207C

Stel je eens voor dat je een bedrijf overneemt. Onder normale omstandigheden spreek je eerst een prijs en eventuele voorwaarden af en een overnamedatum. Daarna ga je naar een notaris om de afspraak op papier te zetten. Na de ondertekening is de overname formeel. De verkoper is van het risico af en jij hebt een bedrijf. Je mag alle beslissingen nemen, en je bent zelf aansprakelijk voor de gevolgen van die beslissingen.

In familiebedrijven hoeft dat allemaal niet zo formeel. Je familie kun je immers vertrouwen. En de klanten merken tenslotte ook niets. Die zien geen nieuw gezicht; weten over het algemeen niet eens precies wie de directeur is, en wie precies over welke rechten beschikt.

In zo’n geval kan het allemaal wat minder formeel. Je neemt bijvoorbeeld de aandelen van je oom in het familiebedrijf over. Je beklimt direct de directiezetel en geeft jezelf het bijbehorende salaris. Een contract en de details daarvan komen later wel aan de orde.

Je hebt het nu eenmaal druk, druk, druk. Je hebt ook helemaal geen verstand van die boekhoudkundige flauwekul, en dat gedoe interesseert je ook helemaal niet. Je hebt trouwens een bedrag per maand afgesproken en dat maak je iedere maand braaf over. Bovendien wordt alles al geboekt alsof er is getekend, dus is er helemaal geen haast bij. Om je oom aan het lijntje te houden stuur je je oom en de notaris die het contract heeft opgesteld, af en toe een mailtje dat er nog niet getekend kan worden omdat de bank dwars ligt.
Af en toe, als je een chagrijnige bui hebt, stuur je, om de stemming erin te houden, een berichtje “dat als er niet heel gauw wordt getekend, het einde verhaal is”. Dat slaat nergens op, maar het geeft wèl een goed gevoel.

De tijd vliegt en voordat je het weet, zijn er ruim twee jaren verstreken. Dan krijg je opeens een dreigbrief van die oom, waarin hij een ultimatum stelt. Nou zeg; hoe durft hij?!
Maar goed, om van het gezeur af te zijn, bel je toch maar eens met de bank, en die blijkt bereid te zijn om de kredietovereenkomst aan te passen. Die zeurpiet krijgt dus zijn zin; er kan getekend worden.

Mooi niet! Nu ligt de notaris weer dwars, altijd gezeur. Je hebt al die tijd braaf betaald uit de kas van de zaak, maar dat mag volgens de notaris helemaal niet. Dat is in strijd met een wetsartikel 207C, BW2.

Wat doe je in zo’n geval? Hoe los je dat op?

Een integer mens zou oompje excuses aanbieden, en een oplossing bedenken.

Je zou de overnamedatum bijvoorbeeld kunnen opschuiven waardoor de eerdere betalingen geen afbetaling meer zouden zijn, maar een directievergoeding. Oompje is tenslotte al die tijd ook nog aansprakelijk geweest, en jij zelf niet.

Of je zou de privéschuld die je op deze manier bij het bedrijf hebt opgebouwd, kunnen aflossen, zoals de notaris had geopperd.

Legio mogelijkheden, maar die hebben allemaal als nadeel dat je moet toegeven dat je een fout hebt gemaakt. Dat is natuurlijk uitgesloten. Iedereen maakt fouten, maar jij niet!

Daarom eis je maar van oompje dat hij het probleem oplost. Kiezen of delen: Oom betaalt alles terug of oompje neemt in het contract de schuld op zich voor dat stomme Art. 207C.

En als hij dat niet doet, dan sleep je hem voor de rechter.