De dag dat een Circus in een Open Inrichting veranderde

Aangevuld en opgepoetst op donderdag 1 juli 2021 21:30.

Voorwoord

Dit verhaal is als een zwam die met de dag groter wordt.

Het lucht op om eens in een ontspannen gemoedstoestand op de circusvoorstelling terug te kijken. En om er weer over te schrijven, maar nu met een gulle glimlach om mijn mond.
Dat ik dat kan komt doordat ik, zo realiseer ik me vandaag pas, voor het eerst in tientallen jaren rust heb in mijn hoofd. Voor het eerst in veertig jaar leid ik een volmaakt zorgeloos leven.
Want vanaf januari 1980 tot februari 2021 heb ik geen jaar gehad waarin ik niet werd geteisterd door irritaties, zorgen, ergernis, verdriet, en vooral eenzaamheid. Meestal zelfs in een combinatie.
De eenzaamheid is het ergst. En dan bedoel ik niet eenzaamheid omdat je alleen bent. Ik bedoel eenzaamheid omdat je door je omgeving in de steek wordt gelaten.
Als je overal alleen voor staat, als je een partner hebt die zich gedraagt als een oervervelend en aartslui, altijd dwarsliggend personeelslid, als niemand je ergens in steunt, als niemand met je meedenkt, als iedereen te laf is om vooraf een mening te geven of om samen met jou een nek uit te steken voor een spectaculaire nieuwe techniek, als niemand enige interesse heeft voor de toekomst, dan word je vanzelf eigengereid en egocentrisch.
Heeft iemand, behalve ik, ooit weleens een seconde nagedacht over de toekomst van het bedrijf en de toekomst van het vak? Nee, nooit. Het enige onderwerp waar ze belangstelling voor hadden was voetballen, en vooral Ajax. De enkele keer dat ik met ze in een auto zat, werd er vanaf het vertrek tot aan de aankomst alleen maar geluld over de laatste wedstrijd, de volgende wedstrijd, de opstelling en vooral de stand in de competitie. Ziekelijk gewoon.
Is het dan eigenlijk wel eigengereid en egocentrisch als jij dat denken dan maar alleen doet, en als je dan de beslissingen maar in je eentje neemt omdat je zogenaamde partners te lui en te laf zijn om dat sámen met je te doen? Als dat beslissingen zijn waar de toekomst van iedereen van afhangt?

Misschien heb ik daarom wel onbewust met mijn vertrek de zaak opgeblazen omdat ik in de steek werd gelaten toen saamhorigheid het hardst nodig was om de volgende stap te zetten.
“Als jullie jezelf zo belangrijk vinden, laat dan maar eens zien wat jullie kunnen.”
Maar dat was nu ook weer niet de bedoeling, want toen hadden ze opeens niemand meer om zich achter te verschuilen. En was er ook niemand meer om ontwikkelingen te bedenken die zij zich dan later konden toeëigenen.
Daarom werd ik nog jaren lang wanhopig aangewezen als de schuldige van alles dat door hun eigen stommiteiten en door hun eigen gebrek aan kennis fout ging. Want je kunt toch niet zomaar opeens toegeven dat je geen flauw benul hebt van wat je aan het doen bent?
“Grafische industrie? Huh? Je hebt het toch niet over ons hè? Toekomst? Wat nou toekomst? Hoezo plannen maken? Dat zien we toch wel als het te laat is? We hebben wel iets anders aan ons hoofd. Heb je gezien hoe Ajax ervoor staat?”
Onvrijwillig mocht ik daarom nog jarenlang optreden als vangnet; misschien was dat wel de reden waarom ze voortdurend de overdracht uitstelden, tot ik ze na twee en een half jaar op advies van hun eigen notaris via een aangetekende brief dwong om eens actie te ondernemen.
En zelfs ná die brief duurde het nog een jaar voordat ik eindelijk helemaal van ze verlost was. Misschien was dat helemaal geen stupiditeit zoals ik altijd dacht, maar werd het met opzet voortdurend uitgesteld.
Dat zou in ieder geval beter aansluiten op de geruchten dat ze helemaal niet van plan waren om het overnamecontract te tekenen, maar dat ze in plaats daarvan weer eens met ‘slimme plannetjes’ bezig waren om de zaak failliet te laten gaan om hem daarna voor een prikkie te kunnen kopen van de curator.
Een trucje dat de ‘dokter’ al eens eerder had uitgevoerd, zo had de dokter mij eens vol trots medegedeeld. Trots om een bedrijf dat kapot was gemaakt om van de schuldeisers af te komen, en om het vervolgens voor een habbekrats weer terug te kopen! Ik zou me kapot hebben geschaamd als ik zoiets had geflikt, maar de ‘dokter’ glom van trots. “Een plan waar we anderhalf jaar aan hebben gewerkt.”
Terzijde: in de negentiger jaren heb ik eens bij toeval, en gelukkig maar heel kort en niet van al te dichtbij, iemand meegemaakt die daar nooit langer over deed dan een week of drie. Er is dus ook op dat gebied nog een flinke ruimte voor verbetering.

