De stoel van God

Internist-oncoloog in opleiding en klinisch farmacoloog Eric Geijteman  promoveert woensdag 12 december 2018 aan het Erasmus MC in Rotterdam op een proefschrift over onnodige interventies (behandelingen) bij mensen met een beperkte levensverwachting, bijvoorbeeld omdat ze een ongeneeslijke vorm van kanker hebben.

Toevallig ben ik nu het boek “De stoel van God” aan het lezen, geschreven door kinderarts-pulmonoloog Dr. Paul Brand. Het is een op de praktijk gebaseerde roman over het duivelse dliemma waar artsen allemaal vroeg of laat mee worden geconfronteerd: hoe ga je om met een terminale patiënt? Concentreer je je op het verzachten van het lijden? Geef je de patiënt (als die dat aangeeft) een duwtje in de richting van de dood binnen de mogelijkheden die de wet biedt? En wat doe je als die mogelijkheden niet voldoende zijn? Als een patiënt ondraaglijk lijdt maar de wet geen mogelijkheid biedt om een einde te maken aan een leven dat de naam leven niet meer verdient? Dat niet meer is dan adem halen en pijn lijden?

De taak van artsen is om mensen in leven te houden, niet om aan dat leven een einde te maken. De meeste artsen houden zich braaf aan die taak. Iedere dag die ze een patiënt langer in leven houden, is een gewonnen veldslag in de oorlog tegen de dood.

De dood die in zo’n situatie de grootste vriend van de patiënt kan zijn. Hoe goed de arts het ook bedoelt, op zo’n moment heult hij met de vijand.

In zijn boek worden ergere gevallen genoemd dan ik zelf heb meegemaakt met mijn lief. Terwijl ik dit schrijf besef ik wat een onzinnige zin dat is, of er een competitie gruwelijk doodgaan bestaat. En toch zijn er nuanceverschillen. Coby voelde zich, ondanks alles, een bevoorrecht mens. Ze had zo goed als alles meegemaakt wat ze wilde. Ze overleed met een nagenoeg lege bucket list. Dat kan ook anders, gebeurt iedere dag anders. Kinderen overlijden, die nog niet eens beseffen wat een bucketlist is, die nooit een beroep hebben geleerd, zelf kinderen, hebben gekregen, geen relatie hebben gehad, zelfs geen auto of brommer hebben gereden.

Als zo’n kind dan ook nog op een mensonterende manier dreigt te overlijden, dan zit de dokter, of hij dat nu wil of niet, op de stoel van God. Hij beslist op zo’n moment over leven en dood. Hij beslist immers of hij de wet volgt en de patiënt laat lijden of dat hij de wet negeert en in het belang van de patiënt handelt en een einde maakt aan zo’n horrorperiode. Dus ook als hij zich aan de wet en aan zijn beroepscode houdt, zit hij op die stoel waar hij helemaal niet op wíl zitten.

Ik heb het, bij het lezen van het boek een paar keer niet droog gehouden en ook nu zijn mijn traanbuizen buiten hun oevers getreden. Omdat ik de situatie herken, en in een mildere vorm heb meegemaakt. De vorm waarmee de meeste kankerpatiënten te maken krijgen. Het einde duurt te lang, en is te pijnlijk.

Half maart 2016 was de dood al Coby’s beste vriend geworden. Maar de wet bood nog geen mogelijkheid. Euthanasie was in ieder geval geen optie voor haar want dat viel buiten de regels van haar geloof, en voor palliatieve sedatie was het nog te vroeg. Te vroeg #$%^&@!, want om daar voor in aanmerking te komen moet het lijden ondraaglijk zijn. Daar kreeg ze een vinkje voor. Maar de levensverwachting moet korter zijn dan twee weken. Pech: dat vinkje kreeg ze niet.

En zo werd er nog weken met haar gesold, een ander woord heb ik er niet voor. Ze werd nog een week opgenomen in het ziekenhuis vanwege vocht achter haar longen, bijna iedere dag kreeg ze een hogere dosis verdovende middelen, en omdat er steeds meer organen uitvielen moest ze steeds meer medicijnen slikken en spuiten.

Zelfs in de laatste uitzichtloze week, toen ze dolgraag naar haar moeder wilde, kregen we nog van de dokter te horen: “Nee, we gaan eerst proberen of we nog bij de lage vruchten kunnen komen.”

In die situatie, waar veel terminale zieken doorheen moeten is de arts geen vriend meer maar een vijand die met zijn kennis de weg naar een acceptabele dood blokkeert.

