13 Juni 2020

Ik ben nog een paar briljante plannen vergeten te vermelden, veelbelovende ideeën die een voortijdig einde vonden omdat er ècht geen tijd kon worden vrijgemaakt om ze uit te voeren. Door mijn schuld, vergeet ik er bijna aan toe te voegen.

Een heel echt tijdschrift bijvoorbeeld. Het concept was helemaal tot in details uitgewerkt. Het was bedoeld voor opstandige pubers en er was zelfs al een naam. Het plan was dus al gezaaid, zo goed als klaar. Het meeste werk zat erop. Het was alleen nog een kwestie van het concept uitwerken, rubrieken bedenken, schrijvers vinden en fotografen, een distributeur zoeken en daar afspraken mee maken, oplage en verschijningsfrequentie, verkoopprijs en advertentietarieven bedenken, en nog een paar van dat soort details en dan zou het geld binnenstromen. Succes gegarandeerd.
Maar ja, dan komt er zo’n el-u-el aan je kop zeuren over een onbenullige overeenkomst, en word je gedwongen om iedere vier maanden een email van twee zinnen te schrijven. Twee zinnen!!! Probeer dan maar eens tijd over te houden voor dat laatste beetje werk.

Het tweede idee was welhaast nòg briljanter. Zij gingen webhosting doen, net als dat tijdschrift en alle andere briljante plannen, op naam van hun eigen b.v., maar wel in de door mij betaalde arbeidsuren. Ook dat plan was al gedetailleerd uitgewerkt, inclusief naam. Je kan niet zeggen dat ze stil zaten. Ze werden prijsvechter: “We rekenen vijftig gulden per maand. Al krijgen we maar duizend klanten, dan is dat al lekker meegenomen. Het hosten hoeven we niet eens zelf te doen, want dat kunnen we aan de buren overlaten. Dus we hoeven alleen maar de verkoop te doen. Dat laten we graag aan jou over.”
Ook hier was weer goed over nagedacht. Ik mocht de kosten, arbeidsloon, en domeinnaam-registratie betalen en een beetje werk doen. Maar de allerzwaarste taak, het opstrijken van de winst, dàt zouden in ieder geval zelf uitvoeren.
Wat dat betreft hadden ze in ieder geval vorderingen geboekt. Bij die webshop lieten ze immers het opstrijken van de winst nog aan een ander over.

Achteraf besef ik pas dat, terwijl ik geen capaciteiten bezat die de moeite van het vermelden waard waren, ik altijd werd aangewezen om hun ‘briljante’ plannen uit te voeren. Voor niets.
Waarom lieten ze nooit iets over aan het familiegenie, de man die in die tijd toch niets anders te doen had dan kaarten en af en toe in PhotoShop een vlekje wegwerken?

Dat speelde in de tijd dat ik al ‘met enige regelmaat’ geconfronteerd werd met gesprekken op orkaankracht over mijn geld dat werd geïnvesteerd in hun eigen zakelijke avonturen, in schuren in Emmeloord, in etentjes met vrienden en soortgelijke debiliteiten, die ik ondanks herhaalde afspraken normaal zou moeten vinden.
En zo begon ik me af te vragen of het niet hoog tijd werd om het zinkende schip te ontvluchten. Want dat het zinken onstuitbaar begonnen was, dat kon iedere sukkel in de jaarverslagen lezen.

Er zijn nog meer leuke dingen te melden.
Enkele maanden geleden werd de dorpelingen gevraagd om mee te denken over de toekomst van ons winkelgebied. Daar heb ik uiteraard mijn ziel en zaligheid in gegooid; ik ben stapelgek op dat soort denkwerk. Ik heb het hele formulier ingevuld en dankbaar gebruik gemaakt van alle vakjes “Heb je hier nog iets aan toe te voegen?”
Ik maak mezelf niet wijs dat ik daarmee de toekomst van de winkels heb gered. Ook niet van één winkel. Ik ben vast niet de enige geweest die de vinger op de pijnlijke plekken heeft gelegd, en die mogelijke oplossingen heeft aangedragen voor problemen.
Maar ik vond het wel heel aangenaam toen ik gisteren merkte dat er veranderingen gaande zijn die één op één overeen stemmen met mijn mening. Ik kan het gelukkig dus nog steeds: bedenken hoe een bedrijf zich moet aanpassen aan de omgeving. Want dat is de kunst van ondernemen: om je heen kijken, zien wat er ontbreekt en proberen die hiaten te vullen.

En dat is ook meteen het verschil tussen mij en dat stel grootmongolen. Ik heb altijd het bedrijf aangepast aan de omgeving, altijd goed gezien wat de bestaande klanten nog meer konden gebruiken en daarop nieuwe activiteiten ontwikkeld. Eigenhandig, niet samen mèt een team, maar ondanks een krijsend tegenwerkend team. Een team dat nooit verder is gekomen dan totaal branchevreemde dingen bedenken, zonder enig idee hoe die plannen zouden moeten worden aangepakt. Dat moest een ander dan maar doen.

Met zulke prachtige ideeën kan iedereen zich zelf op de borst roffelen. Ik kan zomaar bedenken dat ik interstellaire ruimtevoertuigen ga bouwen, waarmee je voor € 100,- in een week naar Alfa Centauri kunt vliegen, maar heb ik dan ook iets bedacht waarmee ik geld kan verdienen, of dat zelfs maar uitvoerbaar is?

Jaren later sprak ik een ex-klant die ook een tijd lang door hen bestookt werd met prachtige plannen die hij voor ze zou kunnen uitvoeren.
Zijn reactie daarop was kortweg: “Ik heb geen plannen nodig. Wat ik nodig heb zijn uitvoeringen.”

En zo is het.