23 Februari 2009

Ik voel me nu prima, zelfs de pijn valt mee.

Loek had weer een heerlijk ontbijt voor me klaargezet en het smaakte me buitengewoon goed. Na een telefoontje heb ik nu betere pijnstillers maar omdat de pijn best wel meevalt wacht ik maar om iets in te nemen.

Vanmorgen heb ik zelfs iets aan het huishouden gedaan, ik wil gewoon zelf ook weer wat doen. Loek staat wel als een strenge schoolmeester te waarschuwen dat ik niet te veel mag doen, maar ik voelde zelf wel toen ik moest stoppen, ik had een heerlijk voldaan gevoel daarna.

Vanmorgen kreeg ik onverwacht bezoek van Gé.
Haar Johan heeft ook kanker gehad, en ook op andere gebieden hebben zij dezelfde nare ervaringen achter de rug als wij. We begrijpen elkaar en hebben dus heerlijk gepraat.

Ze had ook een prachtig gedicht voor me meegenomen.

Als je moet ontdekken
dat je leeft op een tijdbom
– onzichtbaar
als je moet ontdekken
dat je haar niet zelf
onschadelijk kunt maken;
als je moet ontdekken
dat je moet wachten
en afhankelijk bent van de
deskundigheid van anderen –
dan tikt de angst in je hart
en in je hoofd.
Dan wil je dat tikken wel stilzetten
maar de slinger is onbereikbaar.

Als je moet ontdekken
dat er een tijdbom is
in het leven van een mens
die je na en lief is,
een mens om wie je geeft,
dan probeer je hoopvol te blijven,
ondanks de angst die ook raast
in je hart en je hoofd.
Als je dit moet ervaren
dan is de tijd kostbaar,
de toekomst onzeker.
Als je dit alles moet ervaren
kun je nauwelijks zeggen
hoe de dagen en de nachten zijn.
Je voelt je heen en weer geslingerd
tussen angst en hoop,
tussen wanhoop en verdriet.
Niemand kan die angst
en dat verdriet wegnemen.
Ook God die je aanroept
neemt ze niet weg.

Je kunt ze alleen dragen
als er liefde is.
Liefde van lieve mensen;
trouw en toegewijd,
hartelijk en genegen.
In die liefde mag je God vermoeden.
Je wordt niet alleen gelaten.
Die liefde geeft kracht en hoop,
die liefde zorgt voor je.