Wat voor  ondernemer ben je als je niet zonder zondebok kunt?
Bij alles dat verkeerd ging, en dat was nogal wat, werd direct naar het oosten gewezen.
Daar ergens, op ruim zestig kilometer afstand schuilde Het Kwaad dat kans zag om draadloos de uitvoering van al hun ‘magistrale ideeën’ te dwarsbomen.
Daarom draaiden hun eigen ‘slimme plannetjes’ op wonderbaarlijke wijze allemaal uit op fiasco’s: “Hij houdt ons van ons werk hoor.”
Dat was natuurlijk ook de reden waarom ze geen gelegenheid hadden om het omzetverlies dat ontstond door de, door mij al jaren eerder voorspelde, krimpende tijdschriftenmarkt op te vangen: “Het is zijn schuld dat we de zaak niet konden uitbouwen.”
(Alsof ze ooit eerder iets hadden uitgebouwd. Ze hoefden alleen maar bij de deur te wachten op klanten die als vliegen af kwamen op de door mij bedachte nieuwe diensten. Of die door de bovenbuurman naar binnen werden geduwd).
En ook de boekhoudkundige idioterieën die ze zelf in hun onkunde hadden veroorzaakt, moesten per se mij in de schoenen worden geschoven, want zulke opgeblazen ego’s kunnen natuurlijk geen fouten toegeven en herstellen: “Als we die nou verstoppen in de jaarverslagen, en we laten hem die ondertekenen, dan is hij daar verantwoordelijk voor, gni-gni. Goed hè?”

En zo, omdat zij alleen maar bezig waren met het opvoeren van egostrelende toneelstukjes, in plaats van serieus aan de slag te gaan met het leiden van een bedrijf, ging ongemerkt dat bedrijf naar de bliksem.

Een stukje geschiedenis

De zaken gingen rond de eeuwwisseling goed, maar dat zou niet lang meer duren. Want de gedrukte media kwamen steeds meer onder druk te staan door het internet. Daar moesten we aan meedoen; daar moesten we bij voorop lopen, riep ik al vanaf 1998. Vergeefs.
In plaats van daar energie in te steken, werd er alleen maar energie verspild, en geld niet te vergeten; véél geld en nota bene mijn geld. Eerst aan dwaze, kansloze projecten, en toen die mislukten aan een idiote muiterij waar niets mee te winnen viel, ondersteund met een uitgebreide verkiezingscampagne in de familie- en vriendenkring. Daarmee werden in ieder geval de mentaliteit en de capaciteiten van de partners bewezen: Onbruikbare zotten.
Het waren geen partners, het waren egoïstische, verraderlijke, laffe, valse honden. Er was geen sprake van ‘wij allemaal samen tegen de concurrenten’ zoals je dat in een normaal bedrijf zou mogen verwachten.
Integendeel, het bleek opeens ‘ik tegen de concurrenten’ te zijn, want de ergste concurrenten zaten tegenover me, in het zelfde kantoor. Mijn eigen medewerkers, door mijzelf naar binnen gehaald en door mijzelf opgeleid, verklaarden zich opeens concurrenten, tegenstanders, vijanden zelfs. En dan nog de idiote manier waarop.
Ik had een Trojaanse Teckel geschapen. Maar dan een hondsdolle teckel, zonder enig gevoel voor orde vals alles bijtend dat op zijn weg kwam en gedoemd om onder een auto te lopen.
Verder ‘samenwerken’ was daarna voor altijd onmogelijk, ongeacht de gevolgen. Op zo’n moment sta je helemaal niet stil bij gevolgen.
Je denkt niet eens aan opties. Pas nu bedenk ik wat ik allemaal had kunnen doen.
En ook pas nu realiseer ik me dat ik het allerdomste heb gedaan wat ik hàd kunnen doen. Een veel betere optie was geweest om alles in te laden wat maar mogelijk was, computers, randapparatuur, plotters, scanners, alles!
Met achterlating van een briefje “En het komt pas terug als er iets op papier staat.”
Simpelweg “Verhuisd” zou ook leuk zijn geweest.
Niemand had daar iets aan kunnen doen, want statutair had ik de bevoegdheid daartoe.
Maar zelfs daar sta je niet bij stil. Het enige dat je denkt is “Dit moet stoppen, nu!”.
Je neemt op zo’n bizar moment geen rationele beslissing, maar een emotionele, omdat er uit egoïsme een onwerkbare situatie is gecreëerd. Pas nu begin ik te begrijpen welke factoren daar allemaal onbewust een rol bij hebben gespeeld.
Het aantal malen dat ik veranderingen heb aangebracht in dit stuk maakt pijnlijk duidelijk dat na al die jaren het overdenken van die zotte affaire nog steeds in volle gang is, of misschien zelfs wel net pas goed is begonnen. De tijd zal het leren.