Zo moet je aanzien hoe je liefde wordt geteisterd door die k.tziekte, waar wetten en regels nog een schepje bovenop doen. Nog steeds pieker ik bijna iedere dag en lig ik ‘s nachts wakker met zelfverwijt omdat ik zelf op dat moment ook geen idee had hoe ik haar zou kunnen helpen, terwijl ze die hulp zo hard nodig had.

Want niet alleen de dokter zit op die stoel. Je zit er samen op, de dokter, de partner (of ouders) en de patiënt zelf. Samen moet je een duivelse beslissing maken. En iedere beslissing is fout.

PETA trekt aan dood paard

Niemand trekt aan een dood paard; en ook moet je behoorlijk niet nozel zijn om aan een levend paard te sjorren om hem op gang te krijgen. Jij moet niet trekken, het is juist de bedoeling dat het paard het werk doet, dat het paard bijvoorbeeld een kar trekt, of iemand ergens heen brengt. Paarden kun je gebruiken als trekker of als taxi. Maar hoe start je een paard?
Een beest met een beetje IQ kun je leren op commando’s te reageren. Roep tegen een afgestudeerde hond “Tarzan, zit” of “af”, “hier”, “los”, en Tarzan gaat zitten, gaat af, komt hier of laat los.
Paarden zijn niet zo snugger. Als je een paard een commando geeft, kijkt het stomme beest je aan of hij water ziet branden. En dat noemen we een edel dier. Af en toe zou je zijn poten wel willen breken.
Ook paaien helpt niet; zo’n beest krijg je niet aan de gang met een aai over zijn bol of een suikerklontje.
Heel vroeger, heel, heel, heel vroeger hebben “we” dat allemaal geprobeerd, maar luisteren ho maar. Uiteindelijk werd een Mongool zo ontzettend chagrijnig door dat eigenwijze dier, dat hij hem in zijn frustraties een hengst verkocht van heb ik jou daar.
En toen geschiedde een wonder: er kwam beweging in dat mormel. Sindsdien weten we dat je paard moet pijnigen om hem aan het werk te krijgen. Daar hebben we allerlei variaties op ontwikkeld. Schoenen met spijkerwieltjes aan de hak bijvoorbeeld. Als je op het paard gaat zitten en je ramt die spijkers in de flank van het beest, dan denkt hij “weg hier” en gaat er plankgas vandoor. Met jou erop; zo kom je nog eens ergens.
Een andere manier is geselen, met een zweep of een stok. Ransel hem flink af en hij vliegt voor je.
Die laatste techniek noemen ze in het paardvriendelijke Albion “flogging”,  gerund van het werkwoord “to flog”.

Dode paarden reageren niet op pijnprikkels, en zijn dus onbruikbaar. Daar heeft men een spreekwoord van gemaakt voor activiteiten die gedoemd zijn om te mislukken:  “flogging a dead horse” oftewel letterlijk “een dood paard ranselen”, vrij vertaald “een dood paard de zweep geven”.

Vorderingen en ander geluk

Geüpdatet 9 december 22:00 uur

Mijn nieuwe keuken is geplaatst. Dat heeft een paar dagen rommel opgeleverd omdat erna ook wat restauratiewerk moest worden gedaan door een schilder. De bouwvakkers waren zowaar allemaal gezellig zonder ergernis te wekken, en ze hebben goed werk geleverd. Thema: taupe en staal. Ik ben er gelukkig mee.
De trap is ook bekleed en ook daar ben ik gelukkig mee.

Tussen de bedrijven door ben ik bezig geweest met het stukje over geluk, en daar ben ik tot nu toe verre van gelukkig mee. Het is een interessant onderwerp, maar het lukt me niet om er een leesbaar, lopend verhaal van te maken.
Daarom heb ik het aan de kant van mijn desktop gelegd, en ben ik uitgeweken naar een nieuwe “Van de Hak op de Tak”. Dat gaat me meestal het makkelijkst af, gewoon schrijven wat er op dat moment in mij opkomt, zonder begin, einde of een duidelijke rode draad. Het stukkie groeit nog, maar voorlopig ben ik er gelukkig mee.

