11 Februari

Ik was niet van plan om hier iets over te schrijven, maar ik ben ook maar een mens, en mensen zijn nu eenmaal veranderlijk. Bovendien ben ik hier erg geïrriteerd over, en naarmate de tijd verder gaat, wordt die irritatie erger.

Op zaterdag 11 februari, rond het middaguur liep ik naar AH voor de weekendboodschappen. Die dag trakteerde de winter ons in zijn laatste stuiptrekkingen op ongeveer 1/100 mm sneeuw. Nauwelijks met het blote oog waarneembaar, zoals mijn vader gezegd zou hebben, maar toch precies genoeg voor me om in een bocht uit te glijden. Ik hoorde krak, ik voelde een krak in mijn rechter been, dus voor mij was het wel duidelijk dat ik schade had opgelopen.

Gelukkig woon ik in Swifterbant, en waren er mensen in de buurt. Ik werd dus meteen overeind geholpen, in een auto geladen en naar huis gebracht. Daar belde ik de doktersdienst, en legde het verhaal uit. Een dokter had om tien voor 5, dus uren later, tijd voor me, als ik tenminste kans zag om naar Dronten te komen, want huisbezoek, nee, dat zat er niet in. “U hebt toch wel familie of buren die u even kunnen brengen?” Die heb ik inderdaad wel, maar op zaterdag weet je nooit zeker of er iemand thuis is in de straat. “Het zal toch moeten.”

Mijn steun en toeverlaat was gelukkig thuis, en zoals altijd bereid om met me mee te gaan.

We waren op tijd bij Dr. Deneer in Dronten. De voet en enkel waren intussen opgezwollen tot een maatje luchtballon. De dokter voelde, draaide, klopte en vroeg daarbij wat ik voelde. Dat vertelde ik ook in de stijl “dit gaat wel, maar wat u nu doet, doet behoorlijk pijn.”

“De zwelling is het ergste”, was de diagnose op een licht verwijtende toon, “daar had u eigenlijk meteen ijs op moeten doen. Kijk het maar een paar dagen aan. Als het over vier dagen nog niet minder is, ga dan even naar je eigen huisarts.”

Terwijl ik leunend op mijn steun en toeverlaat, op één been in de richting van de uitgang hinkelde, hoorde ik de dokter lachend zeggen: “We hebben hier een rollator hoor”, suggererend dat ik me aanstelde.

4 Dagen later, op woensdag 15 februari, vond mijn eigen huisarts het nodig om me naar het ziekenhuis te sturen voor nader onderzoek. Daar werd een gemene, lage diagonale breuk in mijn kuitbeen, en een pittig ontwricht enkelgewricht geconstateerd.

Dokters zijn mensen, en mensen maken fouten; ik zal een dokter niet gauw een verwijt maken voor een verkeerde diagnose. Maar dat hij het nodig vond om me uit te lachen, daarvan komt nog steeds de stoom uit mijn oren. Toen ik de deur uit hinkelde, had hij moeten beseffen dat het meer was dan een zwelling.

Bovendien werd mij in het ziekenhuis verteld dat zij niet begrepen dat de dokter de breuk over het hoofd had gezien. “Een zwelling zonder verkleuring is altijd een botbreuk”, werd me verzekerd.