Om iets goed te kunnen zien moet je er afstand van nemen.
Door het jaar corona-ophokplicht is alles eindelijk bij elkaar gekomen. Ik heb rust in mijn hoofd en ik heb voldoende afstand van het verleden om een helder beeld te kunnen vormen. Daardoor kan ik mezelf nu wel voor mijn kop slaan om wat ik vroeger allemaal heb gepikt. Niet alleen van mijn gemakzuchtige en aartsluie ‘partners’, maar méér nog van mijn nazaten die geprobeerd hebben om me te behandelen als een puber die niet wilde luisteren.
Maar ik sla me niet voor mijn kop, ik reageer me liever af. In tegenstelling tot wat ik recent  schreef, ben ik derhalve helemaal niet meer van plan om een punt achter het verleden te zetten.

Integendeel! Ik heb nu het gevoel dat ik nèt pas ben begonnen.

Bazen en knechten

Vanochtend schoot me opeens een gebeurtenis te binnen die ik nog niet eerder heb behandeld, in ieder geval niet uitgebreid.
Dan bedoel ik de aanleiding waarom ik lang geleden midden in de nacht besloot dat ik niets meer te maken wilde hebben met dat gekkenhuis. Het moment waarop een verdere samenwerking onmogelijk werd gemaakt.
Op dat moment was er geen sprake meer van een circusvoorstelling; het circus was op die dag overgegaan naar ‘the next level’ , dat van een Vijf Sterren Full Wappie Gekkenhuis.

Stel je voor: Je werkt voor een baas. Een goede baas, een royale baas. Een baas van de soort waar iedereen wel voor zou willen werken.
Een baas die nooit dwang gebruikte, of verbaal geweld, in tegenstelling tot zijn personeel dat daar juist een sterke voorkeur voor had.
Een baas ook die bijvoorbeeld nooit van je eiste om over te werken. In plaats daarvan nam hij zelf om 16:30 exact jouw werk over. Want als je al vanaf een uurtje of half tien ‘keihard’ bezig bent geweest, met alleen maar een paar koffiepauzes, ieder uur een rookmomentje, een paar voetbal-evaluatie-uurtjes en een lunchuurtje als onderbrekingen dan heb je na half vijf wel recht op op een paar uurtjes stevige avondrust.
Je claimde wel voortdurend dat jij de zaak zou hebben opgebouwd en dat jij al dat werk had binnen gesleept, dat het ‘eigenlijk jouw bedrijf was’, maar dat betekende niet dat je je daar ook naar gedroeg.
In de praktijk was je niet méér dan het doorsnee dertien-in-het-dozijn, intens luie personeelslid dat overwerken en fouten veel liever aan de baas overliet. Naderhand doen of het allemaal aan jou te danken was, was veel makkelijker.
Zolang de Baas maar een vinger hield aan de pols van de vooruitgang. En dat deed Zakkie in ieder geval. Om de haverklap hoorde je dat hij weer een nieuwe techniek had gevonden of bedacht. Alles onder controle, en dus kon je ongestoord doorgaan met je eigen ‘hoogst belangrijke werk’:
“Waar waren we ook al weer gebleven? Wie is er aan de beurt en wat is troef? Moeten we overigens niet een beetje vroeger vertrekken vandaag, voor alle zekerheid? Want er wordt een flinke file verwacht.”

