23 Juli 2020

Het doet me erg veel genoegen dat mijn post over Nel vaak wordt gelezen, en zelfs vaak wordt herlezen. Enkele bezoekers blijven maar terugkomen, speciaal om die post te lezen. Het record staat op negen keer. Waarom dat me genoegen doet, kan ik niet eens omschrijven.

Ik zal wat posts over ‘vroeger’ schrijven, herinneringen ophalen, maar eerst moet mijn zolderkamer worden opgeruimd. En dan bedoel ik die zolderkamer waar mijn hersens zijn gehuisvest.

Momenteel is het daar een chaos. Verdriet en boosheid slingeren overal rond. Nu nog erger dan na Coby’s overlijden. Niet omdat ik meer verdriet heb om Nel dan om Coby, maar omdat het erbíj komt. Twee keer ben ik getrouwd geweest en beide vrouwen zijn veel te jong gestorven. Vierenzestig en zevenenzestig jaar zijn ze maar geworden.

Zeker vanwege die rotzooi die er bovenop is gegooid door de familiehooligans is het nu onmogelijk om alleen de mooie dingen op te halen. Zodra ik probeer iets moois te pakken, dan struikel ik over die rotzooi. Als ik nu zou gaan schrijven dan zou die rotzooi ook in de verhalen terecht komen; en dat wil ik niet.

Ik moet nu met Nel doen, wat ik in gedachten ook met Coby heb gedaan. Van de zieke Coby kon ik afscheid nemen. Maar die zieke Coby moet niet dominant zijn in mijn herinneringen. Als ik momenteel terug denk aan Coby, dan ga ik verder terug in de tijd; naar de tijd toen ze nog gezond was, en het leven nog prachtig was. Maar de dood van die Coby doet veel meer pijn dan de dood van de zieke Coby.

Net als de ziekte van Coby moet ik bij Nel al die ellende opruimen, negeren, en verder terug gaan in de tijd tot vóór de narigheid begon. Als dat is gelukt dan zal ik wat prettige herinneringen ophalen.

De hersendode hooligans komen later wel weer aan de beurt.