Dat zijn zomaar wat voorbeelden van recent persoonlijk geluk, of iets dat daar akelig dicht bij in de buurt komt. Een ander voorbeeld is een vriend die, gepensionneerd, nog ongeveer 60 uur per week werkt om geld te verdienen voor een hobby waar hij geen tijd voor heeft omdat hij 60 uur per week moet werken. Ik begrijp er niets van, maar hij is er gelukkig mee.
Iemand die ik nog minder begrijp is de man die al jaren lang langs de deuren gaat om positieve gevoelens te verkopen, maar die zelf de ergste chagrijn is die ik ooit heb moeten aanschouwen. Ratelband is 69 jaar oud, gedraagt zich als een negenjarige maar wil per se boekhoudkundig worden opgenomen als iemand van 49 jaar. Het waarom ontgaat mij, zeker na het zien van zijn betoog in potjes-Engels voor de BBC camera. Het enige dat ik stamelend kon denken tijdens die uitzending was: “In vredesnaam, die man is ook een Nederlander, net als ik, en hij is ook nog eens van mijn lichting. HELP!”
Maar ook al begrijp ik hem niet: om weer gelukkig te worden, moet en zal Emile 20 jaar aftrekken. Stel je voor dat hij zijn zin krijgt en wordt afgewaardeerd met 20 jaar. Dan is het risico, gezien zijn huidige mentale conditie, verre van denkbeeldig dat hij op de (zelf bedachte) leeftijd van ruwweg 60 jaar moet worden opgenomen in een inrichting voor ernstig dementerende belegen Nederlanders.

Mijn eigen onzin gaat verder onder de onzin van Emile.

Het leven draait om geluk. Wat daarvoor nodig is, hangt af van je omstandigheden en je karakter.

Natuurlijk zijn er grenzen aan de manier waarop je geluk mag verwerven. Tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren, schreef Willem Elsschot al in 1910, maar ook morele bezwaren spelen een rol. In je streven naar geluk mag je geen slachtoffers maken. En daar ben ik nagenoeg altijd in geslaagd. Helemaal zonder slachtoffers te maken, lukt niemand. Dat mijn ex verre van gelukkig was, toen ik “het uitmaakte”, dat begrijp ik.
Daarom heb ik ook geprobeerd om haar zo veel mogelijk leed te besparen. Dat gevoel kwam helaas maar van één kant. Wat daarna allemaal is gebeurd, dat begrijp ik nog steeds niet.
Een beetje wraakzucht snap ik, maar dat mensen in hun pogingen om mij kapot te maken zo ver konden gaan dat ze zichzelf, ondanks ettelijke waarschuwingen, de das om hebben gedaan, daar begrijp ik niets van.
Maar dat ik er beter vanaf ben gekomen dan het Genootschap van Samenwerkende Zotten, ook daar ben ik erg gelukkig mee.

Haatpropaganda op het internet

Haatpropaganda waar je nauwelijks iets over hoort, maar die elke dag over het internet klotst: wetenschapsredacteur Maarten Keulemans van de Volkskrant wordt er onpasselijk van en bespreekt drie voorbeelden in deze belangrijke aflevering van #Kloptditwel?’. En: ook ú kunt iets doen tegen dit sluipende gif.

Geplaatst door de Volkskrant op Zaterdag 4 november 2017

Geluk moet eerlijker worden verdeeld

In Frankrijk weten ze precies hoe je dat moet bereiken. Om Jean Modal een beter leven te bezorgen, steken we zijn auto in de fik.

Beelden. Gilets Jaunes steken Parijs in de fik https://t.co/BAa144RNOb

— GeenStijl (@geenstijl) 2 december 2018

Krankzinnigheid is besmettelijk

Er is nog zo veel ellende op deze wereld. Er is bijna geen beginnen aan om dat op te lossen. Het blijft dweilen met de kraan open. In theorie althans, want in de praktijk wordt er nauwelijks gedweild. Daar hebben we geen tijd voor; we hebben het te druk met het “grote onrecht in Europa” te bestrijden.

Lees verder Krankzinnigheid is besmettelijk

R.I.P. Thierry Milton

Thierry Milton, een goede zanger. Niet van het volkse genre dat in Benidorm zo populair is, meer van de rustige achtergrondmuziek, een soort crooner. Hij was geen intieme vriend van me, zelfs geen gewone vriend. We waren bekende gezichten voor elkaar, vertrouwde kennissen. Al vier jaar geleden heb ik beloofd eens foto’s van hem te maken voor zijn annonces. Het kwam er nooit van.

Lees verder R.I.P. Thierry Milton

Het kan altijd erger

In Almere is een Tiny House verkocht voor € 141.200,-. Het is voor een woning betrekkelijk weinig geld, maar je krijgt er dan ook niets voor. ’Een huis als een hotelkamer’, zoals Funda het huisje van 26 vierkante meter positief probeert te omschrijven.

Lees verder Het kan altijd erger