Ondanks jouw inspanningen èn ondanks een ongemanierde, chronisch dwarsliggende partner had die baas kans gezien om  in vijftien jaar kans gezien om de zaak op te bouwen van een kansloos handwerkbedrijfje naar een gestroomlijnd, digitaal werkend superbedrijf.
Technisch kon het zelfs nauwelijks beter. Scanner, plotters, belichter, impositiesoftware, opmaaksoftware, fotobewerkingssoftware, high speed printer etc, etc.; van alles het beste; het was een grafische speelgoedwinkel. En dat was allemaal opgebouwd terwijl jij je helemaal had kunnen concentreren op je kerntaken: klaverjassen en slap wauwelen over de wisselende successen van je favoriete knikkerclub.
Terwijl jij het druk had met dat slappe gedaas deed de baas niets anders dan de zaak voorbereiden op de toekomst, en dankzij de Baas was alles er veel eerder dan bij de concurrenten.

Wat doen bazen eigenlijk?

In 15 jaar tijd had één man, tegen de stroom in varend, een bedrijf vanuit een kansloze positie gestuurd naar een mooie technische voorsprong op de collega’s.
Zonder zijn visie en zonder zijn volharding zou de tent al in de jaren negentig een roemloos einde hebben gevonden, zoals het grootste deel van de collega’s. Weet iemand die cijfers, weet iemand hoeveel collega’s het loodje hebben gelegd, weet iemand hoeveel grafische bedrijven er nog zijn, of is de Baas zelfs nú nog steeds de enige die dat soort elementaire informatie bijhoudt? Zeventien jaar nadat hij uit het vak is gestapt is de Baas waarschijnlijk nog steeds de enige die de ontwikkelingen volgt.
Zoals hij dat vanaf 1980 helemaal in zijn eentje mocht doen. Want zijn ‘vennoot’ had wel andere dingen aan zijn hoofd.
Zo hoorde de Baas bijvoorbeeld bij de allereerste groep kopers van de Apple MacPlus, meteen na de MacWorld Expo in de RAI in 1985, en begreep de Baas toen al meteen dat DTP de toekomst zou zijn voor de grafische industrie. En wie stond er toen schreeuwend te wachten met de historische woorden “Nog un kompjoeter?! Wu hebbu al un kompjoeter!!!? Echte ondernemersmentaliteit. Een visionair. Die onbenul heeft wat betekend voor de zaak.

Wie heeft alle software in kaart gebracht, wat een heksenwerk was? Wat voor programma’s waren er allemaal te koop en wat kon je er mee?
Software kostte toen nog duizenden guldens en iedere paar maanden kwam er wel een  grafisch pakket dat zich aanprees als de allerbeste.
Heeft iemand ooit belangstelling getoond voor de ontwikkelingen, in de tijd toen dat het hardst nodig was? Behalve de Baas dan? Nee integendeel, iedereen keek zorgvuldig de andere kant op. Belangstelling tonen draait al gauw uit op meepraten over de toekomst en op meebeslissen wat de volgende stap moet zijn. Dat is niet alleen eng, maar ook bloedlink want stel je voor dat er een foute keuze wordt gemaakt. Dan heb je een vlek op je roomblanke blazoen. En het kost nog tijd ook, tijd die je wel beter kan gebruiken.
En dan kun je altijd nog achteraf zeggen dat je het allemaal vooraf al wist. Want daar was iedereen specialist in. Een foute keuze achteraf/vooruit veroordelen en zich achteraf de goede keuzes toeëigenen. “Daar had je niet al die moeite voor hoeven doen. Dat had ik je vooraf al kunnen vertellen.”
Vooral die zwaargewicht was daarin afgestudeerd. Die wist alles, echt alles, 100%. Nooit heeft die een ontwikkeling niet zien aankomen. Achteraf. Een Genie, een Verlichte Geest in het vak.

