2002

Eind 2001 was ik de administratie grondig onder de loep aan het nemen om erachter te komen hoe we ervoor stonden. Of anders gezegd: ik wilde weten waar dat geld bleef dat spoorloos leek te verdampen.
De omzet op zich was uitstekend, maar er gebeurden dingen die niet door de beugel konden, zoals die malle webshop die de jongens waren begonnen.
Die bezopen actie viel niet alleen buiten de gemaakte afspraken, maar overschreed ook alle fatsoensnormen. Je maakt onder werktijd een project, laat je werkgever opdraaien voor de kosten, en vervolgens schenk je 50% van het project aan een willekeurige voorbijganger.

Voor buitenstaanders was natuurlijk helemaal geen plaats, zeker niet voor een buitenstaander die helemaal niets toevoegde. De zelfde vent had overigens ook al eens zoiets bij mij geprobeerd: “Als wij nou eens samen computers gaan verkopen?” Een paar gesprekken later bleek dat daarmee werd bedoeld dat ik gewoon in mijn eentje door zou gaan met ontwerp, assemblage en verkoop van computers. Hij voegde niets toe, behalve de vage toezegging dat, àls hij toevallig iemand tegenkwam die een computer nodig had, hij die naar mij zou verwijzen. Als tegenprestatie zou hij 50% vennoot in mijn computerhandel worden. Jaja; zó doe je zaken, daar was ik gauw klaar mee.

En exact eenzelfde voorstel deed hij bij de jongens, die daar wèl vol in trapten. De man had geen enkele kennis van het internet of van shops, hij bracht dus helemaal niets in, geen kennis, geen geld. Hij bracht alleen zichzelf in, als een parasiet.
En toch gingen ze een fifty-fifty samenwerking met hem aan. Zij bouwden de shop (of lieten hem traditiegetrouw door iemand anders bouwen, want van werken kun je erg moe worden) terwijl hij thuis zat te wachten tot het geld binnen zou stromen.
Je kunt van alles vinden van die mannen, maar zakelijk instinct hebben ze. Nou en of. Dat hebben ze na mijn vertrek, toen ze zichzelf eindelijk ongeremd konden ontplooien, ook wel bewezen.

Een grotere klucht kun je nauwelijks bedenken. Zij begonnen een onderneming met een buitenstaander die er geen geld en geen tijd in stak. En de kosten, daar mocht ik voor opdraaien. Die kosten logen er overigens niet om. Als je toch de rekeningen niet zelf betaalt, hoef je ook niet op een paar centen te kijken. Dus leverde het project enkele duizenden guldens op aan externe facturen, en naar hun eigen schatting ongeveer duizend manuren arbeid, alleen al voor het opzetten van de webshop. Zonder enige ruggespraak was er dus uit mijn zak ongeveer 40.000,- ouderwetse guldentjes geïnvesteerd in een shop voor henzelf met een vreemdeling. Zonder dat er iets op papier stond en ook zonder de intentie om die poen ooit terug te betalen.
“Omdat we je een fijne vent vinden, laten we de baas opdraaien voor de kosten. Graag gedaan, hoor.”

Op een gegeven moment eiste ik een vergadering met de hele kliek om duidelijkheid te krijgen over wat er nu eigenlijk aan de hand was.
Dat werd unaniem geweigerd. De buitenstaander bood wel heel ‘vriendelijk aan om mij eens onder vier ogen duidelijkheid te verschaffen.’ Zodra er ‘onder ons’ gesprekken nodig zijn, dan gaan bij mij de alarmbellen af. Want dan klopt er iets helemaal niet. Dat betekent dat er iets te verbergen valt.
Intussen zat hij in Emmeloord niets te doen in afwachting van het geld dat zou moeten binnen stromen. Ook toen de techniek klaar was en de winkel kon worden geopend, stak hij nog steeds geen poot uit.
En pas op dat moment gingen ze eens nadenken over hoe het verder moest.
Oorspronkelijk was de bedoeling dat er games zouden worden verkocht. Op zich was dat een goed plan, veel online game-shops waren er nog niet, dus daar viel wel iets aan te verdienen. Maar ook voor de verkoop van games was geen enkele reden te bedenken om dat samen te doen met een vreemdeling.
Maar om één of andere, nooit opgehelderde, reden werd dat bruikbare concept op de valreep veranderd. In plaats van games werd op het laatste moment overgeschakeld op de verkoop van erotische DVD’s. Daar waren pas een paar honderd online shops voor, die allemaal steeds meer moeite kregen om het hoofd boven water te houden.
Niemand kocht nog DVD’s, iedereen keek online naar films en showtjes, Videoland was daardoor al naar de bliksem aan het gaan. En zij zouden zich wel eens even storten op die markt waar niets meer te verdienen viel. Knettergek, zoals alles dat zij in die periode uitvoerden.
Terwijl ik dit schrijf denk ik te begrijpen waarom die gameshop werd omgezet in die kansloze DVD winkel. Ik denk dat hun partner op een later tijdstip in zijn eentje een game-shop had willen opzetten. Want in die zelfde periode was hij bezig met een shop voor zichzelf, schiet me nu te binnen. Hij ging online electra-materialen verkopen, contactdozen, goten en dergelijke. Hij kreeg dus de kennis, waarvoor hij de jongens wilde gebruiken, zelf in huis. Hij had hun hulp niet meer nodig en scheepte ze daarom op met die kansloze DVD shop.

Zij gingen er dus vol in en staken, met veel bravoure en nog veel meer geschreeuw, veertigduizend gulden van mijn geld in een kansloos project. Als klap op de vuurpijl bleek van de drie betrokkenen niemand tijd of zin, of de capaciteiten (lees: en, en, en) te hebben om de noodzakelijke teksten en recensies voor die shop te schrijven. Dus, jawel daar is ie weer, werd er bedacht: “Oooooo, dat doet Loek wel.” Pas nu ik al die malloterieën aan het opschrijven ben, dringt tot me door dat al hun ‘geniale invallen’ door een ander, meestal ik, moesten worden uitgevoerd. Zelf staken ze geen poot uit. Behalve om geld uit mijn kas te jatten.

Loek was het zat, Loek deed helemaal niets meer, behalve computers verkopen en nadenken over hoe er een einde kon worden gemaakt aan dat krankzinnigengesticht. En dan liepen ze ook nog naast hun schoenen van kapsones, want ze deden het allemaal zóóóó ontzettend goed. “Eigenlijk is het ons bedrijf…”. Het ging steeds meer op een slapstick lijken. De Kerstboomverkopers van Laurel & Hardy.

En zo begon ik me maar eens te verdiepen in de administratie. Want terwijl de tent ogenschijnlijk goed draaide, was daar financieel weinig van te merken. Integendeel, het eigen vermogen op de  balans daalde ieder jaar, en hoewel de omzet steeg, was daar in de winst niets van terug te vinden.
Maanden lang ben ik bezig geweest, tussen mijn eigen werk door, om jaarverslagen opnieuw op te stellen in spreadsheets. Directe kosten, indirecte, inkoopkosten, autokosten etc. tot ik een helder beeld had. Toen kwam de aap uit de mouw. Dat heb ik al behandeld, dus dat kan ik verder met rust laten.