21 September, het gaat de goede kant op

Met het jongetje lijkt het gelukkig goed te gaan. Hij is succesvol geopereerd; er is nog een heleboel te doen, maar er is goede hoop, gelukkig.

Ik heb zelf gisteren ook een behandeling gekregen in een pijnpoli in Almere. Het was nog gezellig ook, heerlijk dagje eigenlijk. Er is zelfs enige verbetering merkbaar. Dat kan ook een placebo effect zijn, want in theorie kan het weken duren voordat ik er iets van merk. We gaan het zien.
Ik heb het vandaag gevierd met een wandeling door Amsterdam. Vanaf Station Amsterdam Zuid met wat kronkels via het Vondelpark naar het Centraal Station. Ongeveer 10 kilometer in vier uur is niet echt een recordtijd, maar ik ben er dik tevreden mee. Zolang de pijn maar draaglijk is, en ik overal kan komen waar ik wezen wil, ben ik een gelukkig mens.
Onderweg begaf mijn linker been het opeens. Daar lag Loekie midden op de van Baerlestraat. Dan merk je het verschil met Swifterbant. Er liepen minstens tien mensen binnen handbereik, maar die keken allemaal stomtoevallig naar iets heel interessants aan de andere kant.

Ik was allang blij dat ik niet beroofd werd. En ook realiseerde ik me dat zoiets je niet moet overkomen als je halverwege de toch al altijd lastige noordflank van de Eiger bent. Ik denk dat ik bergbeklimmen maar schrap van mijn bucket list.

Tijdens het wandelen weer lekker nagedacht. Denksport is de mooiste sport die er is. Vanwege een gesprek van gisteren, schoot mij als eerste iets te binnen over groot of klein zijn. Je echte grootte wordt niet bepaald door je lengte, je echte grootte wordt bepaald door je karakter. En daar is mijn steun en toeverlaat die mij naar Almere vergezelde een kampioene in.
Size doesn’t matter, of zoals Adèle Bloemdaal ooit zei: ‘Het gaat niet om het formaat, het gaat erom wat je ermee doet.’
Dat geldt dus ook voor mensen.

Ik ben bijna ruisvrij. Nog maar twee ruizen moeten worden afgehandeld, en die lijken allebei in de komende dagen op de agenda te staan. Dus kan ik hopelijk vol overgave over een weekje aan mijn ‘nieuwste leven’ beginnen.

Ik heb zoveel laten liggen, dat gedaan had moeten worden, omdat ik door alle ruis slap en futloos was, zoals Coby dat zou hebben genoemd. Ik heb mensen verwaarloosd, niet opgebeld, emails niet beantwoord, bijvoorbeeld. Zelfs mijn nieuwe oude vriend in Canada wacht al ongeveer een maand op een antwoord. Maar als je aandacht constant wordt afgeleid door pijn en problemen dan is het verdraaid moeilijk om gezellig te doen.

Dan kan ik eindelijk ook lekker onbezorgd filmen, fotograferen, maar vooral schrijven over alles dat mij bezig houdt. En dat is heel wat; ik heb stapels aantekeningen, want denken gaat prima onder alle omstandigheden, maar uitwerken lukt niet. Ik kijk er naar uit om weer lekker bezig te zijn. Aan een pensioen ben ik nog lang niet toe. Ik moet niet denken aan een vakantie tot de dood erop volgt; niet in een rijdende hut en ook niet in een kampeerbarak. Juist nu, op de valreep, heb je de kans om je te ontplooien.