Heeft iemand ooit de moeite genomen om boekhouden te leren? Behalve de Baas dan? Bedrijfseconomie? Behalve de Baas? Rechts- en Wetskennis?
Wie is over een belichter begonnen? Wie heeft die, alweer begeleid door woedende protesten, naar binnen gesleept? “Wat kost dat nou weer?”
Wie heeft het scannen geïntroduceerd? En wie protesteerde ook daar tegen? Welke innovatie de Baas ook naar binnen sleepte, hij werd consequent opgewacht door een bijna schuimbekkende partner. Investeren mocht niet, dat geld kon beter gebruikt worden om leuke dingen te doen.
Waarom heb ik dat in vredesnaam ruim 20 jaar volgehouden? Wat bewoog mij om een volslagen imbeciel op sleeptouw te nemen? Eén keer is hij zó ver gegaan dat ik een brief bij hem in de bus heb gegooid waarin ik de samenwerking beëindigde. Toen stond hij prompt jankend bij me voor de deur en liet ik me weer overhalen. Toen had ik hem de goot in moeten trappen.
Als de roverhoofdman dit hoort, dan begint hij ongetwijfeld te blaten ‘dat hij niet begrijpt waarom hij mij altijd op sleeptouw heeft genomen’. Laat hem dan maar eens uitleggen wat zijn toegevoegde waarde is geweest voor de zaak. Wat hij vanaf 1980 heeft gedaan om zijn directeurssalaris waar te maken.
Wat ik heb gedaan, is al te lezen in dit verhaal.

Waarom hoefden er eigenlijk geen klanten gezocht te worden? Wie onderhield het contact met de klanten? Wie maakte de offertes en hoe? Waarom kwamen de klanten uit zichzelf, zelfs grote jongens, De Boer, Senefelder, van Boekhoven-Bosch? Namen die niemand kende, afgezien van de Baas. Want niemand had daar ooit belangstelling voor.
De enige vraag die altijd gesteld werd als de Baas met een nieuwe order binnen kwam was steevast: “En wanneer mot dat nou weer af sijn? Sekur ook weer morrugu?” Want stel je voor dat er wat harder gewerkt moest worden. Dus dan ging Baas lulletje maar weer ‘s avonds in zijn uppie terug, om die eeuwige ruzies te ontwijken. Of heeft dat aartsluie, ongeschoolde varken misschien zelfs de brutaliteit om te beweren dat hij zelf degene was die altijd ‘s avonds terug ging naar de zaak om de klussen af te maken die ik had laten liggen?

Wie heeft de impositiesoftware geïntroduceerd, terwijl op dat moment nog niemand binnen het bedrijf, afgezien van ik zelf, wist wat dat was?
Wie heeft iedere vernieuwing ontdekt en ingevoerd? En altijd begeleid met idiote, moedeloos makende discussies op oorlogssterkte. Want iedere vernieuwing ging ten koste van “geld dattu we betur foor onsselluf kenu gebruiku.” Probeer iemand die nul kennis heeft van bedrijfseconomie, en nul belangstelling voor de ontwikkelingen in de grafische industrie, maar eens bij te brengen dat je investeert voor een hogere winst in de toekomst. Want de poen voor die investering lag klaar, dus ‘we kennu er betur gelijk fan op fekansie goan.’.
En nu we het over die poen hebben, wie heeft altijd kans gezien om al die vernieuwingen geruisloos te financieren?
Zelfs de allergrootste investering, een scansysteem van bijna 300.000 ouderwetse pieken, werd betaald door een klant en met korting op werk terug betaald. En wie had dat bedacht en voor elkaar gekregen?
Er waren nooit financieringen. Wel schulden aan leveranciers en een RC kredietje van fl 50.000,-. Die korte termijnschulden waren zelfs af en toe veel te hoog, maar dat is geen wonder als ze gedekt zijn door apparatuur met een waarde die tot tien maal hoger kon zijn dan de schuld aan handelskrediteuren. Maar hoe betaalden we bijvoorbeeld auto’s dan? Dat weet geen hond; waarom zou je daar belangstelling voor moeten hebben? Laat die ouwe dat maar lekker doen. Wij hebben wel iets anders te doen.
Hoe had ik die reserves gecreëerd, die later helaas opgestookt konden worden omdat onder de nieuwe penningmeester alle nieuwe investeringen werden geleased.
Maar ook toen was het nog een bedrijf om trots op te zijn. Alles was perfect voor elkaar, afgezien van de reserves die ongemerkt onder zijn bewind met 500.000,- waren afgenomen. 500.000 pieken, reserves en stille reserves. De stille reserves die bijvoorbeeld bestonden uit dat peperdure systeem, plus een zooi computers en randapparatuur die betaald waren met de winst die gemaakt was op computers die de Baas op maat maakte, zoals een voor die tijd spectaculaire netwerkserver.
Die reserves werden opgestookt aan etentjes met kennissen, en kosten van privé verhuizingen plus opknapwerkzaamheden aan een bouwkeet die moest dienen als een tijdelijk onderkomen. Door daar 10.000 piek uit de bedrijfskas tegenaan te smijten werd er namelijk privé 5.000 piek bespaard. In die 10.000 is nog geen rekening gehouden met een stuk of 30 door de zaak betaalde etentjes waarop de eigenaar van de keet werd getrakteerd ‘uit dankbaarheid voor de besparing’.
En, niet te vergeten: Als iemand je tijdelijk gratis woonruimte aanbiedt, dan is het logisch dat je die woonruimte zelf bouwt, en schildert, en er een keukentje in plaatst, en bijna alle kosten voor je rekening neemt (uiteraard op een BTW bonnetje voor de zaak). Voor wat hoort wat.
En als je er dan woont, dan moet je als dank natuurlijk ook helpen met wat werkzaamheden van de trotse eigenaar van jouw klushuis. Paarden poetsen, gras maaien, onderhoud aan de gebouwen en zo. Voor niets gaat de zon op. En hij had ook nog een heel goed idee.
“Ik heb een heel goed plan voor een online shop. Hebben jullie soms zin om dat samen met mij te doen? Jij en je zonen bedoel ik dan. Niet de Baas. Die houden we er buiten. Behalve dan de teksten en de reviews, die wil hij vast wel gratis voor ons schrijven. Iedere film bekijken en daar een goed pakkende samenvatting van schrijven. Daar is ie goed in.
Dan doen jullie dus het werk en ik doe het geld. Het aanpakken van het geld bedoel ik dan. Jullie zien vast wel kans om de kosten door de baas te laten betalen, want anders wordt het wel erg begrotelijk. Goede deal toch?” “Nou, dat klinkt goed. Doen we. Top idee!”
(En dat moet je dan als Baas ook allemaal goed vinden. Toen ik het waagde om er tegen te protesteren, kreeg ik een grote bek.)

