dan Oekraïne. Het enge mannetje wil de voormalige Sovjet Unie oplappen en liefst iets groter dan in die Goede Oude Tijd.
Maar dat wordt lastig want de hele westelijke kreukelzone van die voormalige Sovjet Unie staat in de rij voor een lidmaatschap van de NAVO en van de EU.
Dat dat ventje in Moskou daarover ontstemd is, dat snap ik wel, maar hij zou na een eeuw ook moeten snappen dat dat het gevolg is van een eeuw meedogenloze onderdrukking, in stand gehouden door een systeem van achterdocht, spoorloze verdwijningen, martelingen, opsluiting in Siberische terreurkampen van iedereen van wie vermoed werd dat zij tegenstander waren van het bewind. Het Russische communistische systeem heeft misschien wel, nèt als zijn Chinese broertje, méér doden op zijn geweten dan er in de Tweede Wereldoorlog zijn gevallen.
Dat systeem wordt momenteel  weer ingevoerd. Voormalige vrienden van het enge mannetje worden weer op transport gesteld naar Siberië, of worden vermoord met achterlating van voldoende aanwijzingen om te weten wie daarvoor verantwoordelijk is, maar onvoldoende aanwijzingen om dat ook te kunnen bewijzen. Provocatie dus door het enge mannetje. ‘Kijk eens wat ik durf´.

Het enge mannetje wil zijn kreukelzone terug maar geen land met een bestuurder die beschikt over méér dan 10 actieve hersencellen zal zich vrijwillig aansluiten bij zijn schurkenstaat. Daarom heeft het enge mannetje de ouderwetse terreur- en pressietechniek weer ingevoerd, maar dan met een upgrade naar versie 2.0, nòg wreder, nòg sluwer, nòg meedogenlozer.
Het regent bommen op Oekraïne, er worden brutale moorden gepleegd onder onze eigen ogen, en tegelijkertijd regent het desinformatie op het internet. Je moet verrekte goed bij de les blijven om nog te weten wie de goeieriken zijn en wie de slechteriken. En er zijn zó veel mensen die niet goed bij de les blijven. Die ‘hun eigen onderzoek doen’, wat meestal inhoudt dat het eerste sensationele Twitter bericht wordt geadopteerd als de enige echte waarheid. Iedereen weet bijvoorbeeld alles van één boek dat niemand gelezen heeft. ‘Ik weet zó wel wat er in staat.’

Intussen gaat het enge mannetje gewoon door. Wij pruttelen af en toe wel tegen, maar niet te hard want we moeten ook onze economische belangen in de gaten houden. De kachel moet blijven branden bijvoorbeeld, en daarvoor zijn we, dankzij een geniale set acties, tegenwoordig afhankelijk van Russisch gas.
Dus piepen we wèl en ook zijn we niet te beroerd om Oekraïne af en toe een ladinkje wapens te doneren. Niet te veel, want de bodem van de wapenkist begint al in zicht te komen. We hebben ooit weliswaar aan de NAVO beloofd om ieder jaar twee procent van ons BBP aan Defensie uit te geven, maar ‘ons bent nu eenmaal zuunig’. En bovendien: wie zou er nu oorlog tegen ons willen voeren? De hele wereld is toch braaf? Alleen heel in de verte rommelt het af en toe een beetje, dus we kunnen ons geld wel beter gebruiken.
Voor een vijfde vakantie per jaar bijvoorbeeld, of voor een schip van de zaak, of voor een werkweek van vijfentwintig uur; want dertig uur per week werken is toch niet vol te houden? Dat is onmenselijk.

Het enge mannetje gaat nog steeds door met oorlogje spelen. Een bommetje hìer, een bommetje dáár, een aanvalletje hìer, een aanvalletje dáár, een raketje hìer, een raketje dáár, een verkrachtinkje hìer, een verkrachtinkje dáár. Want de mannen hebben nu eenmaal ook weleens behoefte aan ontspanning. Wie dat niet snapt, wordt opgehangen of dood gemarteld. Het is nu eenmaal oorlog, weet je wel.
Het enge mannetje heeft ook heel even pauze genomen, om te onderhandelen met de tegenpartij. Vreedzaam zijn ze allemaal om de tafel gaan zitten, op een veilige afstand van het slagveld. Het enge mannetje zelf was er niet bij. Die durft zich nergens te vertonen. Moordpartijen zijn leuk, maar je moet natuurlijk niet zelf het slachtoffer worden. Daarom had hij een paar vriendjes gestuurd. Of ze nu nog steeds vriendjes zijn, dat zal de tijd moeten leren.

Maar goed, die vriendjes hebben, namens het enge mannetje, onderhandeld over de export van graan uit Oekraïne. Door een samenloop van omstandigheden zijn Oekraïne en Rusland samen goed voor, zo heb ik vernomen, dertig procent van de wereldwijde graanproductie.
Doordat het in Oekraïne bommen regent dreigt een fors deel van de wereldbevolking om te komen van de honger. Daarover gingen die onderhandelingen. De details van de onderhandelingen zijn, voor zover ik nu weet, niet openbaar gemaakt. Maar ik gok dat het enge mannetje er wel wat centjes aan heeft over gehouden.

En wat deed het enge mannetje na die onderhandelingen, toen de inkt op het contract waarschijnlijk nog niet eens droog was?
Hij gaf opdracht om de Oekraïense haven te bombarderen die zo hard nodig is voor de uitvoer van dat graan waar het armste deel van de wereld met smart op zit te wachten. Godallemachtig, hoe kan iemand zo’n goor stel hersens hebben?

Is er iemand die snapt waarom ik dit leven helemaal niet zo leuk meer vind? Nee nee, niemand hoeft een gat in de lucht te springen. Nu is het leven even niet leuk, maar als je dood bent, dan weet je honderd procent zeker dat het leven ook helemaal nooit meer leuk zàl worden. Terwijl die negatieve bui wel weer over gaat, als de telefoon gaat, of de deurbel.

P.S.
Vijf minuten geleden kreeg ik politie aan de deur (nee, geen neppers maar èchte, met een èchte politie-auto) met de vraag of ik gisteren, net als enkele van mijn buren, bezoek heb gehad van pseudo bankmedewerkers die onze bankpassen en pincodes kwamen ophalen. Onze bankrekeningen waren namelijk gehackt en dreigden leeg geroofd te worden. En daar zouden zij wel even een stokje voor steken. Helaas was ik niet thuis. Bijna niemand was thuis, op één buurvrouw na. En die trapte er nog in ook. Weg poen.

Sorry, ik ontkom er niet aan om te schrijven dat mijn familie weet dat ik niet zo makkelijk te beroven ben.
Wie dat probeert, eindigt zelf met lege handen, of in een soort schuurwoning. En dan nog janken ook dat het allemaal mijn schuld is geweest. Ben je dan oliedom of hondsbrutaal? Of allebei misschien?