Al met al kunnen we spreken van een Topbaas! Een Baas om zuinig op te zijn. En wat werd daar eigenlijk tegenover geplaatst door het Mafklappers Gilde? Behalve loos gebral, heel veel “Ja, dat hat ik je vooraf wel kennu vertellu” en slappe voetbalpraatjes?
En waarom hadden ze dat allemaal wel vooraf kunnen vertellen, maar deden ze dat nooit maar wachtten ze daar zorgvuldig mee tot de Baas zelf daar resultaten van had verschaft?
Want als er iets makkelijk is, dan is dat met twee handen in je zakken achteraf commentaar leveren op de prestaties van een ander.

Bovendien had die baas ook al een fundament gelegd voor de toekomst, een toekomst waarin jij de hoofdrol zou spelen. Hij had een B.V. voor je opgericht en verteld welk deel van het werk je mocht overhevelen naar je eigen B.V. Zomaar gratis, zelfs de oprichtingskosten van die B.V. had hij voor je betaald.
Sinterklaas bestaat en hij heet Baas.

Muiterij

En dan opeens, out of the blue: “O ja, (kuch, kuch) wat ik je nog vertellen moet. Mijn broer en ik (kuch, kuch) gaan samen met de klant zelf het uitdraaiwerk doen, kuuuuuuch, kuuuuuch.” 
Dat uitdraaiwerk was ongeveer de helft van de grafische omzet, dus exclusief de computerverkoop die de baas zelf, traditioneel ook weer in zijn eentje had opgebouwd in zijn shop-in-a-shop. Voor dat uitdraaiwerk had de baas een slordige twee ton geïnvesteerd in apparatuur, plus een leercurve van tien jaar die zonder de baas nooit op gang zou zijn gekomen.

De weerzinwekkend immorele zijde van die aangekondigde ‘transactie’: Twintig jaar lang ben je, samen met je collega-parasieten, in leven gehouden door de inspanningen en de vindingrijkheid van de grondlegger van het bedrijf; maar zodra je jezelf heel even wijsmaakt dat je het verder wel kunt redden zònder die grondlegger, dan probeer je die baas genadeloos af te slachten.
Van achteren besluipen en in één ferme haal zijn strot open rijten. Zoals de andere laffe jakhalzen dat ook doen. Afmaken terwijl je commentaar levert op al die ontwikkelingen die uiteindelijk jou je dagelijkse vreten hebben opgeleverd. En dat vooral vasthouden met steeds idiotere verhalen toen de winst maar bleef instorten terwijl de baas allang weer ergens anders in Nederland een nieuw inkomen had opgebouwd.

De juridische kant van de zaak: Je neemt apparatuur van de baas, ter waarde van een slordige twee ton, onder je arm en verhuist daarmee naar een ander adres, samen met vele honderdduizenden euro’s omzet per jaar. Gewoon, omdat jij vindt dat dat zomaar kan, omdat je niet wordt gehinderd door enige kennis van Rechten & Wetten.
“Nou bedankt hoor, baas. Het was erg leuk maar we gaan nu ergens anders spelen. En we nemen ook je speelgoed mee.”
Zelfs een beetje overleg met de baas was daar niet voor nodig.
Wat kan daar nou tegen zijn? Concurrentiebeding?! Wat is dat nou weer??? En waarom zou ik me daar iets van moeten aantrekken?
Fatsoen? Omdat de baas me ooit een kans heeft gegeven toen ik eigenlijk geen kans had?
Goodwill? Voor wat hoort wat? Wat heb ik daarmee te maken? Waarom zou ik in vredesnaam géén machines en werk van mijn baas mogen jatten?
Eigenlijk is het toch mijn bedrijf?
Als het niet zo schofterig was, dan zou je het ook aandoenlijk naïef en onnozel kunnen noemen.

Die nacht besloot ik dat het genoeg was geweest. Dit was zinloos, krankjorem, mesjogge, 100% lijp, om eens een paar gedateerde kreten te hanteren.
Ik mag tot mijn grote plezier zeggen dat de geschiedenis mijn gelijk méér dan overtuigend heeft bevestigd. Ik was de deur nog niet uit of de constructie begon uit elkaar te vallen als een valstrikkengrot in een Indiana Jones film.

En zo kwam alles op zijn pootjes terecht. De zaken gingen zelfs nòg sneller bergafwaarts dan ik had verwacht. Ook die fantastische deal over dat ‘samen uitdraaien’ werd uitgevoerd, en draaide natuurlijk traditiegetrouw uit op een gigantisch fiasco. Dat eindigde uiteindelijk met: “Doen jullie dat zelf maar. Anders moeten we werken en daar hebben we geen zin in. We willen geen geld verdienen met werken. We willen geld verdienen met slim zijn.”

Fout! Dat was ongetwijfeld ook mijn schuld, want ik had dat werk moeten doen, werd mij later verteld door hun ‘nieuwe partners’. En nog gratis ook. Drie maanden lang ben ik daar in getrapt, toen mocht ik eindelijk een paar keer factureren en daarna hield het op. Vervolgens kwam de aap uit de mouw. Mijn medewerking was door die mafklappers gratis toegezegd, want ik “werd immers nog betaald”.
Gewoon het oude liedje weer (of toen was het nog het nieuwe liedje, want in chronologische volgorde staat deze vooraan): Het was helemaal niet de bedoeling dat er iets zou veranderen. Behalve mijn beheervergoeding dan. Die wilden zij hebben, inclusief mijn stemrecht. Maar verder had ik gewoon leuk moeten blijven meespelen.
En dat was ik nou net niet van plan.
Als iemand me daar de logica van kan uitleggen, dan graag. Dat is wellicht een leuk klusje voor één van mijn nazaten. Want die begrijpen het immers allemaal zó ontzettend goed. Want anders kun je geen partij kiezen, geloof ik. Misschien lukt het een keer om iets uit te leggen zonder in Baudetiaanse orakeltaal te vervallen.
Maar eerlijk gezegd heb ik daar een ouderwets hard hoofd in.
Waarom zou je spreken als je ook raadselachtig kijkend als een Sphynx kunt zwijgen, of in raadselen kunt spreken? Wie zwijgt of raadselt kan geen fouten maken en dat is mooi meegenomen.
Dan hoef je je ook niet te verdiepen in wat er precies aan de hand is. Je hebt dan immers aan één kant van het verhaal genoeg. De kant van je familie. Fuck je vader, leve de familie.
Die opmerking is in nog steeds de aller, aller-, allergrootste ‘dijenkletser’ van de hele stuitende affaire: “Hé, hé, je hebt het wèl over mijn familie”, als argument in een ‘discussie’ met je eigen verwekker. Wat moet er in je omgaan om zo’n argument te bedenken???

We gaan weer verder met het verhaal. Zij jatten de uitrusting en de omzet, de Baas sloeg gillend op de vlucht en trok zich definitief terug. En dan, als klap op de vuurpijl, had Baas de gejatte werkzaamheden zelf gratis moeten uitvoeren voor de dief. En dat wordt je verteld of het de normaalste zaak van de wereld is.
Je jat een auto en omdat je geen rijbewijs hebt, moet de bestolen eigenaar maar als chauffeur optreden.
Want die heeft toch niets anders te doen. Want zijn auto is gejat.
Helder verhaal en, ook niet onbelangrijk, niet te weerleggen. Werkelijk grote klasse!

Enkele jaren later verliet de ‘partner’ van de Baas zijn armzalige rijtjesbungalow om in een echte vrijstaande bungalow diep in de ondoordringbare wouden van Flevoland vèr verwijderd van de beschaving te gaan mediteren over de zin van het bestaan.
Kolere, ik moet er niet aan denken, zeker niet als je heel even vooruit denkt naar de tijd dat één van beiden alleen achterblijft.
Maar ik kan er geen medelijden voor opbrengen. Dat zijn Self Inflicted Wounds, zou een ex-vriend zeggen. Had hij maar één keer zijn hersens moeten inschakelen voordat hij zijn bek open trok.
En dan ook nog met een ijskoud gezicht aan iedereen die het horen wil (en aan iedereen die het niet horen wil) vertellen hoeveel fijner het leven is geworden,
“Dit is precies wat we altijd hebben gewild. De rust, de ruimte, de ontberingen. We zijn eindelijk thuis. Als één van ons beiden op de W.C. zit dan zitten we eigenlijk allebei op de W.C. Kun je het nòg knusser hebben?
Niemand hoeft zijn TV harder te zetten als wij ruzie maken.”
(Voor alle duidelijkheid: deze bewering is niet getoetst aan de praktijk. Ik vond hem te aardig om niet te gebruiken. Maar het is dus heel goed mogelijk dat andere kampers, misschien zelfs wel àlle kampers, tòch hun TV’s harder moesten zetten. Als iemand het weet dan verneem ik dat graag. B.v.d.)

Achteraf gezien was het beter geweest als ik ze hun gang had laten gaan om ze daarna voor de rechter te slepen. Dan zou de situatie juridisch in ieder geval duidelijk afgebakend zijn geweest. Ik denk dat ze in hun eindeloze onnozelheid minstens 4 wetten zouden hebben overtreden, waarvan diefstal nog de minst ernstige zou zijn geweest.
Zeker gecombineerd met de Wild-West verhalen die in die tijd over mij werden verspreid, had ik aan materiële en immateriële schade een veelvoud kunnen eisen van de vergoeding die we een maand later overeen kwamen.

Volgens mij zou de rechter (net als die drie andere in de volgende procedures) hinnikend van het lachen languit onder zijn bureau zijn gegleden.
“Wat hebt u gedaan???!!! U hebt machines en werk van uw werkgever mee naar huis genomen, en u bent daarmee voor uzelf begonnen? En nu staat u mij hier met een bloedserieus gezicht te vertellen dat u dat doodnormaal vindt? Want op enige, voor ieder ander, onbegrijpelijke manier hebt u kans gezien om te beredeneren dat u ‘eigenlijk’ de rechtmatige eigenaar bent van al dat gejatte spul. 
Ik zal een voorbeeld geven dat hopelijk zelfs tot ú doordringt.
Stelt u zich eens voor dat een caissière van Albert Heijn een paar stellingen met artikelen, plus de hele kassa, compleet met inhoud, mee naar huis neemt. En dat ze daarmee elders een winkel begint? Omdat het in haar optiek háár kassa is, met háár geld erin en omdat het háár voorraden zijn. Al dat geld heeft zij immers hoogst persoonlijk in die kassa gestopt? En al die stellingen heeft zij immers zèlf gevuld, tijdens de momenten dat het rustig was aan de kassa? 
Hoe groot acht u de kans dat die caissière binnen een jaar weer gewoon als vrij mens op straat mag lopen? 

Permanente koppeling naar dit artikel: http://www.vanweezep.info/de-dag-dat-een-circus-in-een-open-inrichting-veranderde/